Opinie

Splinters, en stotteren in de Tweede Kamer

Petra de Koning

Er zijn op het Binnenhof politici en journalisten die Femke Merel van Kooten een beetje zielig vinden. Ze was Tweede Kamerlid van de Partij voor de Dieren, sinds de zomer is ze een ‘eenmansfractie’. In de grote zaal van de Tweede Kamer maakt ze een onzekere indruk, ze komt soms ineens moeilijk uit haar woorden. Premier Mark Rutte knikt haar vaak bemoedigend toe en als iemand uit het kabinet wat neerbuigend op haar reageert, zoals een paar weken geleden (nu oud-)staatssecretaris Menno Snel van D66, neemt Kamervoorzitter Khadija Arib het voor haar op: of hij wél even antwoord kan geven.

Er zijn er ook die anders over haar denken. Ex-collega’s van de Partij voor de Dieren hebben er nog zichtbaar moeite mee dat ze haar zetel niet wilde opgeven na ruzies – volgens haarzelf omdat zíj vond dat een partij voor dieren ook moet opkomen voor mensen. En er zijn Kamerleden die het irritant vinden dat debatten nu langer duren. Want ze gebruikt haar spreektijd als fractievoorzitter zo vaak ze kan, ze doet mee aan interrupties, ze komt met moties.

In de fractiekamer waar haar man en schoonmoeder voor haar werken als vrijwilliger, laat Femke Merel van Kooten een lijst zien met de debatten waar ze als eenling aan meedeed: meer dan dertig. En de moties die ze aangenomen kreeg: zeven. Over betere zorg voor ex-gelovigen, een onderzoek naar het succes van online-democratie in Estland, hoe je oudere politieagenten aan het werk houdt.

Wat anderen van haar vinden noemt ze „lekker boeiend”. Dat Marianne Thieme, tot eind september fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren, de zaal uitliep toen zíj aan de beurt was bij de Algemene Politieke Beschouwingen? „Ik heb er niet op gelet.” Na dat eerste optreden kreeg ze, zegt ze, van zo’n beetje het hele kabinet aardige reacties. „Rutte zei: ‘Well done.’”

Nerveus, zegt ze ook, is ze allang niet meer. Onzeker? Nooit geweest. Er is wel iets waarvan ze vindt dat het nu maar eens bekend moet worden: „Ik stotter.” Niet meer zo erg als vroeger, stottertherapie hielp. Maar als ze een motie voorleest, losse woorden met een t moet uitspreken of moe is, raakt ze verstrikt. „Er waren dagen dat ik ’s ochtends al zeker wist dat Thierry Baudet weer een hoofdelijke stemming zou aanvragen. Dan oefende ik in de auto honderd keer ‘tegen’.”

Niet dat dat hielp. „Ik denk nu: dan duurt het bij mij maar wat langer. De griffiers weten hoe het zit, de Kamervoorzitter ook.” Dat helpt wel.

Er zijn, zegt ze, veel mensen die willen dat ze een eigen partij opricht. „In januari ga ik daarover beslissen.” Ze twijfelt. „Ik weet hoe moeilijk zoiets is.” En toch: er is al een ‘werknaam’ voor haar partij. Splinter.

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) vervangt deze week Tom-Jan Meeus.