Inspectierapport Haga Lyceum hoeft niet te worden ingetrokken

Bijzonder onderwijs Het gerechtshof in Den Haag vindt dat het kort geding van de islamitische middelbare school in Amsterdam geen spoedeisend belang meer dient.

Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam.
Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Foto David van Dam

De Inspectie van het Onderwijs hoeft haar zeer kritische rapport over het Cornelius Haga Lyceum niet aan te passen. Dat heeft het Haagse gerechtshof deze dinsdag bepaald. Volgens het hof heeft de omstreden islamitische middelbare school geen (spoedeisend) belang in de zaak, omdat de inhoud van het rapport al wijdverspreid is en het leerlingenaantal van de school blijft toenemen, ondanks de kritiek van de inspectie.

Het Haga wilde met dit hoger beroep in het kort geding de onrechtmatigheid van het rapport vastgesteld krijgen. Volgens het hof „lijkt” de school dit „vooral” te hebben gedaan met het oog op een andere rechtszaak die ze voert, bij de rechtbank Amsterdam. Maar daarvoor is een kort geding „niet bedoeld”, aldus het hof. Het is bedoeld voor een „ordemaatregel totdat in een gerechtelijke procedure uitspraak is gedaan, niet om die procedure te beïnvloeden”.

Zelfverrijking en wanbeheer

Het Haga spande dit kort geding voor de zomer aan om publicatie van het kritische rapport tegen te gaan. Daarin concludeert de inspectie dat de schoolleiding zich schuldig maakt aan wanbeheer, zelfverrijking en belangenverstrengeling. Ook heeft het Haga volgens de inspectie het burgerschapsonderwijs niet op orde. De rechtbank keek toen wel inhoudelijk naar het rapport, maar vond geen „aanknopingspunten dat het onderzoek niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen of dat het oordeel onvoldoende genuanceerd is”.

Direct na dat vonnis gaf minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) het Haga-bestuur een zogeheten ‘aanwijzing’, waarmee hij de twee bestuurders van de school en directeur Soner Atasoy opdroeg te vertrekken. De schoolleiding weigerde dit en in oktober maakte de minister bekend als sanctie de bekostiging van de school te stoppen. Een maand later floot de Raad van State de minister echter terug: hij had zich niet aan zijn eigen regels gehouden en had de financiering slechts stapsgewijs mogen opschorten.

Die uitspraak gaf het Haga wat extra tijd, maar de enige manier waarop de school haar toekomst écht veilig kan stellen, is de laatste zaak die ze nu nog voert: die bij de Amsterdamse bestuursrechter tegen Slobs aanwijzing. In een reactie op het hoger beroep noemt directeur Atasoy het vonnis „een laffe uitspraak van drie rechters die de zaak over het hek hebben gegooid” bij deze bestuursrechter. De minister zegt die uitspraak op 20 januari met „vertrouwen” af te wachten.

Lees ook deze reconstructie over hoe de Onderwijsinspectie haar boekje te buiten ging bij het Haga

‘Tunnelvisie’ van de inspectie

Het inspectie-onderzoek was het gevolg van een ambtsbericht van de AIVD. Die waarschuwde in januari voor antidemocratische tendensen op het Haga en terroristische banden van de schoolleiding. Begin deze maand kwam de toezichthouder van de inlichtingendienst echter met een kritisch rapport waarin ze diens waarschuwingen als deels „onvoldoende onderbouwd” omschreef.

NRC publiceerde vorige week een reconstructie van het overheidsoptreden rond het Haga Lyceum. Daaruit blijkt dat de inspectie aanschoof bij de taskforce die na de AIVD-waarschuwingen in het leven was geroepen om „interventies” tegen de school te bedenken. Inspecteur-generaal Monique Vogelzang ontving aan het begin van het onderzoek een mail waaruit duidelijk werd dat Slob de school wilde sluiten, desnoods „buiten de reguliere onderwijswetgeving om”. Bovendien zetten inspecteurs tijdens het onderzoek het bestuur onder druk om directeur Atasoy aan de kant te zetten.

De onthullingen van NRC leidden tot kritiek van hoogleraren onderwijsrecht, die de inspectie van „tunnelvisie” betichtten en opriepen tot een evaluatie van het handelen van de dienst.