Opinie

Gematigdheid is lang niet altijd een deugd

Een pleidooi voor politieke gematigdheid is vaak een pleidooi voor de belangen van de eigen groep, constateren en .
Illustratie Hajo

In de Verenigde Staten pleitte oud-president Obama in november voor matiging in zijn eigen Democratische Partij en adviseerde hij zijn partijgenoten hun oren niet te laten hangen naar het getwitter van de luidruchtige linkervleugel van de partij. In Frankrijk presenteert Macron zich al langer als de president van het ‘radicale midden’ en in Duitsland weet Merkel als geen ander haar kanselierschap (sinds 2005) te presenteren als het primaat van het redelijke midden.

Ook in Nederland lijkt het politieke midden aan een herwaardering toe. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau vormt maatschappelijke polarisatie de voornaamste zorg van Nederlanders. De Troonrede van dit jaar begon met een pleidooi voor „verstandige compromissen in het brede midden”. Politici, van Jesse Klaver (GroenLinks) en Lodewijk Asscher (PvdA) tot Mark Rutte (VVD) en Wopke Hoekstra (CDA), traden naar voren als vertolkers van een nieuwe gematigdheid.

Hoe belangrijk gematigdheid is, werd eens te meer duidelijk in de boekbespreking Het politieke midden is laf van Sjoerd de Jong (6/12). Hij bekritiseerde de „verbale ontremming”, niet alleen van rechts-radicalen die het ‘cultuurmarxisme’ de oorlog verklaren, maar ook van links georiënteerde auteurs, die in de trek naar het midden de laffe ontkenning ontwaren dat we leven in het „voorstadium van het fascisme”.

Bezien we de ontsporing van het politieke debat in de Verenigde Staten onder Trump, de chaos van de Brexit en de radicalisering van politieke standpunten die ook in Nederland de publieke discussie vaak tot een gesprek tussen doven heeft gemaakt, dan lijkt de roep om gematigdheid heel welkom. Maar als we naar de Europese geschiedenis kijken, moeten we constateren dat politieke gematigdheid in lang niet alle opzichten nastrevenswaardig is.

Gulden middenweg

Om met een goede kant te beginnen: in de westerse geschiedenis is het vermogen de gulden middenweg te bewandelen sinds Aristoteles de hoogste deugd. In de Renaissance werden vele vorstenspiegels geschreven waarin gematigdheid als prudente eigenschap wordt aanbevolen. Een politieke denker als Montaigne zag in gematigdheid de sleutel tot de oplossing van de bloedige religieuze conflicten van zijn tijd. En na de Franse Revolutie koos de eerste generatie liberalen voor een juste milieu als uitweg tussen de bevrijding van de kluisters van het feodalisme en guillotine van de Terreur. Vanaf 1945 zochten gematigde krachten in Oost, West en de Global South een middenweg in de Koude Oorlog tussen communisme en kapitalisme. En recent wordt het beroep op gematigde krachten binnen de islam gezien als belangrijk deel van de oplossing van de veronderstelde clash of civilizations.

Lees ook: De middenpartijen waren altijd al innig verweven met radicaal-rechts

Wat voorstanders echter doorgaans vergeten: de deugd van gematigdheid wordt van oudsher – ook al sinds Aristoteles – toegeschreven aan een zeer beperkt deel van de bevolking: vermogende mannen van middelbare leeftijd die zich niet zouden laten meeslepen door een overdaad aan hartstochten. En volgens liberalen in de negentiende eeuw zouden vrouwen, bedienden, kinderen en koloniale onderdanen door hun natuur niet tot gematigdheid in staat zijn. Ook nu beschouwen academisch geschoolden (zeg maar: de NRC-lezers) de stem van lageropgeleiden nog vaak als uiting van onbeheerste onderbuikgevoelens.

Een beroep op gematigdheid is zo niet meer dan retoriek, bedoeld om politieke tegenstanders als onmatig en irrationeel te kunnen diskwalificeren. Pluchevaste elites praatten in tijden van oorlog en revolutie hun trouweloze windvanengedrag goed met een beroep op het streven naar matiging. Imperialisme en militaire overheersing werden verdedigd met een beroep op de prudente gematigdheid van koloniale bezetter. Met andere woorden: een pleidooi voor gematigdheid is vaak een pleidooi voor de (belangen van de) eigen groep.

Middenweg of ‘derde weg’

Een andere verdachte eigenschap van het discours van politieke gematigdheid is de keuze voor de zogenoemde middenweg of ‘derde weg’ tussen ideologische extremen. Dit ‘derde weg’-denken, vaak tussen communisme en kapitalisme, ontstaat vanaf het einde van de negentiende eeuw. Dit ideologisch pad werd echter niet alleen bewandeld door keurige sociaal-liberalen en even nette sociaal-democraten. De derde weg is ook de route die fascisten van de NSDAP tot en met de Centrumpartij volgden – ‘niet links, niet rechts’. En bij nader inzien bleek de ‘derde weg’ die Blair, Schröder en Kok insloegen naar de ideologische afgrond van het neoliberalisme te leiden. Zo kun je met ‘middenpositie’ of ‘gematigdheid’ elk ideologisch programma verkopen.

Dit alles betekent niet dat politieke gematigdheid helemaal het raam uit moet. Zoals de Roemeens-Amerikaanse historicus Aurelian Craiutu in zijn toonaangevende werk Faces of Moderation stelde: „Politieke moderatie is de kunst van het met elkaar oneens zijn en het erkennen dat er ook waarheid schuilt in het standpunt van de tegenstander”.

Zolang het bij deze etiquette van het politieke debat blijft, is gematigdheid een waardevolle deugd.

Wanneer matiging tot ideologie wordt verheven – of dat nu die van de liberale burgerij, het fascistische alternatief, of de neoliberale derde weg is – verwordt politieke gematigdheid tot ideaal van het radicale midden. Politieke gematigdheid verdient het dus bevorderd te worden, maar met mate.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.