Foto Merlijn Doomernik

Interview

‘Een avond gamen kan heel gezellig zijn’

Intussen thuis Lars Kamp (22) houdt van gamen, zijn moeder Annemarie de Waard (55) wil in haar vrije tijd liever mensen zíen.

Lars Kamp (22) zat aan het begin van zijn middelbare schooltijd bijna elke dag achter de computer. Daar sprak hij met zijn vrienden, hoewel hij geen idee had wie dat waren of hoe ze eruit zagen. Zijn virtuele vrienden begrijpen hem, oordelen niet over zijn uiterlijk of over hoe hij praat. „In de echte wereld had ik geen vrienden. Ik werd gepest, dus vluchtte ik naar een andere wereld. Een wereld waarin ik wel begrepen werd.”

Aanvankelijk viel het zijn moeder Annemarie de Waard (55) niet zo op. Zij „heeft niet zoveel met computers”. Wat haar zoon online doet, snapt ze niet. „Ga lekker buiten spelen, zei ik dan. Die mensen op internet zijn toch je vrienden niet. Voor hetzelfde geld zit er een man van tachtig met je te praten. Ik begreep er niets van.”

Habbo Hotel, Runescape, Pokémon, League of Legends. De games bouwden langzaam een dikke muur om Lars heen. „Het ging slecht met me, ik wilde nergens over praten, deed het slecht op school, alles leed eronder.” Zijn moeder kreeg het in de gaten en ging met hem naar de huisarts. Een kwartier later stonden ze weer buiten, met een verwijzing naar de psycholoog.

Lees ook: Alles voor de experience

Die constateerde een gameverslaving, maar kreeg weinig vat op Lars. Dus besloot zijn moeder dat zijn omgeving moest veranderen. Lars ging naar een andere school, waar hij nieuwe vrienden maakte die wél zijn „homo-zijn” accepteerden. Al snel kreeg hij daar ook zijn eerste relatie. Lars: „Die jongen sleepte me overal mee naartoe. Daardoor wilde ik niet eens meer gamen, maar bij hem zijn.” De computer bleef wat vaker uit.

Zijn moeder was opgelucht dat hij wat meer achter het beeldscherm vandaan kwam. Zelf maakt ze alleen gebruik van een computer voor haar werk. Annemarie: „Voor hem is dat zo ongelooflijk lastig te begrijpen. Als ik een spelletje op mijn telefoon zet, speel ik dat hooguit een of twee keer. Daarna denk ik: ik vind er niets aan. Het zit gewoon niet in me.”

Tegenwoordig gamet Lars nog steeds, maar niet meer zoveel als vroeger. En nog altijd begrijpt zijn moeder daar weinig van. Mensen zien, dat vindt ze belangrijk. „Op een toetsenbord kun je heel makkelijk dingen tikken, zonder emotie. Misschien is dat wel heel ouderwets van mij hoor, maar daar schaam ik me niet voor. Gezelligheid vind ik niet door in mijn eentje achter een computer te zitten, daar ben ik niet mee opgegroeid. Dit is een heel ander tijdperk.”

Haar zoon denkt daar anders over. Hele avonden speelt hij met zijn beste vriendin samen een computerspelletje, ze eten sushi, drinken een fles rosé, allebei achter een eigen scherm. „Heel gezellig. Ik kan het iedereen aanraden.”

Hij op zijn beurt begrijpt ook zijn moeder niet. Dat ze alleen maar bordspellen wil spelen en elke zondagochtend met een vriendin naar de film gaat, bijvoorbeeld. Tijdverspilling, noemt hij dat.

Sinds zijn moeder een jaar geleden werd gediagnosticeerd met een goedaardige tumor in haar hoofd, zit ze vaker thuis en is die ‘tijdverspilling’ behoorlijk toegenomen. Zo’n vijf uur per dag kijkt ze naar series op Netflix, „geen films”. En als er voetbal op tv is, kijkt ze daarnaar. Haar zoon kijkt dan niet mee, hij vindt voetbal „saai”. „Mensen die een beetje een bal heen en weer trappen. Wat is daar nou leuk aan?”

Heel soms vinden ze een gemeenschappelijke vrijetijdsbesteding. Voor de tumor gingen ze samen naar concerten. Dat is nu onmogelijk, zegt Annemarie: „Ik kan niet tegen grote mensenmassa’s.” Dus kijken ze soms een serie die haar zoon uitzoekt, zoals Gossip Girl of Girlmore Girls. Lars: „Het moet mij vanaf het begin pakken, anders houd ik het niet vol.” Hij doet ook wat vaker mee met bordspellen, zoals Catan. „Dat is ons verbindende momentje.”