Diepvriespizza’s en koffiecups verdrijven het boerengevoel uit de supermarkt

Wat eten we? Staan we als consumenten te weinig stil bij het voedsel dat boeren produceren?

‘Zonder boeren geen eten, dat moeten ze in Den Haag niet vergeten.” „Hou je van kaas, vlees of friet,/ Zonder boeren zijn die er niet.” De boeren zijn de laatste maanden volijverig aan het rijmen om ons het belang van hun voedselproductie onder de neus te wrijven. Boeren produceren voedsel en wij consumenten en kiezers moeten daar maar eens bij stilstaan.

Doen we dat dan niet?

Dat is de vraag. Het is heel makkelijk om de boer min of meer te vergeten als je voedsel inkoopt, behalve dan als het gaat om onbewerkte producten. Knolselderie, boerenkool en prei, ja, die ademen de sfeer van het platteland, van akkers en boeren en grond. Een zakje gescheurde slablaadjes al veel minder, maar toch nog wel een beetje. Op de groenteafdeling denk je aan de boer.

Ook op de zuivelafdeling bij een pak melk of yoghurt waar men tegenwoordig voor de zekerheid koeien op afbeeldt of de stadstuttige naam ‘boer’n yoghurt’ op zet – maar een pot chocolademousse associeert waarschijnlijk niemand sterk met de boerderij. Kaas is dan weer wel ‘boers’, dat wil zeggen: Nederlandse kaas. Franse kaas komt voor verantwoordelijkheid van de Franse regering.

Dan hebben we nog een derde afdeling waar een boerengevoel de kop op zou kunnen steken: de vleesafdeling. Een karbonade en een verse worst, net als alle andere stukken onbewerkt vlees, die hebben van doen met dieren en veehouderij. Niet iedereen vindt het fijn om daaraan te denken, maar dat is weer wat anders. Huismerken als ‘greenfields’ of ander Iers rundvlees geven weer geen aanleiding om de boerenrijmen te beamen, want dát vlees komt ook wel als ze hier wat minder stikstof produceren.

Waar blijft het brood? zult u vragen. Tja. Nederlandse tarwe wordt voornamelijk voor veevoeder gebruikt, omdat-ie vrij weinig gluten bevat. Koekjes daarentegen worden vaker van onze eigen bloem gebakken – dus denk eens aan de boeren bij de rol Verkade of de luxe gember-roomboterkoekjes (nou ja, de gember dan weer níét).

De boeren die onlangs op de Dam in Amsterdam stonden, deelden hun producten uit om de mensen bewust te maken van het belang van de boerderij voor het dagelijks eten. Er waren kadetjes met kaas en met kalfshamburgers, snoeptomaatjes, appelen, patat friet en toastjes met eiersalade. Dat bleef allemaal dicht bij de duidelijke producten. Intussen liggen de supermarkten verder helemaal vol met on-boers eten. Een pak soep heeft weliswaar meer afstand tot de boerderij dan diepvriesdoperwtjes, maar het verband is nog wel te leggen. Maar er zijn heel veel spullen die totaal niet met enige protesterende boer geassocieerd kunnen worden: pindakaas, mango-ijs, hagelslag, chocoladerepen, zoutjes, tomatenketchup, specerijen, blikjes vis, kant-en-klaarsauzen, taco’s, koffiecups, diepvriespizza’s – in een supermarkt heeft men niet gauw het gevoel dat de Nederlandse boer zo’n belangrijke rol speelt in ons dagelijks eten.

En dat het overgrote deel van de agrarische productie voor de export bestemd is, zie je al helemaal niet.