Opinie

Laat de joods-christelijke erfenis niet over aan de politici van nieuw-rechts

Politiek Wie iets van de joods-christelijke erfenis wil begrijpen, moet haar metafysische ideeën serieus nemen. Zonder deze ideeën wordt die cultuur een bot politiek middel, in plaats van een cultureel thuis, schrijft .
Geboorte van Christus, gebrandschilderd raam in de St Michielskathedraal in Brussel
Geboorte van Christus, gebrandschilderd raam in de St Michielskathedraal in Brussel Foto iStock

Bijna Kerst – tijd voor het jaarlijkse cultuuroorlogje. Kan de kerststal nog wel, is het ‘feeststol’ of ‘kerststol’, en heeft de supermarkt het nu over ‘Kerst’ of ‘winterfeest’? Uit weerzin tegen deze en andere verbeten discussies zit de term ‘joods-christelijk’ bij veel mensen in het verdomhoekje, zeker in politieke context. Velen willen de joods-christelijke erfenis liefst helemaal ontdoen van een politieke betekenis. Is het immers niet vooral een stok om moslims mee te slaan?

Deze terugtrekkende beweging is onverstandig. Inderdaad, Thierry Baudet en Geert Wilders zijn aan de haal gegaan met de term ‘joods-christelijke erfenis’. Maar juist dan moeten verwanten van die erfenis, partijen als het CDA en de ChristenUnie, van zich laten horen. De politieke betekenis van deze erfenis is te belangrijk om over te laten aan ‘nieuw-rechts’. De samenleving heeft baat bij de zuurstof die de fundamentele ideeën uit de joods-christelijke erfenis bieden.

Het is opvallend hoe weinig de felste verdedigers van de joods-christelijke cultuur raad weten met deze fundamentele ideeën. Dat zegt wellicht iets over hun motieven. Wilders vatte in 2015 de joods-christelijke cultuur samen met „opkomen voor je eigen volk”. Baudet ziet de opstandingsgedachte als leidmotief voor de Westerse beschaving, maar koppelt die los van de metafysische grondslagen van het christendom. Wie iets van de joods-christelijke erfenis wil begrijpen, moet echter juist haar metafysische ideeën serieus nemen. Zonder deze ideeën wordt die cultuur een bot politiek instrument, in plaats van een cultureel thuis.

Iedereen heeft basisovertuigingen over de aard van de werkelijkheid – noem het metafysische ideeën. Opvallend genoeg zijn het juist eigentijdse denkers met enige afstand tot het jodendom of christendom, zoals de Fransman Luc Ferry of de Brit Larry Siedentop, die erop wijzen dat onze basisovertuigingen vaak joods-christelijke wortels hebben. Dit is ook politiek gezien van belang. Aan de hand van drie van deze ideeën wordt dit duidelijk.

De democratische samenleving vergt een zekere terughoudendheid als het gaat om het eigen gelijk

Het eerste idee is dat van menselijke gelijkwaardigheid. Dit is te herleiden tot het vroege christendom, in het bijzonder tot de apostel Paulus. Anders dan gangbaar in zijn tijd, neemt Paulus vrijheid tot uitgangspunt van de moraal. Niet de natuur, maar de wet van liefde die God in ons hart schrijft, is voor Paulus bron van ons handelen. Die innerlijke stem die elk mens kan horen geeft ieder een gelijke positie naast anderen. Het maakt niet uit of je Jood of Griek, man of vrouw, slaaf of vrij bent, stelt Paulus. Dat zorgde voor een fundamentele verandering in de manier waarop mensen nadachten over hun onderlinge verhoudingen, iets dat bepalend werd tot in deze tijd. Een nieuwe impuls is echter geen overbodige luxe.

Lees ook: Larry Siedentops boek Inventing the Individual leest als een alternatief kerstverhaal: Liberalisme is een kind van het christendom

De individuele persoon

Een tweede relevant idee is dat van de individuele persoon. Ook hier speelt het christendom – als een vertakking van het joodse denken – een cruciale rol. Het geloof van de christenen in de opstanding van Jezus van Nazareth, en de belofte van een leven na dit leven, zorgde ervoor dat het individu het brandpunt werd van immortaliteit en eeuwigheid. Niet zozeer de familie of het leven als zodanig, maar élke persoon is van eeuwigheidswaarde. Elk individu is als het ware het toneel waarop God zichzelf zichtbaar maakt. Het individu kent daarom een eigen heiligheid, is dus beschermwaardig en drager van recht.

Opnieuw doet dit behoorlijk modern aan, en ook hier geldt dat een nieuwe impuls geen overbodige luxe is.

Met deze twee ideeën zijn we er echter nog niet. Gelijkwaardigheid en individualiteit kunnen nog zulke mooie ideeën zijn, maar als ze niet gepaard gaan met de diepe overtuiging dat het belangrijk is om op anderen gericht te zijn, dreigt alsnog politieke onverdraagzaamheid. Behalve gelijkwaardigheid en individuele persoonlijkheid hoort daarom ook gerichtheid op de ander bij de joods-christelijke erfenis. En juist op dat punt blijft het stil bij de meest luidruchtige verdedigers ervan.

Joodse denkers benadrukken steeds weer dat we anderen niet als verlengstuk van onszelf of onze eigen groep kunnen beschouwen. ‘De ander’ is juist degene die als het ware ontsnapt aan onze waarden, definities en overtuigingen. En pas als ‘ik’ dat accepteer, ontstaat er ruimte voor ‘ons beiden’, en daarmee voor een verhouding in waarheid. Jezus zelf gaf hier ook iets van weer, toen hij over zichzelf zei dat híj de weg, de waarheid en het leven is. Even eerder had hij zichzelf niet te verheven gevoeld om de voeten van zijn discipelen te wassen. Daarmee gaf hij als het ware zijn boodschap zelf gestalte. Waarheid is niet zozeer eigen bezit, maar iets dat we ontvangen en doorgeven.

Lees ook: Het overdreven doemdenken over de ‘ondergang’ van Europa

Karl Popper

Juist dit idee, noem het altruïsme, is ook politiek gezien van betekenis. Dat wordt duidelijk bij een denker als Karl Popper. In zijn monumentale boek The Open Society and its Enemies (1945) schrijft Popper dat democratie niet slechts een kwestie is van vorm of instituut, maar vooral van een attitude. Popper noemt die: rationalisme. Rationalisme vergt dat we steeds opnieuw open willen staan voor de kritiek van anderen. Het vergt dat we gericht willen zijn op verbetering door gezamenlijk denken en handelen. En het vergt een zekere terughoudendheid als het gaat om het eigen gelijk. Deze houding, die onze democratie en vrije samenleving in stand houdt, hebben we volgens Popper mede te danken aan het christendom.

De diepe overtuigingen van gelijkwaardigheid, individuele persoonlijkheid en altruïsme zijn kernwaarden van onze samenleving. Juist daarom moeten degenen die er voeling mee hebben deze erfenis niet overlaten aan nieuw-rechts. Het is geen statisch politiek instrument om integratie af te dwingen of gradaties in Nederlanderschap mee aan te brengen. Het is een rijkdom aan basisovertuigingen die het waard zijn om door te geven en die een cultureel thuis kunnen bieden.

Het is daarom van cruciaal belang dat joden, christenen en aanverwanten deze drie fundamentele ideeën aan elkaar blijven verbinden en politiek blijven uitdragen. Samen zijn deze ideeën de zuurstof van onze vrije samenleving. De culture war rondom het kerstfeest vormt hiervan helaas een betreurenswaardig bewijs. Zonder de zuurstof van deze ideeën wordt het erg benauwd.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.