Opinie

Kerstidylle in Baambrugge

Jannetje Koelewijn

Jaap Dorland (90), zestig jaar lang de kameraad van wijlen dominee Schouten, heeft een beroerte gehad, begin augustus. Een paar dagen daarvoor was ik nog bij hem op bezoek geweest, in Baambrugge. Wegens lekkage was het dak van het huis en Jaap had zich teruggetrokken in de keuken, waar hij koffie voor me zette en zei dat hij het best gezellig vond, die werkmannen met hun hamers en boren boven zijn hoofd. We hadden foto’s zitten kijken van hem als kleine jongen op Marken, een eiland toen nog, en hij vertelde over de aardappelschillen die hij ’s middags bij de huisvrouwen ophaalde. „Die verkocht ik voor 2 cent de emmer aan de boer en de kunst was dus” – grinnik, grinnik – „om ze niet te hard aan te stampen.”

Vrijdag was ik weer bij hem en hij wees naar de drempel tussen de keuken en zijn slaapkamer. Dáár had hij zijn beroerte gehad. Gelukkig had hij zich kunnen vastgrijpen aan de deurpost en na verloop van tijd was het hem gelukt om op zijn billen naar de telefoon te schuiven. De buren hadden onmiddellijk 112 gebeld. Alle Amsterdamse ziekenhuizen waren vol en zo was hij in Purmerend beland. Kwam dat even goed uit. Purmerend ligt vlak bij Marken. Neven, nichten, iedereen kwam op bezoek. Daarna: twee zware maanden in een verpleegtehuis. „Tien kilo afgevallen”, zegt hij. „Ik was zo verschrikkelijk moe dat ik niet eens meer wilde eten.” Maar weer had hij geluk, want hij kon nog praten en de fysiotherapeut leerde hem opnieuw lopen, achter een rollator. En toen mocht hij naar huis.

Het dak ligt er weer op, maar nu dreigen de buitenmuren in te storten, dus Jaap woont nog altijd in de keuken, waar hij – langzaam, langzaam – koffie voor me zet en zegt hoe gezellig het is, die werkmannen met hun schuurmachines in de voorkamer. De buren hebben zijn belangrijkste spullen om hem heen gezet en elke avond brengen ze hem een bord eten. „Lekker eten, op een mooi bord.” De buurvrouwen – het zijn er drie – helpen hem om beurten voor het slapengaan met zijn steunkousen en de mannen, ook drie, komen bij hem televisiekijken als Ajax speelt. „Ze hebben me allemaal uitgenodigd voor Kerst”, zegt Jaap terwijl hij met zijn nog wat onwillige rechterhand melk probeert op te schuimen. „Maar dat doe ik niet, want dat is me te druk.” Ik kijk naar de kerstrozen die hij van de buren heeft gekregen, naar het kerststukje van de kerk, en vraag me af of hier nu echt geen vuiltje aan de lucht is. Ondertussen vertelt Jaap over de vrouw die bij hem schoonmaakt, een Irakese, voorheen vluchteling. Vier zoons heeft ze en wat doen ze het goed. „Eén is afgestudeerd als onderwijzer.”

Jannetje Koelewijn(j.koelewijn@nrc.nl) vervangt deze week Lotfi el Hamidi