Cruijff wilde ‘geen dief van eigen zak’ zijn

Ewoud Sanders

Woordhoek

Omdat wij Nederlanders niet graag dieven zijn van onze eigen portemonnee, is december uitgegroeid tot overstapmaand. Als er wat te besparen valt, stappen wij over naar een andere ziektekostenverzekering, energieleverancier of internetaanbieder.

Ik heb het altijd een beetje onnozele en platte uitdrukking gevonden, dief van je eigen portemonnee, want je besteelt jezelf niet maar bent hoogstens onoplettend, gemakzuchtig of lui. Maar zo zeggen we dat nu eenmaal en via het Genootschap Onze Taal bereikte mij de vraag: sinds wanneer?

Om te beginnen is het volgens mij een typisch Nederlandse uitdrukking. De Van Dale Nederlands-Engels vertaalt hij is een dief van eigen portemonnee met he robs/is robbing his own purse, maar bij mijn weten is dat voor Engelsen net zo gangbaar als make that the cat wise.

Voor zover bekend dateert de uitdrukking dief zijn van eigen portemonnee van eind jaren zestig. Opvallend is dat de vroegste vindplaatsen zijn opgetekend in voetbalkringen. Zo zei voetbaltrainer Bas Pauwe in 1968 tegen de Volkskrant, over een clubwissel: „Als huisvader mag je nu eenmaal geen dief van je eigen portemonnee zijn.”

En in 1973 schreef scheidsrechter Frans Derks in een boek: „Voetballers zelf zullen er alles aan moeten doen om de mensen te dwingen weer naar voetbal te komen kijken. Als ze dat niet doen zijn ze ‘dief van hun eigen portemonnee’, om een geliefkoosde term van henzelf te gebruiken.”

Het idee dat je jezelf kunt bestelen is stellig ouder. In een bron uit 1822 vond ik dief van eigen rust, in 1847 dief van eigen bezit, in een tekst uit 1850 dief van eigen schat, en in 1968 dief van eigen zak.

Dief van eigen zak brengt ons bij Johan Cruijff. Die publiceerde op z’n 21ste zijn boek De aanvalsspits. In het hoofdstukje „Geen dief van eigen zak” legt hij uit dat profvoetballers kort de tijd hebben om financieel hun slag te slaan. En daarom verklaarde hij, nadat hij in 1968 was verkozen tot Voetballer van het Jaar, dat hij niet kon beloven dat hij altijd bij Ajax zou blijven.

In Cruijffs woorden: „[Ik zei] dat ik Ajax een heel fijne club vind, maar dat ik ‘geen dief van m’n eigen zak mag worden’. Ik weet heus wel wat clubliefde is, maar ergens trek ik een grens.”

Omdat de uitdrukking aanvankelijk vooral door mannen werd gebruikt en je eigen zak tot misverstanden kan leiden, denk ik dat dit snel is vervangen door het ondubbelzinnige je eigen portemonnee. Bovendien vermoed ik dat dief zijn van eigen portemonnee vanuit voetbalkringen in het Nederlands is verbreid, met dank aan de zakelijke Cruijff.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders

Frits Abrahams is tot 3/1 afwezig.