Autobranden, granaten en schietpartijen: de Antwerpse drugsoorlog ontspoort

België Antwerpen schrikt deze maand op van aanslagen met granaten. Onschuldige burgers lijden onder de onrust in het drugsmilieu.

Ook een huis tegenover de woning van burgemeester Bart De Wever werd beschoten.
Ook een huis tegenover de woning van burgemeester Bart De Wever werd beschoten. Foto Wim Kempenaers

Het is een dinsdagnacht rond 01.00 uur. Jokelien en haar man liggen al in bed als de politie aanbelt. „We schrokken, waren bang dat er iets met een familielid was. Waarom zouden ze anders op dat tijdstip aanbellen?” Jokelien – haar achternaam wil ze uit veiligheidsoverwegingen liever niet in NRC – vertelt aan de keukentafel, terwijl haar man in de huiskamer met hun zoontje speelt.

Ze woont in de Marsstraat in Antwerpen-Berchem. Een rustige straat, tot die nacht dat hun auto volledig uitbrandt. Er is een molotovcocktail in gegooid. „In eerste instantie was de politie wantrouwig en wilden ze weten wie het gedaan kon hebben”, zegt Jokelien. „Ze kregen al snel door dat we geen idee hadden.” Het Antwerpse drugsmilieu zat achter de brand. Steeds vaker worden ‘gewone’ burgers geconfronteerd met afrekeningen.

Link met Nederland

Antwerpen, met z’n grote, moeilijk te controleren en centraal gelegen haven, groeide de laatste jaren uit tot cocaïnehoofdstad van Europa. Maar de war on drugs van burgemeester Bart De Wever hiertegen verloopt niet soepel. De drugsmaffia bedreigt geregeld politiemensen, vertelde de chef van de drugsafdeling recent in De Standaard. Corruptie onder havenarbeiders, ambtenaren en agenten neemt toe, terwijl de politie met personeelsgebrek kampt. Naar schatting wordt slechts 10 procent van de cocaïne onderschept.

Het is lastig om opdrachtgevers te pakken, zeker als die in het buitenland zitten. Zoals Nederland. Vanuit Antwerpen gaat rond de 80 procent van de cocaïne naar het buurland, om daar verder verspreid te worden.

Met de groeiende handel neemt ook het geweld toe. Criminelen worden ontvoerd of raken vermist, er vinden regelmatig afrekeningen plaats. Antwerpen krijgt steeds vaker te maken met autobranden, granaataanslagen en schietpartijen. Bijna altijd zitten daar conflicten tussen criminele organisaties achter. En die vergissen zich ook weleens.

Twee maanden na de molotovcocktail schoten Jokelien en haar man weer ’s nachts wakker. „Het was alsof er vuurwerk in ons huis was afgegaan.” Twee huizen verderop bleken granaten te zijn afgegaan. De gevel van het huis was zwaar beschadigd, autoruiten sneuvelden. „De bewoners van het huis aan de overkant zijn op de grond naast hun bed gaan liggen die nacht, ze dachten dat er op hen geschoten werd.”

De aanslag bleek een foutje. Een vroegere straatgenoot werkte in de haven. „Waarschijnlijk hadden ze die bang willen maken door een paar maanden eerder onze auto in brand te steken. Hij is daarna verhuisd.”

Het geweld zou draaien om een gestolen partij drugs, schrijven Belgische media. De dief zou zelfs zijn dood in scène hebben gezet om wraak te ontlopen. Zonder succes: na aanslagen in voorjaar en zomer werd de stad deze decembermaand weer opgeschrikt door een reeks aanvallen die op hem gericht zouden zijn.

Deze week werd ook geschoten in de buurt waar de burgemeester woont. Niet lang daarvoor werd de woonkamer van een 74-jarige weduwe doorzeefd met elf kogels. De schutters bleken weer fout te zitten: ze hadden geschoten op de Oudebaan in het district Ekeren, maar moesten op de Oudebaan in district Wilrijk zijn. Een paar dagen later deden ze het daar nog eens over.

De woonkamer van een 74-jarige weduwe werd per vergissing met kogels doorzeefd.

Foto Koen Fasseur

De incidenten komen De Wever op veel kritiek te staan. De oorlog tegen drugs is niet alleen mislukt, „maar zelfs contraproductief”, zei Jinnih Beels van de sociaal-democratische SP.A. Na de schietpartij op de Oudebaan sprak strafpleiter John Maes zijn vrees uit voor een vergismoord, zoals die in Amsterdam: „We moeten ons hart vasthouden dat er binnenkort niet eens een granaat verkeerd vliegt en een burger sterft.”

Kristof Aerts van het parket Antwerpen begrijpt dat aanslagen „een grote impact hebben op het onveiligheidsgevoel in onze samenleving”. „Het aantal ‘vergissingen’ is gelukkig echt heel erg klein, maar uiteraard is de impact van een granaat die voor een rijtjeshuis in een woonwijk ontploft erg groot.” Hij spreekt van een omertà bij slachtoffers uit het milieu: „De lippen blijven stijf op elkaar.”

De schade aan de auto van Jokelien werd niet gedekt door de verzekering. Pas als een dader is gevonden, kan ze vergoeding krijgen. „We begrepen dat voor dit soort klusjes vaak mensen uit Nederland worden ingehuurd, en die zijn moeilijker te traceren. Na drie maanden werden wij gebeld door de politie. Of we al wisten wie onze auto in brand had gestoken.”