Archeoloog Ghazwan Yaghi (rechts) en Gerard Engel in Yaghi’s kantoor aan de Universiteit Leiden.

Foto Lars van den Brink

Interview

Archeoloog, vluchteling, wéér archeoloog

Ghazwan Yaghi, archeoloog Met een NWO-beurs en een crowdfundingsactie probeert de Syrische Ghazwan Yaghi zijn onderzoek in Nederland voort te zetten.

„Een voorrecht!” noemt Ghazwan Yaghi de NWO-beurs waarmee hij zijn onderzoek naar islamitische archeologie en architectuur kan voortzetten. De Syriër kwam vijf jaar geleden met zijn gezin naar Nederland. Hij was een van twaalf gevluchte academici die begin 2019 zo’n beurs ontvingen. Toch doemde al gauw de vraag op: wat gebeurt er na dat jaar?

Nadat hij een eerder interview met Yaghi en zijn vrouw Lamis Yaghi in NRC las, besloot Gerard Engel een crowdfundingsactie op te zetten. Met een streefbedrag van 40.000 euro hoopt hij dat de archeoloog in elk geval nog een jaar langer onderzoek kan doen.

Engel vindt het belangrijk dat het onderzoek naar cultureel erfgoed in Syrië wordt voortgezet en experts als Yaghi hier weer hun carrière kunnen oppakken, vertelt hij in Yaghi’s kantoortje naast de universiteitsbibliotheek in Leiden. „Op de universiteit zeiden ze: ‘Wat leuk, daar willen we graag aan meedoen’. Ik denk dat we in juni voor het eerst kennismaakten.” De actie loopt nog tot 5 januari, er is al ruim 36.000 euro opgehaald. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zoekt ook naar geld om het onderzoek van deze groep academici te verlengen.

Nederlands paspoort

En er is meer goed nieuws: daags voor het interview heeft Yaghi zijn Nederlandse paspoort opgehaald. „Er was een ceremonie, het was feestelijk en ik moest een aantal verklaringen afleggen”, vertelt hij. Nu kan zijn jongste zoon ook naturaliseren, de procedure van zijn vrouw en andere zoon lopen nog. Een paspoort vergroot de kans dat hij kan blijven werken aan de universiteit, hoopt Yaghi.

Toegangsportaal van de al-Twarizi moskee in Damascus.

Foto Ghazwan Yaghi

Hij voelt zich op zijn plek bij de vakgroep van Gabrielle van den Berg, hoogleraar cultuurgeschiedenis van Iran en Centraal-Azië. Yaghi: „De sfeer is heel motiverend, ik heb veel mensen leren kennen die verwant onderzoek doen. En de groep is heel divers, de meeste mensen komen uit het buitenland. Dat laatste heeft ook wel nadelen, haha, als je collega tegen dezelfde vragen over het academische systeem aan loopt in Nederland als jij.”

Engel, die net als de Yaghi’s in Houten woont, kreeg de afgelopen maanden veel mee van Yaghi’s onderzoek. „Het gebied waar de groep zich op richt, doet denken aan de Oude Zijderoute”, voegt hij toe. „Er is eeuwenlang handel geweest tussen die streken, dus de culturen hebben veel met elkaar te maken.”

Lees ook: In Syrië wás hij iemand. Hier heeft archeoloog Ghazwan een tijdelijk contract

In Damascus werkte Yaghi als archeoloog samen met Unesco om erfgoed te herstellen, schreef hij artikelen en boeken, en was hij directeur van het Historisch Museum. Yaghi: „De hulp van NWO gaf een nieuwe horizon aan mijn werk, en het initiatief van Gerard voegt daar nu een nieuwe aan toe.”

Zijn vrouw en kinderen zijn „heel blij” dat Yaghi weer werk heeft, vertelt hij. „Het was heel moeilijk om een baan te vinden. Ik ben heel gespecialiseerd, dus ik kan op weinig andere plekken werken.” Het is belangrijk dat vluchtelingen hulp krijgen bij het vinden van passend werk, beaamt Engel: „De hulp die wordt geboden draait vaak om het opvangen en helpt ze te overleven. Dat is mooi, maar het is uiteindelijk niet genoeg. Daarna willen veel mensen aan het werk, en ze kunnen vaak ook echt wat.” En juist bij deze vakgroep kan hij écht wat toevoegen, vindt Yaghi. Zijn werk aan de universiteit helpt zijn gezin zich bovendien thuis voelen in Nederland.

In de loop van 2020 gaat de tweede ronde van het NWO-programma van start, en ontvangt een nieuwe groep vluchtelingen een beurs. De naam ‘Vluchtelingen in de Wetenschap’ is vervangen door Hestia. Een geweldige naam, vindt Yaghi: „Hestia is de Griekse godin die staat voor het vinden van een nieuwe plek en nieuwelingen verwelkomt.”

Nog zoveel vragen

Yaghi richtte zich dit jaar op hoe de Mammelukken, een militaire elite van onder andere Turkse origine, hun macht toonden en rechtvaardigden in middeleeuws Damascus. Hij kijkt hoe dit zich uitte in de architectuur. „Mag ik je wat laten zien?”, vraagt Yaghi. Uit een blauw mapje haalt hij plattegronden van Damascus en het Khalil al-Tawrizi-complex. „Van Azië tot aan Andalusië zie je dit nergens bij een moskee, dit is een unieke plattegrond. ”

De Mammelukse emir van Damascus liet een heiligdom midden in een woonwijk bouwen, om er na zijn dood begraven te worden. „Maar de lokale Arabische elite zei: dat kan niet zomaar, je moet het legitimeren, er een moskee bij bouwen. Dat wilde hij niet, maar onder druk van die lokale elite voegde hij er toch steeds iets aan toe”, vertelt Yaghi enthousiast. Het resultaat is een atypisch ingedeelde moskee met bijvoorbeeld een losstaande minaret aan de overkant van de straat, en de rechtbank in een achterhoek in plaats van in het midden van het complex.

Inscriptie met het jaartal 1422 boven de deur van de moskee.

Foto Ghazwan Yaghi

Ook ontdekte Yaghi dat de eerste gebedsdienst pas een jaar later plaatsvond dan de inscriptie bij de ingang (1422) van de moskee. Dat ziet hij als een aanwijzing dat de bouw ervan in dat jaar nog helemaal niet klaar was en de inscriptie waarschijnlijk naderhand is aangepast.

Yaghi hoopt zijn onderzoek te kunnen verlengen. „Ik heb nog zoveel vragen en dingen om te onderzoeken”, lacht hij. „Ik ben er met behulp van iemand die nog in Syrië zit achter gekomen dat de losstaande minaret en de moskee waarschijnlijk toch verbonden waren door middel van iets als een grote boog.”

En hij wil komend jaar eindelijk zijn boek over de architectuur in het Mammelukkensultanaat uitgeven. „Ik wilde het al in 2013 in Damascus laten drukken, maar door de oorlog werd het chaos. Er was niet eens papier.” Het laatste manuscript werd samen met hun huis verwoest en als verloren beschouwd.

Totdat Yaghi dit jaar een kopie vond in zijn Dropbox-account. „Het was een van de meest recente manuscripten. Daarna vond ik mensen bij uitgeverij Koninklijke Brill die mij graag wilden helpen. Ik denk dat het een van de belangrijkste boeken ter wereld wordt over residentiële architectuur in het Mammelukkensultanaat.”