Mariëlle Hoebers-Dankers: „Dat ze niet kunnen bewijzen wat er is gebeurd, dat kan ik begrijpen. Omdat ik zelf niks meer weet. Maar dat ik dan word vervolgd en veroordeeld, is echt vernederend.”

John van Hamond

Interview

Ze twijfelde over aangifte van verkrachting: ‘Straks geloven ze me niet’

Veroordeling Omdat de 48-jarige Mariëlle Hoebers-Dankers dacht dat ze gedrogeerd en seksueel misbruikt was, deed ze aangifte. Uiteindelijk werd ze zelf veroordeeld, voor het doen van een valse aangifte.

‘Vrouw veroordeeld die verkrachting verzon om vreemdgaan te verhullen’, kopt de NOS begin november op de website. In het Brabantse Asten, een dorp met 16.000 inwoners, is het nieuws het gesprek van de dag. De vrouw om wie het gaat, krijgt appjes. Vrienden vragen: „Hebben jullie ons dan anderhalf jaar voorgelogen?”

Mariëlle Hoebers-Dankers deed ruim twee jaar geleden aangifte van verkrachting. Afgelopen november werd ze veroordeeld voor het doen van een valse aangifte, haar man Bas Hoebers vanwege laster. Bas en Mariëlle willen hun verhaal vertellen, omdat ze zich sinds de uitspraak vanwege de media-aandacht aan de schandpaal genageld voelen, ze durven zelfs niet meer naar de sportwedstrijden van hun eigen kinderen te gaan. „Ik heb lang getwijfeld of ik wel aangifte moest doen na wat mij is overkomen”, zegt Mariëlle Hoebers, tijdens het gesprek op kantoor van haar advocaat Peter Schouten. „Maar dat ik uiteindelijk zélf veroordeeld zou worden, had ik nooit verwacht.”

Op zondag 3 september 2017 is er een bierproeverij in een café in Asten. Mariëlle Hoebers gaat er met vrienden heen, zonder Bas, die is ziek. Bas (50) en Mariëlle (48) zijn nu 24 jaar samen, waarvan dertien getrouwd. Ze hebben drie kinderen. Hij werkt als IT-consultant, zij is huisvrouw. Ze wonen sinds 2000 in Asten, en kennen veel dorpelingen.

Mariëlle drinkt tijdens de proeverij zes kleine proefbiertjes, zegt ze. Daarna gaan haar vrienden naar huis, en wordt ze aangesproken door twee jongens die ze uit het dorp kent. Daarna herinnert Mariëlle zich niks meer, tot het moment dat ze naakt is en wakker wordt geschud door een man die ze niet kent, op een bed dat ze niet kent. Het voelt alsof haar lichaam „vol met watten zit”. Beneden hoort ze haar man Bas tegen iemand schreeuwen.

Bas was die avond in slaap gevallen voor de televisie. Rond half drie wordt hij wakker, maar zijn vrouw is nog niet thuis. Hij fietst naar het café van de bierproeverij, uit een huis tegenover het café komen drie mannen, van wie hij er twee herkent uit het verenigingsleven. „Ik heb aan die jongens gevraagd of ze Mariëlle hebben gezien. Maar ze wisten nergens van, zeiden ze.”

Voor het huis ziet Bas de fiets van zijn vrouw staan. Hij hoort harde muziek, maar ziet niemand in de woonkamer. Bas schreeuwt, bonkt op de deur, uiteindelijk doet de bewoner in ochtendjas de deur open. Bas: „Hij zei eerst dat er niemand in zijn huis was en daarna gooide hij de deur dicht. Toen ik bleef kloppen, werd ik binnengelaten.”

Lees ook: Haar verkrachter woonde al die tijd om de hoek

Boven aan de trap ziet hij zijn vrouw staan, ze heeft zich inmiddels aangekleed, en houdt zich vast aan de balustrade. „Ik riep: ‘Wat doe je hier!’ Geen enkele reactie. Ze had gigantische ogen, zo had ik haar nog nooit gezien. Ik dacht één ding: we moeten hier weg.”

Thuis belt Bas de politie, onder meer door de staat waarin hij zijn vrouw aantreft, vermoedt hij een misdrijf. „Toen ik de politie belde, zeiden ze dat ik er nog een nachtje over moest slapen.” Wel gaan Bas en Mariëlle rond zes uur ’s ochtends naar de huisartsenpost, waar een arts urine afneemt, waarschijnlijk om een blaasontsteking uit te sluiten. Thuis zegt Bas tegen Mariëlle dat ze niet mag douchen, omdat ze dan eventuele sporen kan uitwissen.

Excuses van de politie

Als Mariëlle op maandagochtend wakker wordt, is ze nog steeds erg suf. „Ik had steeds meer het gevoel van: wat is er gebeurd?” Ze gaat samen met Bas naar de huisarts, volgens het echtpaar zei de arts ‘het protocol’ in dit soort gevallen niet te kennen. Daarna belt de politie terug, zegt Bas. „We kregen toen excuses dat we niet meteen die nacht langs konden komen op het bureau.”

Bij de politie gaan Mariëlle en Bas apart in gesprek. Mariëlle krijgt zoals gebruikelijk twee weken bedenktijd of ze aangifte wil doen. Volgens het koppel zegt de politie dat ze geen advocaat nodig hebben. „Dat advies hadden we beter niet op kunnen volgen”, zegt Bas.

Bas en Mariëlle gaan ook naar het ziekenhuis in Eindhoven, voor een test met een speciale zedenkit. Met wattenstaafjes worden op intieme plekken sporen afgenomen, ook wordt er bloed geprikt. Mariëlle krijgt medicijnen mee tegen hiv en soa’s, die ze anderhalve maand moet gebruiken. Uiteindelijk krijgt Bas een van de mannen aan de telefoon die hij uit het huis zag komen. Volgens Bas reageert hij ontwijkend: hij zegt dat hij zo dronken was dat hij weinig meer weet. Het echtpaar concludeert dat er vier mannen in het huis waren, en dat Mariëlle niet meer weet wat er is gebeurd.

Als Bas en Mariëlle weer thuis zijn in Asten hebben ze een lang gesprek. Bas: „Ik zei: we zijn al zo lang samen, als het een slippertje is geweest, kun je het gewoon zeggen.” Als ze elkaar in de armen sluiten, fluistert Mariëlle: „Ik zou wel willen dat ik wist wat er was gebeurd.”

De dagen daarna krijgt Mariëlle klachten op intieme plekken, waardoor het voor haar zekerder is dat ze seks heeft gehad. Ze twijfelt over aangifte. „Vier mannen tegen een vrouw, ik dacht: straks geloven ze me niet.” Een kennis, een politieman die als zedenrechercheur heeft gewerkt, adviseert aangifte te doen. Dat advies volgt ze op. „Ik wilde weten wat er die nacht gebeurd was. Ik voelde dat er iets niet klopte.”

Op het politiebureau in Eindhoven wordt aan Mariëlle gevraagd waarvan ze aangifte wil doen. „Van dat ze mij gedrogeerd hebben en hoogstwaarschijnlijk seksueel hebben misbruikt”, noteert een verbalisant. Boven het proces-verbaal komt te staan „feit: verkrachting (poging)”.

Concreet wordt Mariëlle niet. Na 22.00 uur weet ze zich niets meer te herinneren. In het informatieve gesprek dat ze eerder bij de politie had, verklaarde ze nog dat ze het huis was binnengelopen. Mariëlle stelt in de aangifte dat het eerstvolgende moment dat ze weer weet, het moment is dat ze wakker wordt. „Ik wist nu, toen ik daar ontwaakte, dat er iets was gebeurd”, noteren de politiemensen.

Op het einde van het gesprek vraagt de verbalisant aan haar: „Wat zou je willen dat er met hem gebeurt?” Straf, zegt ze dan. „Voor mijn gemoedsrust.” Maar ook: „Het is nog maar de vraag of het er een is of alle drie [de vierde man was later gekomen, red.]. Mijn gevoel is dat het die ene is […], die de deur opendeed.”

Het hele dorp weet van de aangifte

Daarna blijft het stil. De politie zegt tegen Bas en Mariëlle dat het onderzoek loopt, maar de vier mannen worden niet verhoord. Na vijf maanden, februari 2018, belt de politie met de mededeling dat ze de mannen een brief gaan sturen waarin ze worden opgeroepen als getuige. Het leidt tot dorpsrumoer, al snel weet het hele dorp van de aangifte.

Op 28 februari worden de mannen verhoord. Zij verklaren over een gezellige avond, waarbij Mariëlle eerst avances zou hebben gemaakt naar een van hen en vervolgens zou hebben gezoend met een ander. „Iedereen was dronken”, zegt een van de mannen. Een ander: „Wat ze gedaan heeft, zou ze nuchter zeer waarschijnlijk niet gedaan hebben.”

De man die de deur opendeed, wordt uiteindelijk als verdachte gehoord. Volgens hem heeft hij gezoend met Mariëlle. Ze zijn naar boven gegaan, waar ze seks hebben gehad. Hij verklaart ook dat ze „zelf goed wist wat er aan de hand was” en dat ze heeft gezegd dat ze hoopt dat haar man en kinderen er niet achter komen.

Bas Hoebers zegt in die dagen te merken dat mensen vragen of Mariëlle niet is vreemdgegaan. Daarom stuurt hij op 1 maart een e-mail aan diverse leden van de vereniging waarvan hij lid is. Daarin stelt hij onder meer dat Mariëlle slachtoffer is geworden van een misdrijf: dat ze gedrogeerd is en verkracht. Bas noemt in de mail geen namen.

Lees ook: Een ruwe seksdate die misging, of toch niet?

Als Bas en Mariëlle naar het politiebureau gaan, horen ze dat in het bloed van Mariëlle geen sporen van ethanol of ghb zijn gevonden. De politie laat een foto zien, gemaakt op de bewuste avond, waarop Mariëlle is te zien, met een glas wijn voor zich op tafel, waar ook twee mannen zitten. „Het was een hele onaangename sfeer, ik had het idee dat ik ineens verdachte was”, zegt Mariëlle.

Het onderzoek naar de verkrachting wordt geseponeerd. Voor Mariëlle bevestigt dat haar gevoel tijdens het hele onderzoek: ze wordt niet serieus genomen. Er wordt aangifte gedaan vanwege smaad en laster, en het OM besluit Mariëlle te vervolgen voor het doen van een valse aangifte. Via een zogenoemde artikel-12-procedure probeert het echtpaar bij de rechter af te dwingen dat het OM het onderzoek weer oppakt, maar dat wordt afgewezen.

Beiden 80 uur werkstraf

Tijdens de zitting bij de politierechter is er flink wat pers. De rechter veroordeelt Mariëlle voor het doen van een valse aangifte. Volgens de rechter kwam het initiatief van de aangifte bij haar man vandaan en heeft ze wisselende verklaringen afgelegd over het tijdstip vanaf waar ze zich niks meer herinnert. Mariëlle krijgt 80 uur werkstraf. „Dat ze niet kunnen bewijzen wat er is gebeurd, dat kan ik begrijpen”, zegt ze. „Omdat ik zelf niks meer weet. Maar dat ik dan word vervolgd en veroordeeld, is echt vernederend.”

Ook Bas wordt veroordeeld, voor laster, vanwege de mail die hij verstuurde. Volgens de rechter heeft hij daarmee ruchtbaarheid gegeven aan een ernstige en onterechte beschuldiging. Ook hij krijgt 80 uur werkstraf.

Volgens Peter Schouten, de advocaat van het echtpaar, moet er bij een valse aangifte sprake zijn van concrete beschuldigingen en die ontbreken in Mariëlles verklaring. „Die maandagochtend had meteen bloed afgenomen moeten worden, om te zien hoeveel ze had gedronken. Want ook seksuele gemeenschap met een dronken vrouw die zelf haar wil niet kan bepalen, is een strafbaar feit. En ghb verdwijnt erg snel uit het bloed, dus kan niet uitgesloten worden dat dit middel in haar drankje is gedaan.”

Verder noemt Schouten het „een grove nalatigheid” dat de spermasporen die zijn gevonden niet zijn vergeleken met het dna van de mannen, zodat niet duidelijk is of er wellicht meer mannen seks met Mariëlle hebben gehad. „Het OM probeert alle fouten af te dekken door mijn cliënte te beschuldigen van een valse aangifte om haar huwelijk te redden. Hiermee geven ze het signaal af naar vrouwen in een relatie om geen aangifte te doen van verkrachting, omdat zij het risico lopen dat de officier van justitie gaat speculeren dat zij overspel willen verbergen.” Zowel Bas als Mariëlle gaat in hoger beroep.

Mariëlle Hoebers zou „ondanks alles” andere vrouwen aanraden om wel aangifte te doen van verkrachting. Bas en Mariëlle noemen de afgelopen periode „het ergste wat ze ooit samen hebben meegemaakt”, maar ze zijn nog wel samen. Hun onbevangenheid is wel verdwenen. Als Bas Mariëlle wil aanraken, is dat moeilijk voor haar.