Heerlense en Rotterdamse kinderen vaakst in eenoudergezin

Van iedere tien kinderen in Rotterdam en Heerlen, wonen er drie in een gezin met één ouder. Dat is bijna twee keer vaker dan het landelijk gemiddelde.
Een doormidden gescheurde kindertekening van een gezin.
Een doormidden gescheurde kindertekening van een gezin. Foto Roos Koole/ANP

Kinderen in Heerlen en Rotterdam groeien het vaakst op in een gezin met één ouder. In deze steden verkeert bijna 29 procent van de inwoners onder de achttien jaar in deze situatie, een percentage dat bijna twee keer zo hoog ligt als het landelijk gemiddelde. Dat blijkt uit maandag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Gemiddeld genomen groeit 16 procent van de Nederlandse kinderen op in een eenoudergezin, terwijl dat in 1999 nog 11 procent was. De ouders van deze ruim 500.000 kinderen zijn uit elkaar gegaan of hebben nooit samengewoond. Het kan ook dat een van hen is overleden. Negen op de tien kinderen uit eenoudergezinnen woont bij de moeder.

Grote steden tellen relatief veel eenoudergezinnen. Niet alleen in Rotterdam, maar ook in bijvoorbeeld Amsterdam, Almere en Den Haag komen veel kinderen uit zo’n gezin. De regio Rotterdam heeft de grootste concentratie van gemeenten met veel eenoudergezinnen. Ook in de Rotterdamse buurtgemeenten Capelle aan den IJssel, Nissewaard, Schiedam en Vlaardingen wonen veel kinderen in huis bij alleen hun moeder of vader.

Hoe het komt dat Heerlen met 28,7 procent eenoudergezinnen het hoogst scoort, weet het CBS niet. Duidelijk is wel dat in strenggelovige gemeenten als Urk, Staphorst en Hardinxveld-Giessendam kinderen het minst vaak deel uitmaken van een eenoudergezin. Het percentage komt daar nauwelijks boven de 6 procent uit.

Wat verder opvalt aan de CBS-cijfers, is dat baby’s na hun geboorte anderhalf keer zo vaak in een eenoudergezin terecht komen dan twintig jaar geleden. Toen ging het om ongeveer 6 procent van de nuljarigen, nu om 9 procent. Dat zijn zo’n 15.000 borelingen.