Een ‘goede politieman’ die zich zwaar vergiste

Wie: Michael (46)

Kwestie: schending ambtsgeheim politie

Waar: Rechtbank Rotterdam

De Zitting

Michael was een „goede politieman”, zegt de officier van justitie. En, met een blik op de vier aanwezige journalisten: „Als we het over ‘politiemollen’ hebben, dan is hij een kleine vis.” De officier houdt een kort en tamelijk mild requisitoir dat uitmondt in een bescheiden strafeis: 80 uur taakstraf.

De misstap is ook al twee jaar oud. Michael (46) werkte 19 jaar bij de politie, waarvan 13 als rechercheur. Twee jaar geleden kreeg hij strafontslag. Hij werkt nu in de jeugdzorg of als docent, op losse contracten.

De officier lijkt meer begrip voor Michael te hebben dan twee van de drie rechters. Zij ondervragen hem scherp, vasthoudend en soms laatdunkend. Er lijkt weinig tot geen ruimte voor twijfel. Naarmate de behandeling vordert, verbleekt de zaak echter. Wat Michael deed klopte niet, maar was het echt een opzettelijke schending van een ambtsgeheim? Was het wel geheim wat hij doorvertelde?

De feiten zijn vrij overzichtelijk. Michael trainde op een sportschool waarvan hij de eigenaar, de 27-jarige T., beter leerde kennen. Succesvol in de vechtsport, met een crimineel verleden, woonachtig op een woonwagenkamp, wiens ex-relaties regelmatig aangifte tegen hem deden wegens geweld en bedreiging. Michael wordt ervan verdacht zijn kennis ’s avonds laat te hebben bevestigd dat hij ‘gesignaleerd’ stond en de volgende ochtend zou worden gearresteerd. Daarvoor zou Michael via zijn diensttelefoon de politiesystemen hebben geraadpleegd die toegang bieden tot dossiers en processen-verbaal. Toen de arrestatieploeg de volgende ochtend om 6.00 uur het kamp binnenviel troffen ze op T.’s voordeur een briefje: „Ik zal me binnenkort melden.” Na het telefoontje met Michael was hij bij z’n schoonmoeder gaan slapen.

Er is één belastende getuigenverklaring. Een ex verklaarde dat T. van Michael „een berichtje had gekregen” dat hij zou worden gearresteerd. Daarmee had Michael de schijn tegen. Ja, hij kende T. Had hem weleens geholpen bij een verhuizing. Gaf hem ook training. Viel weleens als instructeur in op diens sportschool. Dat de arrestatie mislukte was kennelijk ook een vriendendienst. En daarmee een forse integriteitsinbreuk. Consequenties voor de opsporing waren er niet. T. kwam zich later inderdaad melden.

Achteraf een „zware inschattingsfout”

Maar hoe is het precies gegaan? Als ook de advocaat aan het woord is geweest, ligt er een genuanceerd verhaal. Michael erkent dat T. hem belde. Dat hij hem meteen adviseerde zich te melden, of hij gesignaleerd stond of niet. Maar ook dat hij daarna in z’n telefoon opzocht of T. gesignaleerd stond. Dat T. de volgende ochtend zou worden gearresteerd was voor hem echter niet zichtbaar, zegt hij. En ja, daarna belde hij T. terug. Achteraf begrijpt hij dat dat een „zware inschattingsfout” was. Het lijkt alsof hij met opzet een arrestatie ‘stuk’ heeft gemaakt.

Maar zijn advocaat maakt aannemelijk dat T. allang wist dat hij gearresteerd zou worden. Zijn ex zat die avond op het bureau om aangifte te doen en belde T. vandaar. Ze wilde haar aangifte intrekken, wat de politie haar had verboden omdat „alles al in gereedheid was gebracht” om T. te arresteren. Dat T. daarna „alle politiebureaus in de omgeving” had gebeld om naar zijn signalering te vragen. Dat dergelijke informatie helemaal niet zo geheim is. In vakantietijd informeren burgers met een akkefietje vaker bij de wijkagent of ze ‘gesignaleerd’ staan, voordat ze naar Schiphol vertrekken. Dat wordt doorgaans verteld. T. informeerde bij Michael dus naar de bekende weg. Het enige wat Michael verweten kan worden, is „onopzettelijke loslippigheid”. Dat was fout, maar geen opzet. Bij een veroordeling vervalt de verklaring omtrent het gedrag en dus is hij weer brodeloos.

De rechtbank veroordeelt hem tot de geëiste taakstraf van 80 uur, maar voorwaardelijk, met twee jaar proeftijd. Dat hij met opzet vertrouwelijke informatie in de politiesystemen opzocht en zijn kennis erover informeerde, is bewezen. Maar de zaak is relatief oud, de persaandacht was „weinig genuanceerd” en Michael is al oneervol ontslagen.