Reportage

‘Wij leven hier in Bethlehem in een toeristische gevangenis’

Bethlehem Rond Kerstmis trekt de geboorteplaats van Jezus drommen toeristen. Maar de stad in Palestijns gebied profiteert er amper van.

Palestijnse christenen bij een kerstoptocht in Bethlehem, afgelopen donderdag.
Palestijnse christenen bij een kerstoptocht in Bethlehem, afgelopen donderdag. Foto Abed al Hashlamoun

Een Aziatisch stelletje maakt selfies bij de enorme kerstboom op het centrale plein van Bethlehem. Binnen in de Geboortekerk bewondert een groep Russisch sprekende toeristen een recent blootgelegd vloermozaïek. Buiten leuren verkopers met vilten kerstmutsjes.

De stad waar volgens de traditie Jezus is geboren, trekt dit jaar naar verwachting 1,4 miljoen toeristen. Daar profiteert Bethlehem echter nauwelijks van. Ondanks zijn stralende uitstraling is Bethlehem er slechter aan toe dan andere steden in de Palestijnse gebieden. De werkloosheid is hoog en leegloop dreigt.

Wie het beeld van het volle kerkplein op Kerstavond kent, zou verwachten dat Bethlehem dankzij de massa’s toeristen een rijke stad is. Dat is niet zo, zegt George Rishmawi, die verschillende toeristische projecten leidt. „De meeste toeristen worden pal voor de kerk afgezet vanuit de bus en zien de hele stad niet”, zegt hij tijdens een rondgang met internationale journalisten. „Ze gaan een uurtje naar de kerk, naar het toilet en misschien lunchen, en dan zijn ze weer verdwenen.”

Bij meerdaagse tours kiezen Israëlische touroperators voor hotels in Jeruzalem. „In Bethlehem overnachten? No way!”, reageren servicemedewerkers van enkele willekeurig gebelde Israëlische reisorganisaties. Hun klanten slapen liever aan de Israëlische kant. Dat lijkt ze veiliger.

Ook degenen die wél in Bethlehem overnachten, leveren de stad weinig op. Touroperators betalen in Bethlehem de helft tot twee derde minder voor een hotelovernachting dan in het nabijgelegen Jeruzalem. De gemeente heeft ook weinig belastinginkomsten. Toeristenbelasting is er niet. De onroerendgoedbelasting van de hotels gaat via de Palestijnse Autoriteit, die lang niet alles tijdig overmaakt naar de gemeente. „Steden als Hebron, Ramallah of Nablus zijn allemaal rijker dan wij”, zegt burgemeester Anton Salman.

Toeristische gevangenis

Een ander probleem is ruimtegebrek. Suhail Khalelieh van onderzoeksinstituut ARIJ wijst naar een wijkje met witte, frisse huizen op een heuvel. „Dat is Har Homa, de eerste nederzetting die na de Oslo-akkoorden [van 1993] werd gebouwd.” Het is een van de 23 illegale Israëlische nederzettingen en 14 buitenposten rond Bethlehem. Daarnaast zijn stukken land in de omgeving, nu nog van Palestijnen, gemarkeerd voor onteigening. De Israëlische projecten ontnemen Bethlehem alle ruimte voor stedelijke ontwikkeling. De stad is grotendeels omringd door de afscheidingsmuur en alleen toegankelijk via militaire controleposten. „Wij leven hier in een toeristische gevangenis”, zegt Khalelieh.

Lees ook: ‘Als het iconisch is, komen de toeristen’

Jonge gezinnen trekken weg: huizen en levensonderhoud zijn onbetaalbaar en er is weinig perspectief. De grondprijs in Bethlehem en zijn buurgemeenten is volgens Khalelieh gestegen tot 360 euro per vierkante meter. Juist christenen zijn de afgelopen jaren vertrokken, tot spijt van predikant Munther Isaac. „Vanuit menselijk oogpunt is het te begrijpen dat jongeren emigreren als ze de kans krijgen”, zegt Isaac. „Maar onze aanwezigheid is belangrijk. Ik kan mij het Heilige Land niet voorstellen zonder Palestijnse christenen.”

Bij de beroemde kerk probeert een sjofel gekleed jongetje ansichtkaarten te verkopen. Gidsen en taxichauffeurs klampen in verschillende talen de enkele loslopende toerist aan. De werkloosheid in Bethlehem is met 21 procent een van de hoogste op de Westelijke Jordaanoever.

Winkeltje met kerstparafernalia in Bethlehem. De werkloosheid in de stad is hoog en leegloop dreigt.
Foto Hazem Bader/AFP
Indiase moslims bezoeken de Geboortekerk.
Foto Hazem Bader/AFP

Gids Saeed al-Tamari heeft de hele dag nog geen klanten gewonnen. „Op topdagen verdien ik 150 dollar [135 euro], maar meestal is het 30”, zegt hij. Al-Tamari werkt hier al sinds 2007 als gids, maar de laatste jaren gaat het werk slechter. Van de honderden opgeleide Palestijnse gidsen hebben er maar enkele tientallen een vergunning om in Israël te werken. Daarentegen kunnen Israëlische toeristengidsen wél met ‘hun’ groepen toeristen mee naar Bethlehem reizen, zodat lokale Palestijnse gidsen ook in hun thuisstad moeilijk aan klandizie komen.

„Kijk, zij gunt niemand anders werk”, zegt Al-Tamari met een afgunstige blik op een kortgeknipte Israëlische die met kordate passen een groep Afrikaanse toeristen met identieke groen-witte petjes naar de nauwe kerkingang voert.

Culturele Hoofdstad

Niet alles is lijden in de stad van het heilige kind. Er zijn allerlei kleinschalige initiatieven, zoals galerietjes en boetiekhotels, culinaire evenementen en wandeltochten. Komend jaar is Bethlehem Culturele Hoofdstad van de Arabische wereld. Onlangs werd een cultureel centrum geopend in een oud gebouw, met steun van een decennia geleden geëmigreerde familie.

Op Star Street verzet een jongen een trapje om nog een lik gele verf te geven aan de luiken van een souvenirwinkeltje. Hier zouden Jozef en Maria hebben gelopen op weg naar de stal waar nu de Geboortekerk staat. Samen met de kerk was dit in 2012 de eerste Palestijnse locatie die werd erkend als Werelderfgoed. Het kan een ideale toeristische route zijn – als de bussen er maar zouden stoppen. Eerdere renovatiepogingen strandden door onderlinge spanningen en tussenkomst van de Tweede Intifada, de bloedige Palestijnse opstand die in 2000 begon. De huidige opknapbeurt, met Russische geld, moet gepaard gaan met de aanleg van een nieuwe busparkeerplaats. Daarmee hoopt de gemeente reisorganisaties te verleiden toeristen over de langere pelgrimsroute te leiden, zodat de lokale horeca en winkeltjes meer profiteren van de unieke religieuze en historische positie van de stad.

Munther Isaac ziet de stromen christelijke bezoekers met gemengde gevoelens komen en gaan. „Al die christelijke pelgrims komen wel naar de plaatsen, maar zien de mensen niet”, zegt de predikant. „Als ze écht in Jezus’ voetsporen zouden treden, zouden ze de Palestijnse vluchtelingenkampen bezoeken waar al die bussen langsrijden.”