Reportage

Als Hari en Verhoeven elkaar omhelzen, is vijandigheid weg

Arnhem zette zich schrap voor het ‘gevecht van de eeuw’ tussen kickboksers Badr Hari en Rico Verhoeven. Grimmigheid bleef echter uit. „Wij zijn hier voor de sport.”

Badr Hari moet zaterdagavond geblesseerd opgeven tegen Rico Verhoeven tijdens hun wedstrijd in GelreDome in Arnhem.
Badr Hari moet zaterdagavond geblesseerd opgeven tegen Rico Verhoeven tijdens hun wedstrijd in GelreDome in Arnhem. Foto Koen van Weel / ANP

Het ‘gevecht van de eeuw’ werd een tweede sof in drie jaar. Opnieuw viel kickbokser Badr Hari geblesseerd uit in de strijd met Rico Verhoeven, wereldkampioen in de klasse zwaargewicht. Drie jaar geleden in Oberhausen brak Hari zijn arm, zaterdag in Arnhem blesseerde hij zijn enkel. Hij schokschouderde van het huilen. Verhoeven troostte. Een omhelzing volgde, onder applaus van de toeschouwers in het Gelredome. Die verlieten rustig het stadion en de stad.

Lees ook: Hari geeft geblesseerd op in titelgevecht tegen Verhoeven

Dat was een prettige ontknoping voor Arnhem, dat zich zaterdag schrap had gezet. De politie had „aanwijzingen”, zo bleek eerder deze week, dat „personen met antecedenten op het gebied van geweld en wapens” op het kickboksevenement zouden afkomen. Mogelijk betrof het motorbendeleden en voetbalhooligans. De strijd tussen Verhoeven en Hari in 2016 was ook al gepaard gegaan met opstootjes buiten de ring. En bij persconferenties van de twee in de opmaat naar het gevecht van zaterdag, was de sfeer verhit door gejoel van fanatieke fans van Hari, bekend onder de verzamelnaam ‘Badr Army’. Burgemeester van Arnhem Ahmed Marcouch (PvdA) besloot deze week preventief fouilleren in delen van de stad mogelijk te maken.

Daar maakt de politie werk van, zo blijkt zaterdagmiddag. Een man op een bank vlak buiten de entree van Arnhem Centraal, Hans van Rooijen heet hij, een vijftiger uit de stad, vertelt dat agenten hem zojuist vroegen mee te lopen naar hun politiebusje, een tiental meters verderop. Achter het busje, uit het zicht van passanten, fouilleerden ze hem en doorzochten ze zijn tas. Hij vertelt er rustig over: hij weet dat er een kickbokswedstrijd aankomt, en vindt het fouilleren „prima”. „Beter voorkomen dan genezen.” Agenten fouilleren ook vijf jonge mannen meteen nadat ze het treinstation uit zijn komen lopen. De vijf komen uit Den Haag, ze gaan straks naar de wedstrijd. Over het fouilleren doen ze niet moeilijk. „Ik vind het goed”, zegt een van hen, Benjamin van der Lind (34). „Wij zijn hier voor de sport.”

Lees ook: Kickboksers aller landen: vrede op aarde

Groepen jonge mannen

In de winkelstraten van Arnhem is van grimmigheid niets te merken. Wel van grote Kerstdrukte. Een Kerstman op het Jansplein (naam? „Ja, de Kerstman dus”) zegt niet méér agenten in het winkelgebied te zien dan anders. „Wel meer groepen jonge mannen.”

Vier kilometer verderop, bij het Gelredome-stadion, gaan kickboksfans aan het begin van de avond richting ingang. Onder hen Mohamed Bel Hadj (31), die Badr Hari al volgt „van jongs af aan”. Mohamed Bel Hadj is zoon van Marokkaanse ouders, vertelt hij, net als Hari. „Om te komen waar hij is gekomen, moet je obstakels overwinnen. Dat geldt voor mij ook. Door mijn Marokkaanse naam heb ik harder moeten werken dan een Jan of Kees.” Verder hoopt Bel Hadj „gewoon op een gezellige avond”, zegt hij terwijl hij wegloopt, zijn broertje achterna – een lachende jongen in een trui met de opdruk ‘Badr Army’.

Evenementenbeveiligers fouilleren iedereen die naar binnen wil grondig, en in het stadion wordt deze avond geen alcohol geschonken. Het voorprogramma is al uren aan de gang: een lange reeks kickboksers voor wie niemand is gekomen bevecht elkaar in de ring, die in het grote stadion klein lijkt. In de wandelgangen van Gelredome is het tot diep in de avond druk. Het publiek is divers: wit en zwart. En het publiek is niet divers: mannen zijn in de overgrote meerderheid. Mannen met korte kapsels. En vaak met afgetrainde lijven: ze wekken de indruk dat ze zich in een boksring tegenover Badr of Rico niet noodzakelijkerwijs zouden beperken tot wegrennen. Van de vrouwen draagt een behoorlijk aantal lang, gestyled haar, hoge hakken en strakke kleren. Eén van hen, ze wiegt in haar jurkje zwaar met haar heupen, staat even later naast de ring met het rondenummer boven haar hoofd.

Luid boe-geroep

Tegen tienen zit het Gelredome nagenoeg vol. Zo’n dertigduizend toeschouwers zijn klaar voor de climax. Als Badr Hari de arena binnenloopt, dreunt Noord-Afrikaanse muziek uit de speakers. Een aantal toeschouwers zwaait met Marokkaanse vlaggen. Mensen scanderen zijn naam. Bij Rico Verhoevens entree dreigt de sfeer vijandig te worden. Er klinkt luid boe-geroep dat bij Hari niet te horen was. En in ronde één, als Verhoeven naar de grond gaat na een rechterhoek van Hari, staan duizenden mensen hartstochtelijk te juichen.

In ronde drie valt Hari neer op het canvas na een mislukte trap en wordt het alom stil. Hari blijft liggen. Het gevecht is voorbij. En als Verhoeven en Hari elkaar omhelzen, en hun fans samen beginnen te applaudisseren, is de vijandigheid van net weer weg. Het is nu nagenoeg zeker: Arnhem doorstaat dit evenement zonder kleerscheuren.