Opinie

Strijd boomer en millennial over verzorgingsstaat hoeft niet te ontsporen

Vergrijzingsstudie

Commentaar

‘Boomer’ is verkozen tot het woord van het jaar 2019, zo maakte De Dikke van Dale deze week bekend. Volgens Van Dale betekent ‘boomer’: „persoon, m.n. van gevorderde leeftijd, met ouderwetse denkbeelden of conservatieve opvattingen, synoniem fossiel”. De veelal door millennials geuite kreet ‘OK Boomer!’ is een effectieve manier gebleken om de generatie babyboomers (geboren tussen 1946 en 1960) de mond te snoeren. De impliciete boodschap: ‘Klets maar lekker door, ouwe, luisteren doen we toch al niet meer.’

Zoals al eerder weet Van Dale met dit woord aan te sluiten bij een groter maatschappelijk thema. In dit geval het groeiende financiële probleem van vergrijzing en de daarbij horende verhardende strijd tussen de generaties. De casus belli: wie betaalt er voor de sociale verzorgingsstaat en wie profiteert ervan?

Juist daarover bracht het Centraal Planbureau (CPB) deze week haar vijfjaarlijks onderzoek naar de houdbaarheid van de overheidsfinanciën uit, met de omineuze titel Zorgen om morgen. De kernvraag die daarin beantwoord wordt, is of toekomstige generaties van dezelfde sociale zekerheid en overheidsvoorzieningen kunnen genieten als de huidige generaties, zonder dat zij daar meer belasting voor betalen.

Het korte antwoord op die vraag luidt voorlopig: nee, dat kan niet. Waar vijf jaar terug nog een houdbaar overheidssaldo van plus 0,4 procent genoteerd werd, komt het CPB nu op een min van 1,6 procent. Dat vertaalt zich in een tekort van 16 miljard euro in 2025. Wie de blik nog verder vooruit richt, ziet dat als gevolg van dit saldo de staatsschuld de komende decennia oploopt van 45 procent van het BBP nu naar 100 procent in 2060 tot zelfs 157 procent in 2080.

De grootste verstoorder van de houdbaarheid is de vergrijzing, stelt het CPB. De kosten die de overheid moet maken voor zorg en AOW lopen door een hogere levensverwachting en een scheefgroei in de demografische opbouw (boomers!) harder op dan de belastinginkomsten.

Nu al betaalt de generatie tussen de 30 en 60 de lasten, terwijl de jongeren en de ouderen netto profijt hebben van het sociale stelsel. Met de cijfers van het CPB in de hand is duidelijk dat dat niet eeuwig zo door kan gaan. Het aantal werkenden per AOW-gerechtigde is sinds 1957 gedaald van 6,3 naar 3,4 in 2020 en daalt door naar 2,8 in 2060. Zonder aanvullend beleid zullen ofwel de belastingen omhoog moeten ofwel de sociale arrangementen uitgekleed worden (langer werken, lagere AOW) voor toekomstige generaties.

Hoe ernstig de conclusies ook zijn, voor paniekvoetbal of een oorlog tussen de generaties is er onvoldoende aanleiding. De houdbaarheidscijfers moeten met een korrel zout genomen worden, zegt ook het CPB zelf. Illustratief is het lijstje met houdbaarheidssaldi dat het planbureau sinds de eerste studie (2000) maakte. Het saldo was sindsdien, afhankelijk van de stand van de laatste maatregelen, alles tussen de -4,5 procent (in 2010) en de plus 0,4 procent (2014). Nogal fluctuerend, kortom.

Die grote fluctuaties zijn verklaarbaar. Wat deze cijfers namelijk vooral duidelijk maken, is dat beleid dat nu ingezet wordt, jaren, zo niet decennia aan financiële gevolgen met zich meesleept. De lastenverlichting van het derde kabinet Rutte is mooi voor de koopkrachtplaatjes nu, maar leidt tot een verslechtering van de houdbaarheid van de rijksbegroting in de toekomst.

Dat geldt des te meer voor de langzamere verhoging van de AOW-leeftijd. In plaats van die lineair mee te laten stijgen met de levensverwachting, is bij het pensioenakkoord eerder dit jaar besloten dat elk jaar langer leven met ‘slechts’ acht maanden later AOW gepaard zal gaan. Iedereen met brugklas wiskunde weet dat dit naarmate de tijd vordert tot grotere financieringsproblemen leidt. Korte termijn politieke scoringsdrift won het hier, wederom, van lange termijn gezond verstand.

Keerzijde hiervan is dat de oplossingen ook binnen handbereik liggen. Kleine, gerichte aanpassingen nu die zorgen voor structurele versterking van de economie, groeien door tot substantiële bedragen in de toekomst. Daarbij biedt ook de samenstelling van de bevolking kansen. Juist deze week meldde het CBS dat de Nederlandse bevolking door zal groeien naar 19,6 miljoen in 2039. In een aparte analyse haakt het CPB daarop in. Immigratie met selectie (relatief hoogopgeleide jongeren) kan helpen de houdbaarheid van de sociale zekerheid te vergroten.

Evident is dat de houdbaarheid van de verzorgingsstaat politieke keuzes vergt die de pijn eerlijk verdelen. Dat vraagt om politici die met gevoel voor de toekomst beslissingen durven nemen. Slagen zij daarin, dan verdwijnt de term ‘boomer’ weer net zo snel uit het woordenboek als hij erin opdook.