Opinie

Nieuwe woorden voor een nieuwe tijd

In het Vlaamse tijdschrift Knack vorige week een gesprek met de Duitse migratie-expert Gerald Knaus, die aan de wieg stond van de Turkije-deal. Een van de vragen luidt: „Wordt het huidige systeem niet misbruikt? Sommige advocaten rekken de procedure zo lang mogelijk, zodat overheden op den duur gedwongen zijn om te regulariseren.” En een eindje verderop in het gesprek: „Creëer je zo geen lucratieve business voor asieladvocaten?”

Langer dan over de antwoorden dacht ik over deze vragen na. Over wat ze betekenen, welk beeld eruit spreekt. Als je niet beter wist, bestaat er een schadelijke juridische praktijk die asielprocedures wil rekken tot in het oneindige. Advocaten misbruiken het systeem, zegt de interviewer. Omdat het een verdienmodel zou zijn. Mensensmokkelaars en advocaten belanden zo in dezelfde verdomhoek. Beiden verdienen aan de asielindustrie – nog zo’n woord.

Nu ken ik toevallig een paar asieladvocaten. Ik weet wat ze ongeveer verdienen. Ik glimlach beleefd wanneer het ter sprake komt. Het is pijnlijk. Ze bevinden zich ergens tussen de leraar en de pakketbezorger in. Je hoeft maar naar de schoenen van de voorzitter van de Vereniging Asieladvocaten te kijken om te weten hoe het zit. Hij zou ook weleens een nieuw pak mogen hebben, maar zijn cliënten gaan voor.

Hij en zijn collega’s kunnen een berg geld verdienen op andere rechtsgebieden bij andere kantoren, maar de betrokkenheid bij hun cliënten staat zulke desertie in de weg. De meeste zaken die ze doen gaan op toevoeging, waar net zo lang op is bezuinigd tot er van deugdelijke rechtsbescherming nauwelijks meer sprake is. Niet de asieladvocaten rekken de procedures nodeloos, maar de IND die door bezuinigingen met grote achterstanden te kampen heeft en zich vaak niet neerlegt bij rechterlijke uitspraken. Volgend jaar moet er zo’n 17 miljoen euro aan dwangsommen worden uitgekeerd aan asielzoekers die te lang hebben moeten wachten op hun beslissing. Dit jaar werd er al 5,5 miljoen euro uitgekeerd vanwege termijnoverschrijdingen.

Ik zeg het nog maar eens: de bezuinigingen van vandaag zijn de tekorten van morgen.

Ik dacht eraan hoe een woord als ‘asielindustrie’ het dagelijks taalgebruik is binnengeslopen, met alle negatieve connotaties in zijn kielzog. Het woord maakte een reis van de populistische politiek (de grote taalvernieuwer Geert Wilders is er dol op, net als op ‘asielinvasie’ en ‘asielwaanzin’) naar de media, en vond gaandeweg zijn weg naar het dagelijks taalgebruik. Omdat het bestaat wordt het gebruikt, en omdat het wordt gebruikt is het waar geworden. Het heeft de werkelijkheid veranderd. Ook de verslaggever van Knack is ermee geïnfecteerd.

Onze politiek brengt veel nieuwe woorden voort. Je kunt er een lexicon van aanleggen. Recent zagen we de succesvolle introductie van onder meer ‘subsidieslurper’, ‘klimaatdrammer’ en ‘baantjescarrousel’. ‘Partijkartel’ en ‘kopvoddentaks’ zijn al ouder. Bij De Telegraaf is het verzinnen van bijtende neologismen een traditie, misschien dat populistisch rechts er daarom zoveel bedrevener in is dan traditioneel linkse partijen. De termen ‘villasubsidie’ en ‘intensieve menshouderij’ van de SP hebben lang zo’n sterk effect niet gehad. Het hoeven overigens niet altijd neologismen te zijn, soms wordt ermee volstaan om bestaande woorden van een nieuwe, negatieve lading te voorzien. In de woordgroep van ‘elitair’ bevindt zich tegenwoordig ‘links’, ‘grachtengordel’, ‘Concertgebouw’ en ‘witte wijn’.

Omdat woorden de werkelijkheid beïnvloeden, moeten we op onze hoede zijn voor politici met een voorkeur voor oorlogsmetaforen. De stabiele genieën die de ‘totale ondergang’ voorzien, naar het front geroepen zijn en spreken in termen van woede, gevecht, veldslag, strijd en overleving. Er gaat een zwarte betovering uit van hun gewelddadige koortsdromen. Onophoudelijke hyperbolische taal brengt een hyperbolische werkelijkheid dichterbij – zoals dat gaat met vuur dat brand zegt te bestrijden.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.