Zó ver willen mensen gaan voor een monopolie op hun eigen feiten

Deze week: Haagse slotscènes in een woelig politiek klimaat.

Ofwel: de netflixisering van de politieke cultuur.

Je kon veel zeggen van die demonstrerende boeren – maar de tijdgeest van de politiek voelen ze voortreffelijk aan. Neem dat groepje woensdag op het Mediapark in Hilversum. Miskende mensen, gefrustreerd over Den Haag, die bij de NOS kwamen eisen dat zij hún kant van het verhaal konden vertellen.

Mooiste detail: de verslaggever die nog iets wilde weten voordat een boerenleider zijn grieven live op televisie zou uiten. En de vanzelfsprekende reactie van die boer: „Nee, geen vragen.” Uiteráárd niet. Nu ging het alleen om hún werkelijkheid.

Mond dicht iedereen, luisteren.

Dezelfde combinatie van verongelijktheid en autoriteitsverlangen zag je bij Ongehoord Nederland (ON), de kandidaat-publieke omroep voor genegeerde rechtse landgenoten. Eind deze week claimde ON genoeg leden voor de aspirant-status te hebben.

Initiatiefnemer Arnold Karskens, zelf journalist, klaagde woensdag tegen een EenVandaag-verslaggever dat de man maar doorvroeg. Typisch publieke omroep, zei Karskens: precies de manier waarop Wilders en Baudet, zijn steunpilaren, worden afgekapt. Dus wat hem betreft moet de minister van Mediazaken de hoofdredacteur van de NOS voortaan kunnen ontslaan.

Schitterend sofisme voor onder kerstboom: dezelfde man die de staatsomroep eindeloos bekritiseerde eist nu een staatsomroep.

Zó ver willen mensen blijkbaar gaan voor een monopolie op hun eigen feiten.

Dus je kon de politiek in de slotweek van 2019 beschouwen op basis van alle woelingen binnen de Rutte III en de coalitiepartijen. Zoals de woede en de kippendrift in coalitie-appgroepen, nota bene gevormd om de verhoudingen in Rutte III goed te houden.

Het ongemak in de hallen van de macht was ook niet gering. De Urgendazaak. De nare nasmaak in D66 over het – keurige – aftreden, woensdag, van Menno Snel als staatssecretaris van Belastingzaken. Het besef, binnen datzelfde D66, dat Sigrid Kaag zich oriënteert op binnenlandse thema’s met het oog op een gooi naar het partijleiderschap.

En partijprominenten in de VVD die achter een glaasje bespiegelen dat het na bijna tien jaar zelfs met Rutte electoraal mis kan gaan. Zo gebeurde het dat ze laatst in de nabijheid van een van Ruttes vertrouwelingen speculeerden over een variant om bij de volgende keer in een laat stadium Edith Schippers als lijsttrekker in te vliegen.

Tegelijk was dit soort dingen van de dag, dacht ik, niet het grote verhaal van de politiek van 2019. Dat zat in de resistentie voor ongemakkelijke feiten door het hele jaar heen. Eigenliefde en zelfoverschatting als vijanden van de werkelijkheid.

Mijn favoriete mediamoment van het jaar was daarom toen Marjolein Faber, PVV-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, in oktober werd staande gehouden door Nieuwsuur.

Enkele dagen eerder had een onbekende man in de binnenstad van Groningen drie terrasbezoekers gestoken, en Faber verspreidde daarover een populaire tweet (ruim 1.100 likes). Zij schreef: „Wat u van de media niet mag weten: de verwarde man heeft een Noord Afrikaans uiterlijk (volgens betrouwbare bron).”

Het goede was dat het Dagblad van het Noorden en Nieuwsuur de kwestie natrokken en spraken met twee slachtoffers die verwondingen opliepen. De dader was „een blanke man van 67 met grijs krullend haar”, zei een van de twee. Het OM bevestigde later de onjuistheid van Fabers tweet.

Zo gebeurde het dat een verslaggever van Nieuwsuur senator Faber aansprak in de statige gangen van de senaat. „Die tweet klopt, dat is het enige dat ik kwijt wil”, zei ze afgemeten. En toen de verslaggever haar bleef achtervolgen, draaide zij zich nog éénmaal om. „Mijn tweet klopt!”

Het symboliseerde het ongemak dat het hele jaar door de politieke cultuur heen schemerde: de sluimerende verandering van het democratiebesef in de politiek zelf.

Aan de ene kant de aandrang om, net als politici op Netflix, gewoon even de baas te spelen, ook over de feiten. Aan de andere kant de afnemende waardering voor het geduld van de representatieve democratie, waarin macht pas ontstaat als je rekening kunt houden met anderen.

En veel van dit gedrag, bij politici en demonstranten, zijn in feite sociale mediawerkelijkheden die in het echte leven worden toegepast. Zenden. Gelijkgestemden steunen. Geen pardon voor verkeerde reacties: block.

Luister ook naar de Podcast Haagse Zaken: Het jaar volgens de politiek columnisten

The New York Times schetste dit najaar dat de trend in de VS alweer verder is: de opkomst, vooral onder jongeren, van wat the cancel culture wordt genoemd. Het verschijnsel waarbij groepen tieners individuele leeftijdgenoten fysiek en online boycotten wegens verkeerde opvattingen of ander verwerpelijk gedrag. Het collectieve uitsluiten van de ander. Kijk naar het Witte Huis en het Congres en je ziet hetzelfde.

In de mildere variant van de Haagse politiek bracht het dit jaar dat politici – ook in de coalitie met al dat woedende ge-app – vooral terugvielen op zelfpromotie, en liever niet het gelijk van anderen zagen.

Zo produceerde Den Haag voortdurend conflictstof of uitstel, en wist het maar een beperkt aantal keren uitwegen of oplossingen te brengen.

Het voorspelbare gevolg, groei in peilingen van het rechts-nationalisme tegen het jaareinde, bevestigde de negatieve cyclus.

Maar het was niet alleen een verschijnsel bij nationalistisch-rechts of in de coalitie. Je zag het ook bij een succesvolle oppositiepartij als de PvdA. Niet dat ze daar onwelgevallige feiten ontkenden – ze vergaten ze gewoon.

De partij van Asscher stemde in december tegen de Onderwijsbegroting voor 2020. Geen detail: dan wijs je alle nieuwe onderwijsuitgaven af, met het argument dat ze voor het lerarentekort onvoldoende stijgen. Maar eind 2016, toen de PvdA de Onderwijsminister leverde, sloeg de Onderwijsinspectie al alarm over een „oplopend lerarentekort”. En op de begroting stonden dat jaar dalende rijksuitgaven voor onderwijs. Tóch stemde de PvdA in 2016 met de rest van de Kamer voor de begroting.

Oppositie zonder opportunisme is lastig, ik weet het, maar deze resistentie voor de eigen recente feiten ging wel erg ver.

Dus er zat ook logica bij demonstranten zoals boeren die in het najaar de aandacht opeisten. Zoals politici in 2019 zelf vaak zuivere positionering verkozen boven zaken doen, zo stelden deze demonstranten zich ook op: alles of niets.

De nationale volksaard schemerde daar nog doorheen: versplintering. In sectoren als onderwijs, zorg en landbouw is het een komen en gaan van nieuwe vakbonden en actieplatforms. Kort geleden vertegenwoordigde alleen LTO de landbouw. Nu is LTO één van dertien clubs die in het Landbouw Collectief met de overheid praten, waarbij de twee bekendste – Agractie en het Farmers Defence Force – pas sinds dit jaar bestaan.

In de politiek eenzelfde beeld. Na de Statenverkiezingen ontstonden in de senaat veertien fracties voor 75 zetels. En de Tweede Kamer kende twee afsplitsingen: Van Haga uit de VVD; Van Kooten-Arissen uit de Dierenpartij. Die Kamer heeft nu vijftien groeperingen op een totaal van 150 zetels.

Dus politici hebben graag een grote mond over wat anderen moeten doen – maar samenwerken in eigen kring blijkt schokkend vaak te veel gevraagd voor ze.

Zo ging, met de groei van de eigenliefde, en het autoritaire verlangen naar eigen feiten, de vergruizing van het land voort. Het bracht een kakofonie van protest, verzorgd door de maatschappij, gesteund door Den Haag.

En alle tweets van de politici klopten, al zei dat helaas meer over hun particuliere aspiraties dan over de richting die ze voor het land zien.