Reportage

Keek Taghi in Dubai uit over deze skyline?

Dubai Het kleine Golfstaatje afficheert zich als heel veilig. Dat is handig voor topcriminelen – totdat ze een reputatie-risico worden.

Schiereiland Palm Jumeirah in Dubai, waar Taghi zou hebben gewoond.
Schiereiland Palm Jumeirah in Dubai, waar Taghi zou hebben gewoond. Foto’s Chris Ratcliffe/Bloomberg

Misschien woonde hij naast de villa met de twee enorme stenen leeuwen voor de deur, of die met het metershoge beeld van een zich op de borst roffelende gorilla van nummer 100, of had zijn buurman die witte Rolls Royce. Misschien had hij vanuit zijn woonkamer uitzicht op de fonkelende skyline van Dubai. En dronk hij koffie in de opulente lobby van hotel Atlantis, aan het einde van de palm. Hier op Palm Jumeirah (een van de kunstmatige schiereilanden voor de kust van Dubai), in een van deze villa’s, op een van deze palmbladeren, zou Ridouan Taghi hebben gewoond.

Hier waande hij zich veilig. Niemand zou hem hier vinden, want niemand wist hoe hij eruit zag. En als ze hem al vonden, zou Dubai hem niet uitleveren, want er was immers geen uitleveringsverdrag met Nederland. Misrekening op misrekening. Ze vonden hem en stoorden zich niet aan het ontbreken van welk verdrag dan ook. Taghi werd tot ongewenste vreemdeling verklaard en Dubai vroeg Nederland hem te komen ophalen.

Van mogelijke rechtsstatelijke bedenkingen ligt Mohamed bin Rashid al Maktoum, de emir van Dubai, vermoedelijk niet wakker. Dat soort democratische beslommeringen zijn in zijn ogen irrelevant. Belangrijker is dat de schijnwerpers weer op de zonnige kant van Dubai komen te staan. Zodat het vastgoed op de palm – destijds door Nederlandse baggeraars aangelegd – aantrekkelijk blijft.

Het kenmerkende schiereiland in de vorm van een palmboom met diepgevorkte palmbladeren, heeft maar één toegangsweg. Die vormt als het ware de stam. De Nepalese bewaker voor het beveiligingshuisje van Palmblad N weet niet wie er precies op zijn deel wonen, maar wel dat die mensen dat graag zo willen houden. „Het zijn rijke mensen uit de regio, Europa en ook veel uit India”, is alles wat hij erover kwijt wil, in zijn hagelwitte overhemd. De straat die het blad op leidt, is afgesloten door een slagboom en wie er toch op wil, moet zich melden bij de bewaker. Het UPS-busje mag erdoor. Een willekeurige wandelaar die nieuwsgierig is naar de villa’s niet.

Veiligheid garanderen

„Uitgesloten. Zodra de camera’s je beeld oppikken, krijg ik er vragen over”, zegt de bewaker. Die vragen komen dan van het Palm Jumeirah Command and Control Center, dat zich op het onderste blad aan de boom bevindt. Dat complex is zo groot als een hoofdkantoor van politie in een middelgrote stad. Het moet de veiligheid van de bewoners van de Palm garanderen. Maar de aardige bewaker denkt toch even mee. „Als je nou in een auto zat, zou ik er nog wel mee wegkomen, maar lopend echt niet.”

Dat biedt perspectieven. Zoals de bus die bouwvakkers komt ophalen die aan het einde van Palmblad N aan het werk zijn. „Oké dan, stap snel in, maar je mag niet uitstappen en gaan rondlopen”, maant de bewaker nog eens voor alle duidelijkheid. De gammele bus rijdt langs de moderne kubusvormige villa’s aan beide kanten van de weg. Ze staan dicht op elkaar en hebben een tuin die de zee inloopt. Hoe hoger het villa-nummer, hoe gewilder en duurder, want hoe verder het palmblad op, met als topper de villa op de kop. Op Palmblad N is die nog in aanbouw, vandaar de bus voor de bouwvakkers.

Ze stappen in. En melden desgevraagd dat ‘hun’ villa vierhonderd miljoen dirham kost. Dat is zo’n 100 miljoen euro. Ze moeten er net zo hard om lachen als de verstekeling in de bus. Ze weten ook wie de eigenaar is – een zakenman uit de regio – en noemen hem met naam en toenaam. Tot zover de veiligheid en privacy van de palmbladeren.

Hoewel, privacy is er natuurlijk sowieso niet met al die camera’s. Dat is overal zo hier. Waar je ook bent in Dubai, je wordt bespied. In de metro, in de shopping mall, op straat, overal hangen camera’s. Naast het affiche dat lessen in speedbootvaren aanbiedt (dat kan vanaf 600 euro), onder de designer lantaarnpalen in de luxe woonwijk waar expats rond het fraai aangelegde meertje joggen, boven de ingang van de glanzende kantoortoren aan de Sjeik Zayed Road en boven de ingang van de bescheiden buurtwinkels in de armere wijken.

Volgens Comparitech, een groep onderzoekers die zich bezighouden met technologie en privacy, staat Dubai op nummer zeventien van steden met de hoogste cameradichtheid – 35.000 op een kleine drie miljoen mensen. Het idee: het moet hier veilig zijn voor iedereen.

Dat lukt. Dubai scoort hoog op de lijstjes van veiligste steden ter wereld. Dat is prettig voor gewone mensen, maar ook voor topcriminelen. Die hoeven hier niet te vrezen voor een ‘afrekening in het milieu’ door gewapende mannen op scooters. De criminaliteitscijfers in Dubai zijn bijzonder laag. En zolang de autoriteiten niet weten wie ze zoeken, of geen interesse hebben je te vinden, kun je hier in alle veiligheid een luxe leventje leiden. Daarvoor hoef je je huis overigens niet uit. Alles wordt bezorgd. Zelfs de hondenkapper komt met een busje aan de deur.

Politiestaat

Alleen, Dubai heeft ook een keerzijde. Het landje mag dan te boek staan als het zonnige vrijheid-blijheid emiraat (er mogen hier immers dingen die elders op het schiereiland als doodzonde worden beschouwd: drinken, dansen en decolletés), maar dit is ook een politiestaat. Niemand durft hier te praten. Iedereen die je iets vraagt, reageert ontwijkend en angstig.

Die camera’s zijn ook de ogen van het regime. Neem Mustafa en Anis. De twee jonge mannen uit Iran en Algerije zijn vrienden en wonen in Dubai. Ze zijn op de palm om foto’s te maken van de zonsondergang. In de beslotenheid van een taxi zeggen ze wel iets gehoord te hebben over een opgepakte crimineel. Maar veel weten ze er niet van of willen ze er niet over kwijt. „Het is hier niet anders dan in onze eigen landen, het ziet er alleen anders uit.”

Daar is Taghi nu ook wel achter. Want als ze in Dubai opeens toch van je af willen, zit je zó op een vliegtuig naar Nederland.

Dat is Dubai. Heel zonnig, heel veilig op straat. Heel veilig ook als je ergens voor op de vlucht bent of onverklaarbaar verkregen geldbedragen wilt stallen. Een prettige dictatuur. Zolang je in het gareel loopt. En met gareel bedoelt men hier: geen gezeur over meer democratie. Dubieuze vastgoedtransacties of verledens zijn daarentegen geen probleem.

Kadaster

In 2018 bood een lek van tal van gegevens uit het gesloten kadaster van Dubai een glimp van wie er wonen in al die villa's. Niet alleen bij glitterati, binnengelopen sporters en rijke ondernemers is Dubai in trek, maar ook bij ex-politici verwikkeld in corruptie-affaires en mensen met banden met de georganiseerde misdaad. Volgens het journalistencollectief dat de 54.000 adressen uit het lek in samenwerking met anti-corruptieorganisatie Transparancy International doorvlooide, is Dubai Spanje allang voorbijgestreefd als ‘Costa del Crime’.

Taghi was dus geen uitzondering, en waarschijnlijk ook niet zo’n punt. Totdat hij een reputatie-risico werd. Toen deze zomer bekend werd dat hij zich waarschijnlijk hier schuil hield, was het over met de pret. Een land dat zich afficheert als het veiligste ter wereld, kan moeilijk tegelijkertijd bekendstaan als vijfsterren roversnest.

Het gaat er niet om dat zich hier criminelen schuilhouden, of dat ze hun geld komen witwassen, maar dat we dat wéten. Dat is typisch voor de Golfstaten – en geldt zeker voor Dubai. Het investeringsklimaat staat of valt met de reputatie. Het emiraat heeft geen olie of andere grondstoffen en drijft op buitenlandse investeringen en toeristen. Die willen genieten van de helblauwe zee, de hightech pretparken, de kamelenrit door de woestijn, de luxe resorts en glanzende wolkenkrabbers.

In dat plaatje passen geen moordende drugsbaronnen.