Opinie

De hoogleraar mag genoemd worden, maar mag plagiaat nog plagiaat heten?

De ombudsman

Noemt de krant de gewezen Amsterdamse hoogleraar B. nu dan volledig bij naam?

De hoogleraar arbeidsrecht die zich jaren schuldig had gemaakt aan seksueel wangedrag, werd in een onthullend artikel in deze krant aangeduid met de initiaal van zijn achternaam. Op last van de rechter, die in kort geding had bepaald dat zijn privacy-recht het zwaarst woog. De man was door zijn werkgever al gestraft en hoefde daar niet ‘in lengte der dagen’ mee achtervolgd te worden.

De rechter gebruikte daarbij ook het voor de krant tegelijk vleiende en verontrustende argument dat NRC bekendstaat als een kwaliteitskrant, zodat artikelen „voor ‘waar’ zullen worden gehouden”. Een argument waar media die wat minder goed ‘bekendstaan’ moed uit zullen hebben geput; kennelijk ligt de juridische lat voor hen lager.

Dinsdag haalde het hof in Arnhem in hoger beroep een dikke streep door het eerdere vonnis. De krant had degelijk onderzoek gedaan – dát vond de eerste rechter ook al – maar het belang van openbaarheid moest hier toch zwaarder wegen dan het recht op privacy van betrokkene. Hem noemen draagt bij „aan de zeggingskracht van het artikel en aan het algemeen belang”, ook al omdat hij een publieke figuur is.

Ook in het algemeen is dit een belangrijk vonnis voor de journalistiek. Die worstelt in het Google-tijdperk met het ‘recht om vergeten te worden’ en met toenemende druk om géén namen te noemen of op zijn minst – altijd een goed idee – het belang ervan goed af te wegen. De eerste rechter nam privacy als uitgangspunt, het hof de persvrijheid, signaleerde Raad voor de Journalistiek-voorzitter Frits van Exter. Die vrijheid hoefde niet te worden beknot „in dit geval”. Maar wel met deze clausule: het ging niet om een incident maar om wangedrag van vele jaren, een zaak van algemeen belang én een publieke figuur op een invloedrijke positie.

De uitleg van dat laatste is ook relevant. De hoogleraar vond dat zijn privacy beschermd moest worden omdat hij geen publieke figuur is; hij was niet landelijk bekend. Maar de rechter stelt dat het „voor het zijn van een publiek figuur niet nodig [is] dat het grote publiek iemand kent of dat iemand de openbaarheid zoekt”. Het gaat om zijn „positie in de samenleving” als hoogleraar en raadsheer-plaatsvervanger. Anders gezegd, BN’er en ‘publiek figuur’ zijn geen synoniemen.

Noemt de krant hem nu volledig? Het oorspronkelijke artikel wordt niet herschreven, zegt de hoofdredacteur, maar is wel aangevuld met de uitkomst van het hoger beroep. Ook het bericht dat de krant wijdde aan het vonnis van het hof vermeldt de volledige naam van de hoogleraar.

Ook de rector van een universiteit is een publieke figuur. Dat is relevant voor het tweede onthullende NRC-verhaal dat deze week onder de loep werd genomen. Een externe commissie van de Universiteit van Amsterdam concludeerde (in zeven pagina’s) dat een oud-rector wel slordig was geweest met bronvermeldingen in haar toespraken als rector en in haar proefschrift, maar dat geen sprake was van plagiaat – zoals NRC had geschreven. In een gesprek met de Volkskrant toonde de oud-rector zich verheugd over dat oordeel en diep gegriefd door de berichtgeving in NRC.

Terecht? Ik schreef destijds in mijn rubriek over de kritiek op dat stuk dat bij plagiaat (dat geen juridisch maar een moreel begrip is) bijna altijd „een kluwen van oordelen” ontstaat die kan leiden tot grote verwarring; zie de eindeloze exegese van het begrip ‘zelfplagiaat’ (een laakbare vorm van je eigen teksten recyclen).

Semantiek lijkt ook hier de scheidsrechter. Volgens de UvA-commissie was van plagiaat geen sprake, omdat het gaat om „overname van teksten, niet van inzichten en ideeën”. Bovendien in een „literatuurstudie” die geen aanspraak maakt op „,originaliteit”. Tegelijk stelt de commissie vast dat „geen rechtvaardiging valt aan te dragen” voor het zonder duidelijke bronvermelding overnemen van „grotere stukken tekst”, soms meer dan een pagina, door betrokkene.

Dat lijkt me een warboel. Uiteraard zijn aard en context van een publicatie belangrijk, maar de definitie van plagiaat is hier veel te nauw. Nauwer dan in het gewone taalgebruik, en trouwens ook dan in de NRC Code. Alsof alleen het stelen van E=mc2 écht plagiaat betekent en niet ook het uit slordigheid, ijdelheid, tijdgebrek of een ander motief, letterlijk overnemen van andermans teksten onder eigen naam. De krant kan zich hier dus ook aan zijn eigen definitie houden. Of je het woord ook wilt gebruiken in artikelen of koppen is een tweede: het triggert allerlei Pavlovreacties, die van de inhoud van een stuk afleiden.

De auteur van dit artikel, wetenschapsjournalist Frank van Kolfschooten, is dan ook niet onder de indruk van het rapport, liet hij me weten. Hij bestrijdt het verweer van de oud-rector dat haar toespraken voor een deel werden geschreven door de afdeling communicatie van de universiteit – die dat ontkent.

Van Kolfschooten wijst erop dat hij de toespraken van de oud-rector heeft gelegd langs de eigen UvA-regels voor teksten. Dát lijkt me de kern van de zaak: de rector van een universiteit die de regels voor studenten aanscherpte, nam het er zelf niet zo nauw mee. Dat is relevant, ook al omdat, zoals ook de commissie expliciet stelt, een rector aan de universiteit een „voorbeeldfunctie” heeft.

Overigens was, zoals ik destijds opmerkte, dat proefschrift uit 1988 niet eens nodig geweest om dat punt te maken, de toespraken waren voldoende. Sterker, door dat erbij te halen – om te zien of er sprake was van een patroon – riep de krant het verwijt op een hetze te voeren tegen een persoon, in plaats van het gedrag van een bestuurder aan de kaak te stellen.

Was er een hetze tegen de oud-rector, zij het niet bij NRC? Sympathisanten van haar spraken van „karaktermoord”. De oud-rector was betrokken bij een turbulent fusieproces aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en zou pootje zijn gelicht via de media.

Voor de feiten in het artikel van Van Kolfschooten – met als crux haar werk in Amsterdam – maakt dat niet uit. Hij kreeg die niet aangereikt, maar deed eigen onderzoek na een tip. Die turbulentie in Rotterdam was wel relevante context bij wat er volgde: de universiteit stelde een opmerkelijk onderzoek in naar een mogelijk „plagiaatlek”, dat niets opleverde. De krant deed daar in twee korte stukken verslag van.

Toch was hier uitgebreider eigen onderzoek beter geweest, vind ik. Verziekte verhoudingen aan een universiteit raken ook aan publiek belang: bureaucratische stammenstrijd, gekonkel rond academische reorganisaties, fusie van faculteiten – alles bij elkaar ook een heel eigentijds verhaal. Misschien niet origineel of briljant, maar de moeite waard om natuurlijk niet over, maar wel op te schrijven.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.