Opinie

Als Duitsland schuift, schuift heel Europa

In Europa

De president van de Bundesbank, Jens Weidmann, die zegt dat de ‘zwarte nul’ – het grondwettelijke verbod op het begrotingstekort – „geen fetisj moet worden”.

De minister van Financiën, Olaf Scholz, die over een Europese depositogarantie en eurobegroting gaat onderhandelen met zijn Europese collega’s.

Isabel Schnabel, het nieuwe Duitse bestuurslid bij de ECB, die het „gevaarlijk” vindt dat „Duitse politici, media en bankiers het beeld versterken dat de ECB Duits spaargeld steelt”.

En dan Jakob von Weizsäcker, die hoofdeconoom wordt op het Duitse ministerie van Financiën – dezelfde man die in 2010 met een Franse collega een plan bedacht voor eurobonds.

Terugkijkend op 2019 kun je maar één ding constateren: in Duitsland was een heel nieuw geluid te horen over de euro en de Europese bankenunie. Voorlopig gaat dit het Duitse beleid niet veranderen. Geen jota. Maar sluit op langere termijn een koerswijziging niet uit.

Afgelopen jaren domineerden Duitse haviken het debat over Europese economie en financiën, van a tot z. De conservatief Wolfgang Schäuble was minister van Financiën. Voor hem waren een eurozonebudget, Europese depositogarantie en eurobonds onbespreekbaar. Iedereen zijn eigen broek ophouden, de kat niet op het spek binden, houd die „zondaars” in Griekenland en Italië in de gaten – dat was de lijn van Schäuble, de man die tijdens de eurocrisis soms krijste tegen Griekse en Cypriotische collega’s.

Sinds maart 2018 is Olaf Scholz minister. Als SPD’er staat hij anders in het eurodebat. Hij haalde een sloot jongere economen bij het ministerie binnen, veertigers en vroeg-vijftigers die studeerden met Amerikaanse phd-programma’s. Velen denken meer Angelsaksisch. „Deze nieuwe generatie zorgt voor een intellectuele verschuiving”, zegt Guntram Wolff, directeur van de Brusselse denktank Bruegel. Wolff heeft net als Schnabel, Von Weizsäcker en anderen die nu invloedrijke posities bereiken, aan de universiteit van Bonn gestudeerd.

Tegenover andere Europeanen is deze nieuwe generatie open en onbevangen. Maar echt materiële veranderingen zetten ze niet in gang. Schäuble weigerde vaak in Brussel bepaalde zaken te bespreken en deed dan later kleine concessies. Scholz doet het omgekeerde. Hij is bereid over Europese politieke rugdekking voor de euro te praten, maar stelt dan zoveel voorwaarden dat niemand er wat mee kan.

Bij zijn aantreden zei Scholz: „Een Duitse minister van Financiën is een Duitse minister van Financiën.” Kortom: als SPD’er doe ik geen andere dingen dan mijn voorganger. Hij wilde Duitse burgers geruststellen die tijdens de eurocrisis hysterisch waren geraakt over Grieken die hun spaarcenten kwamen inpikken. Daar is Scholz nog altijd mee bezig. Helaas voor hem heeft de SPD niet de reputatie dat ze goed op de centen past.

Belangrijker nog: de SPD regeert samen met de CDU. En die is niet van mening veranderd over eurozaken. De partij staat er zelfs harder in dan kanselier Merkel zelf: zij is linkser dan de gemiddelde CDU’er. Voorlopig kan Scholz over eurobonds en depositogarantie praten wat hij wil – de CDU geeft geen krimp.

Het zijn de Groenen, grappig genoeg, die deze patstelling kunnen doorbreken. Zij dwingen de regering, vanaf de oppositiebanken, nu al om meer te investeren in klimaat en infrastructuur. Zij delen de obsessie niet met de schwarze Null. In hun programma voor de euro staat het woord ‘solidariteit’. Zij willen Europese werkloosheidsuitkeringen, Europees minimumloon en een verdieping van de euro zoals de Franse president Macron voorstelt.

Als Duitsland schuift, schuift heel Europa. Het Nederlandse eurobeleid is nu: voorkomen dat Duitsland concessies doet aan Frankrijk. Ook zo benieuwd hoe Den Haag gaat bijsturen, als de nieuwe generatie in Berlijn echt aan de touwtjes gaat trekken?

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.