Verstijfd en ziek maar goed doorvoed

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: de putten die Amerikaanse soldaten groeven in de Ardennen zijn nog altijd zichtbaar.

Foxholes in het Bois Jacques bij Foy in Bastogne (Bastenaken).
Foxholes in het Bois Jacques bij Foy in Bastogne (Bastenaken). Foto WikiMedia

Dit kan ook: vijfenveertig jaar lang als kampeerder door de Ardennen trekken, je al die tijd afvragen wat dat toch voor vreemde Belgische gewoonte is om midden in het bos rechthoekige putten te graven en er pas in 2019 achter komen hoe de zaak in elkaar steekt.

Je zocht wat na op internet over het Ardennen-offensief dat de Duitsers op 16 december 1944 inzetten en opeens liep het scherm vol met foto’s van die putten. Het blijken de resten van Amerikaanse ‘foxholes’ die destijds werden aangelegd als bescherming tegen granaatvuur en guur winterweer. Moderne slagveldtoeristen worden er in rijen langs geleid.

Het onverwachte, ongekend zware Duitse offensief, bedoeld om in één briljante manoeuvre door te stoten naar de havens van Antwerpen, stichtte aanvankelijk grote verwarring onder de Amerikaanse troepen die België net hadden bevrijd. Mist en laaghangende bewolking sloten adequate luchtverkenning uit. Het waren dagen van haastige verplaatsingen, tactische terugtrekking en geïmproviseerde aanvoer van versterkingen, vaak van jonge reservetroepen die nauwelijks gevechtservaring hadden of van een complete uitrusting waren voorzien. Vroeg of laat belandden die in zo’n foxhole.

De lichtgewichtkampeerder die de rechthoekige gaten opeens met andere ogen ziet probeert zich een voorstelling te maken van hun aanleg en gebruik. De omvangrijke literatuur over het Ardennenoffensief komt daar zelden aan toe, maar een YouTube-film brengt de bouw van de foxholes in beeld. Onmisbaar attribuut was de pioniersschop, de uitklapbare schop waarvan het blad ook haaks op de steel kon worden gezet. Het blijkt dat de foxholes geen echte ‘schuttersputjes’ waren maar eerder geïmproviseerde nachtonderkomens voor twee of drie soldaten. Dieper dan een meter zullen de meeste niet geweest zijn. De foxholes werden afgedekt met takken en zo mogelijk gecamoufleerd met aarde. De ongelukkige die zijn foxhole moest aanleggen in het open veld stond vaak in bevroren grond te hakken en moest maar zien hoe hij een dak aanbracht. Soms werden meerdere dagen in hetzelfde foxhole doorgebracht.

Extreem koud was het niet

Kon je je daar warm houden, dat is het eerste wat je weten wil. Anders dan vaak wordt beweerd was het niet extreem koud, die decembermaand in 1944, het KMI in Brussel was zo vriendelijk dat nog eens uit te zoeken.

Na een korte koudeperiode met sneeuwval (8 tot 15 december) was er van 16 tot 19 december dooi met temperaturen die op de heuveltoppen opliepen tot 6 à 7 graden en in de dalen zelfs tot 10. Op 21 december valt er weer wat sneeuw en daarna wordt het kouder. Op 23 december breekt voor het eerst de zon door en kunnen geallieerde vliegtuigen opstijgen. Zo kon de omsingelde, strategische stad Bastogne worden bevoorraad. Geleidelijk daalden de nachttemperaturen verder, maar de echte felle winterkou kwam pas in januari toen de Duitsers het initiatief alweer kwijt waren.

Het probleem was dat de standaarduitrusting van de Amerikaanse soldaat niet méér te bieden had dan twee dekens, een poncho en een ‘shelter-half’. De halve tent werd wel als dakbedekking gebruikt. De lange, warme overjas die Duitse soldaten graag droegen was onder Amerikaanse soldaten niet populair. De wollen slaapzakken die eind 1944 werden aangevoerd wilden ze niet gebruiken uit vrees er niet op tijd uit te komen.

Altijd natte sokken

Het komt erop neer dat de soldaten meestal verstijfd en ziek van de kou in hun foxhole lagen, zeker als daarin water stond. Dicht bij het front durfden maar weinigen hun laarzen uit te trekken om de – altijd natte – sokken te verwisselen en de voeten te masseren (zoals het voorschrift was). De loopgraafvoeten (trench feet) die er het gevolg van waren leidden tot een enorme uitval. (Sokken werden gedroogd onder de helm, in het overhemd of op de ransel.)

Met wat inspanning kun je je de nachten in het foxhole voorstellen. Bedenk dat het aanvankelijk zó donker was (het was op 15 december nieuwe maan geweest) dat sommige soldaten na het plassen hun onderkomen niet terugvonden. De Duitsers lieten zich de eerste week vaak bijlichten door zoeklichten die de onderkant van de wolken aanstraalden: künstliches Mondlicht. Bedenk ook dat de mortierbeschietingen ’s nachts meestal doorgingen.

Wetenschappelijk rantsoen

Bleef de uitrusting van de Amerikaanse soldaat ver achter bij die van de Duitse tegenstander, met de voedselvoorziening was het net andersom. De Amerikaanse soldaat was destijds ’s werelds best gevoede soldaat. Waar mogelijk werd twee keer per dag vanuit veldkeukens warm eten ‘naar voren’ gebracht. Breakfast before daylight, supper after dark. De lunch bestond uit een gevechtsrantsoen. Dicht bij het front was de soldaat geheel aangewezen op gevechtsrantsoenen: de befaamde, wetenschappelijk ontworpen C- en K-rations, inclusief sigaretten. Bouillon en Nescafé warmde hij op met tabletten wood alcohol (methanol), hexamine (Esbit) of trioxaan.

Is het geen mirakel dat de foxholes er na 75 jaar nog steeds zijn? Nee, geen mirakel, zegt Jan Smit, emeritus hoogleraar geologie aan de Amsterdamse VU. Dat is nu precies het verschil tussen venig, zandig en kleiig Nederland en de ondergrond van de Ardennen. Waar de foxholes zijn gegraven zal de ondergrond wel schalie-achtig zijn geweest, zeg maar: verharde klei en modder. Schalies zijn redelijk zacht, je graaft er zó een put in, maar tegelijk ook stug en taai. Ze glijden niet zomaar een foxhole in. Daarom zijn die gaten nog steeds te zien.