Strafhof wil onderzoek naar ‘oorlogsmisdaden’ in Palestijnse gebieden

Volgens hoofdaanklager Fatou Bensouda is er een basis om een onderzoek te openen, maar moet het hof zich eerst buigen over de vraag of het jurisdictie heeft in de Palestijnse gebieden.
Het Internationaal Strafhof in Den Haag.
Het Internationaal Strafhof in Den Haag. Foto Martijn Beekman/ANP

Het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag wil een onderzoek openen naar vermeende oorlogsmisdaden die zijn begaan in de door Israël bezette Palestijnse gebieden, Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Dat heeft hoofdaanklager Fatou Bensouda vrijdag bekendgemaakt. Volgens Bensouda is er genoeg informatie om een onderzoek te openen, maar moet het hof zich eerst buigen over de vraag of het jurisdictie heeft in de Palestijnse gebieden.

Uit dat onderzoek zouden aanklachten kunnen voortkomen tegen zowel Israëliërs als Palestijnen. Israël, dat geen lid is van het strafhof, noemt de stap „ongegrond”. Volgens premier Benjamin Netanyahu heeft het ICC geen jurisdictie in deze zaak. In een verklaring zegt de premier dat het strafhof zich laat gebruiken als „politiek instrument om de staat Israël te de-legitimeren”.

Het strafhof kan oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de menselijkheid onderzoek in de 123 landen die zijn aangesloten bij het hof. Hoewel Israël niet aangesloten is, erkent het hof sinds 2015 Palestina wel als lid.

De Palestijnen vroegen het hof in 2018 om een officieel onderzoek te openen. Dat richt zich vooral op de bouw van Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied en Israëls militaire operaties in Gaza. Het strafhof begon op eigen initiatief een vooronderzoek na het conflict in de Gazastrook in de zomer van 2014.

Bij die militaire operatie kwamen 2.251 Palestijnen om het leven, onder wie 1.462 burgers, 67 Israëlische militairen en zes Israëlische burgers. De Palestijnen zeggen dat er oorlogsmisdaden zijn begaan. Bensouda schrijft in een verklaring: „Er zijn geen substantiële redenen om aan te nemen dat een onderzoek niet in het belang van de gerechtigheid zal zijn.”