Foto Frank Ruiter

Interview

‘Ook een tbs’er moet de zon kunnen zien opkomen’

Tbs Peter Braun (65), manager patiëntenzaken bij de Pompestichting, probeert tbs’ers met een longstaystatus een „zo menswaardig mogelijk leven” te geven. „Niemand is alleen zijn daad.”

Ook voor Michael P., de man die Anne Faber (25) verkrachtte en vermoordde, zou Peter Braun zijn uiterste best doen. „Ja, natuurlijk,” zegt Braun als hem ernaar wordt gevraagd, „ik zou er alles aan doen om zijn verblijf in opsluiting zo humaan mogelijk te laten verlopen. Dat is mijn opdracht”.

Peter Braun is als manager patiëntenzaken bij de Pompestichting verantwoordelijk voor het welzijn van 98 tbs’ers met een longstaystatus. Velen zullen nooit meer vrijkomen en Braun probeert hun met dat gebrek aan toekomstperspectief toch „een zo menswaardig mogelijk leven” te geven.

Dat doet hij niet alleen uit plichtsbesef, hij wíl ook graag werken met verkrachters, moordenaars en brandstichters. Omdat ze hem boeien. Als hij niet met hen werkt, leest hij over ze. Op het moment van dit interview ligt er een boek over massamoordenaar Anders Breivik op zijn nachtkastje („Die man gelooft werkelijk dat hij iets positiefs heeft gedaan”). Over Michael P. zegt hij: „Ik ben natuurlijk stiknieuwsgierig naar deze man”. En dat geldt ook voor iemand als crimineel Willem Holleeder. „Ik zou willen zien of ze ook andere kanten hebben. Niemand is alleen zijn daad.” 

Zijn er geen misdaden die een mens definiëren?

„Nee, er is altijd meer. Patrick Kluivert heeft iemand doodgereden. Dat was een eenmalige gebeurtenis in zijn leven. Ook een moordenaar is niet de hele dag aan het moorden. Een verkrachter verkracht niet de hele dag.”

Maar een pedofiel is dat altijd…

„In deze omgeving, waar bijvoorbeeld geen kinderen zijn, is het ook vrij makkelijk de andere kant van een pedoseksueel te zien.”

Met ‘deze omgeving’ bedoelt Peter Braun (Duitse grootvader, Indonesische grootmoeder) de longstaykliniek van de Pompestichting in Zeeland (Noord-Brabant). De kliniek ligt tussen groene weiden en akkers en een enkele boerderij. Om de buitenwereld te beschermen tegen de gestoorde daders die er wonen, staat rond het terrein een dubbel hek van draadstaal dat 5,5 meter hoog is en onder stroom staat. Een blikkerige stem geeft via de intercom toestemming om binnen te komen. Met een zachte klik valt eerst de ene en dan de andere toegangsdeur in het slot.

In de tijd dat Braun hier werkt zijn de hekken onder druk van politici en bestuurders verhoogd, maar hij is al lang blij dat het geen muren zijn. „Ik denk dat het gezond is om – letterlijk – perspectief te hebben, om de zon te zien opkomen en onder te zien gaan en de verandering van de seizoenen mee te maken.”

Omdat een groot deel van de bewoners hier oud zal worden, mag er binnen de hekken meer dan in gewone tbs-klinieken. Dat betekent dat sommige bewoners met een cirkelzaag boomstammen zagen om er tuinmeubilair van te maken. Anderen verzorgen de geiten en de konijnen. Het is maatwerk: iedere bewoner mag en moet andere dingen. Braun: „Er zijn hier mensen die ik nog niet vertrouw met een schaar, maar er zijn ook mensen die ik met een gerust hart op mijn kinderen had laten passen toen ze nog klein waren.”

Heeft u geen moeite met de erge dingen die mensen hier hebben gedaan?

„In het begin had ik moeite met zedendelinquenten. Ik vond het viezeriken. Maar als je hier langer werkt, komt het besef dat niemand er zelf voor heeft gekozen zo te zijn.”

Waarom doet u zo uw best voor deze daders die iets verschrikkelijks hebben gedaan?

„We sluiten deze mensen op, omdat dat veiliger is voor de samenleving. Maar daarbinnen wil ik het zo humaan mogelijk doen. Omdat zij dat verdienen, maar ook omdat dat het beste werkt. Er zullen mensen zijn die vinden dat wat ik doe pamperen is, maar het werkt ook het beste. Een patiënt de hele dag op z’n kamer houden, leidt alleen maar tot agressie en dan moet je er met drie man op af om hem uit z’n kamer te krijgen.”

Er zijn ook veel ouderen die goede zorg nodig hebben, waarom helpt u die niet?

„Er zijn veel mensen die het belangrijk vinden dat er goed voor ouderen wordt gezorgd. Voor de groep die hier zit, willen veel minder mensen hun best doen. Maar ook zij hebben iemand nodig die er het beste voor ze van maakt.”

Sommigen zullen u soft vinden.

„Op verjaardagen begin ik niet uit mezelf over mijn werk. En als mensen kritiek uiten, nodig ik ze uit voor een rondleiding.”

Vanuit zijn werkkamer heeft Braun zicht op de toegangspoort van de kliniek. Hij ziet wie er in- en uitgaat. Op zijn bureau liggen stapels onderzoeken naar de forensische psychiatrie. Een van de nieuwste ontwikkelingen houdt hem bezig. Hoe kan virtual reality helpen in de behandeling van zedendelinquenten? Wat vertellen de oogbewegingen van een pedofiel als hij langs een virtuele school vol kleine kinderen loopt? Als hij zegt dat hij niet met kinderen bezig is, kunnen zijn ogen iets anders laten zien.

Een jaar voor zijn pensionering is Braun nog volop bezig met de toekomst van zijn vak, maar in zijn zware loodgietersstas draagt hij al veertig jaar geschiedenis mee. Een tekening van een wachttoren en een omheining, in een plastic hoesje, die zijn vader heeft gemaakt toen hij in een Duits krijgsgevangenenkamp zat. Zijn vader werd direct door de Duitsers opgepakt toen hij in mei 1940 examen deed aan de Koninklijke Militaire Academie. De hele oorlog zat hij vast. Na die detentie werd Brauns vader ingezet bij de politionele acties (zijn eigen moeder was Indonesisch). Die twee gebeurtenissen in het leven van zijn vader zijn bepalend geweest voor hoe Braun nu zijn werk uitvoert, zegt hij. „De Duitsers die in Stanislau mijn vader vasthielden, dachten dat ze het goede deden, dat ze een eerlijk beroep hadden. Mijn vader dacht dat hij het goede deed toen hij na de oorlog meewerkte aan de politionele acties. En ik denk nu op mijn beurt dat ik een eerlijk beroep heb, maar het is de geschiedenis die daarover zal oordelen.”

De film One Flew Over the Cuckoo’s Nest was nog niet zo lang uit toen Peter Braun zijn eerste echte baan kreeg, als psycholoog. Wat hem had geschokt in de film, die wordt gezien als aanklacht tegen het platspuiten van psychiatrisch patiënten, bleek dichter bij de werkelijkheid te staan dan hij had gehoopt. Patiënten kregen elektroshocks en werden veelvuldig gefixeerd. „De psycholoog van dienst werd geacht daarbij te helpen”. En omdat hij als nieuwkomer nog niet in het rooster was opgenomen, moest hij mee toen een patiënt zich had verhangen in het bos. Een collega sneed het touw door, Braun ving het lichaam op. Hij was begin twintig.

Foto Frank Ruiter

Toch is hij veertig jaar later opgewekt als hij vertelt dat hij van zijn „werkje” houdt. Hij heeft geluk gehad, zegt hij, omdat zijn loopbaan parallel liep aan grote veranderingen in de psychiatrie. „Toen ik begon ging het vooral over het dempen van gedrag”. Daarvoor werden paardenmiddelen gebruikt als Haldol en Frenactil. Maar medicatie werd beter, preciezer en behandelmethoden kwamen op. En Braun kwam erachter dat hij van moeilijke gevallen houdt. „Ik had ook de academische wereld in kunnen gaan, maar ik moet patiënten kunnen zien, ruiken en voelen.” Hij heeft even op een polikliniek gewerkt, waar „de dankbare patiënten” komen. „Als ze zijn opgeknapt, komen ze je bedanken met een boekje of een goede fles wijn. Best leuk, maar toch ook wel erg saai. De doelgroep die hier zit, dát is mijn ding.” Hij houdt van „de lastige puzzel”. „Om iemand die maar heel moeilijk in de maatschappij past, zich toch te laten ontwikkelen.”

Deze mensen helpen, daarin gaan Braun en zijn collega’s zo ver als nodig is. De wet is de grens, verder kan er niet zo veel niet. Tien jaar geleden kwam de kliniek in opspraak toen bleek dat de leiding overwoog er prostitueebezoek toe te staan. Het ministerie stak er een stokje voor. Braun zou de bewoners die geen verslavingsproblemen hebben, graag een borrel schenken, maar dat kan niet. Zelfs alcoholvrij bier mag het terrein niet op. De ex-verslaafden kunnen ook door alcoholvrij bier getriggerd worden.

Hoewel zijn pensioen in zicht is, wil Braun nog van alles. Zo is hij al meer dan zeven jaar bezig om een aantal chaletwoningen te realiseren binnen de hekken van de kliniek. Nu wonen de tbs’ers op een kamer aan een lange gang. Ze hebben een balkon met tralies zodat ze wel buiten kunnen zitten, maar opgesloten blijven.

Waarom moeten de tbs’ers een eigen chalet krijgen?

„Er zijn hier mensen die niet meer weg willen. Die zelf inzien dat ze buiten de hekken gevaarlijk zijn. Die gun je toch een eigen plek? Geen kamer, maar een plek waar je het niet hoort als de buurman met z’n hoofd tegen de muur bonkt. Een plek die van jou is, die jij kunt inrichten.

Lees ook dit opiniestuk van vijf tbs-advocaten: Langer opsluiten? Investeer liever in betere tbs

En de chalets zijn ook geschikt voor mensen die we overwegen naar een gewone tbs-kliniek te sturen, waar ze weer behandeling krijgen die gericht is op terugkeer in de samenleving. In zo’n chalet met iets meer zelfstandigheid kunnen we alvast even kijken of ze zichzelf schoonhouden en of ze wel regelmatig eten enzo.”

Maar waarom duurt het zo lang?

„Eerst waren er tal van veiligheidseisen. Het raam moet open kunnen, maar niet zo dat je erdoor naar buiten kunt klimmen. Een verpleegster die hier ’s nachts over het terrein loopt om iemand medicatie te brengen, mag niet het risico lopen besprongen te worden.” Inmiddels zijn de meeste veiligheidskwesties opgelost, maar is het geld voor de chalets elders in de organisatie nodig. „Maar”, zegt hij vrolijk, „ik ben nog niet met pensioen. Het kan nog.”