Opinie

Onmogelijke belastingbeloftes

Marike Stellinga

Als het om belastingen gaat, houden politici van grote gebaren. Toen de toeslagen werden ingevoerd, moest de Belastingdienst niet treuzelen met uitkeren. Nee, burgers mochten pertinent niet wachten op hun tegemoetkoming voor zorg, huur en kinderen. Toen later bleek dat Bulgaren nogal makkelijk met de toeslagen konden frauderen moest de Belastingdienst fraudeurs keihard aanpakken.

En nu is gebleken dat de Belastingdienst totaal op hol sloeg in die keiharde fraude-aanpak en zo, in de woorden van de deze week afgetreden D66-staatssecretaris Menno Snel, „onschuldige ouders werden platgewalst door hun eigen overheid, zonder dat zij kans hadden daaraan te ontsnappen” – nu moeten de toeslagen worden afgeschaft.

Snel zei bij zijn aftreden dat het toeslagensysteem zijn langste tijd heeft gehad. Een week geleden zei de Tweede Kamer dat ook. Alle 150 parlementariërs stemden voor een motie van ChristenUnie-Kamerlid Eppo Bruins en D66-Kamerlid Steven van Weyenberg. De motie vroeg het kabinet een belastingstelsel uit te werken, waarbij het toeslagenstelsel verdwijnt.

Nou is de gedachte begrijpelijk. En breder te horen. Zo zei CDA-wethouder Peter Heijkoop uit Dordrecht in september in NRC: „Ga als kabinet om tafel en schaf die toeslagen af. Laat mensen die weinig verdienen weinig belasting betalen.” Want het stelsel heeft een destructieve uitwerking op de kwetsbaarste burgers, constateerde Heijkoop in zijn eigen stad. „Wat ik ook aan problemen zie in Dordt, overal loopt als een rode draad de toeslagenellende doorheen.”

De problemen rond de toeslagen zijn veel breder dan de fraudeaanpak van de Belastingdienst. De problemen zitten in het wezen van de toeslagen: ze worden als voorschot uitgekeerd. Blijkt later het inkomen hoger, of het aantal dagen opvang lager, dan moeten mensen geld terugbetalen. Geld dat met name mensen die het niet breed hebben, niet op de spaarrekening hebben staan.

Vereenvoudigen ja. Mensvriendelijker maken. Minder toeslagen, top. Maar afschaffen?

Een ambtelijke werkgroep trok in november dodelijke conclusies over het stelsel. De toeslagen zorgen voor onzekerheid en financiële problemen bij mensen met lage inkomens. „Dat is buitengewoon pijnlijk voor een stelsel dat juist is bedoeld om huishoudens financieel te ondersteunen.”

Dus lijkt het logisch om te concluderen dat een groot gebaar nodig is. Afschaffen die handel! Probleem is alleen dat afschaffen makkelijker gezegd is dan gedaan. Sterk vereenvoudigen ja. Mensvriendelijker maken ook. Minder toeslagen, top. Maar afschaffen? Dat betekent voor mensen met de laagste inkomens een financiële klap. Want zij betalen al weinig tot geen belasting en verliezen met de toeslagen grote bedragen aan inkomensondersteuning. Dat geld moet de overheid dus op een andere manier overmaken. En aan alternatieven zitten ook nadelen, soms dezelfde als aan de toeslagen.

Belastingen zijn een favoriet speeltje van politici. Gunstige aftrekpost hier, koopkrachtbelofte daar, achterban bediend, heerlijk. Maar al dat gespeel heeft gezorgd voor een complex stelsel dat ongelijk uitpakt, voor kleine spaarders en grote beleggers, voor kostwinners en tweeverdieners, voor mensen met een accountant en zonder. Er is een grote verbouwing nodig. Het zal voor politici in aanloop naar de verkiezingen van 2021 verleidelijk worden om als een olifant door de porseleinkast van het belastingstelsel te banjeren en te beloven even orde op zaken te stellen. Maar als de geschiedenis ons iets leert, is het dat grote gebaren ellende kunnen opleveren. Dit wordt een immense klus, in nederigheid.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.