Recensie

Recensie Boeken

Nieuwe ‘Aladdin’ brengt het oude sprookje heel dichtbij

Kinderboek Sjoerd Kuyper schreef een nieuwe versie van het verhaal van Aladdin: sprankelend, in een beeldrijke, poëtische (voorlees)taal met speelse verwijzingen naar het oude sprookje.

Aladdin, Walt Disney en de Vertellingen van duizend-en-één-nacht: in onze westerse samenleving vormen ze een heilige drie-eenheid. Toch berust die op een vergissing. Als er iets blijkt uit de geschiedenis van het populaire sprookje Aladdin en de wonderlamp, dan is het wel de onduidelijkheid over de oorsprong. Behalve dat het sowieso niet tot het corpus van de Duizend-en-één-nacht behoort, is het zelfs de vraag of het wel authentiek Arabisch is. Het zou zomaar kunnen dat Europa’s eerste Duizend-en-één-nacht-vertaler Antoine Galland (1646-1715) het sprookje deels zelf heeft verzonnen.

Die wetenschap heeft Sjoerd Kuyper ongetwijfeld een gevoel van artistieke vrijheid gegeven toen hij begon aan Aladdin, een nieuw deel van de klassiekerreeks van Hoogland & Van Klaveren waarbij een auteur met een twintigtal illustratoren samenwerkt. Zijn versie van het sprookje kenschetst zich door een volstrekt eigenzinnige aanpak, die je niet alleen Disney doet vergeten, maar je ook doet afvragen of het ‘bewerkt door’ op de gloedvolle cover van Alice Hoogstad wel de lading van Kuypers verzinsels dekt.

Lees ook: In dezelfde reeks bewerkte Koos Meinderts vorig jaar ‘Van den vos Reynaerde’

Zakkenrollerkunsten

Niet dat Kuypers vertelling niet wemelt van de karakteristieke Duizend-en-één-nacht-elementen en verhaalingrediënten uit Aladdin: de gedienstige djinn, het vliegende tapijt, de wraakzuchtige grootvizier, de tovenaar, de sultan en zijn dochter Badroel Badoer op wie Aladdin verliefd wordt, de luisterrijke paleizen… Ze creëren, geholpen door de uiteenlopende maar rake illustraties, effectief de oosterse sfeer die wij met Aladdin associëren. Maar wat anders en gedurfd is, is dat Kuyper vanuit onze eigen tijd vertrekt. Aladdin is weliswaar, net als in Gallands versie, een arme sloeber, maar de straten en steegjes waar hij zijn werkloze tijd gefrustreerd slijt, glurend naar Amerikaanse toeristen die ‘zoveel vlees in hun broek hebben dat er in hun kontzak bijna geen plaats is voor hun portemonnee’, zijn die van modern Istanbul.

Motor van Kuypers sprookje is een tweehonderd lira-biljet dat Aladdin (door de wind, of zijn zakkenrollerkunsten) in handen krijgt. Verlangend naar de antieke sprookjeswereld die hij kent uit het enige boek dat hij bezit, koopt hij een kaartje voor het historische Topkapipaleis. Omdat hij daar ongehinderd door toeristen wil kunnen ronddwalen in het verleden, laat hij zich insluiten. Als een dikke suppoost hem snapt mag Aladdin kiezen: of de politie komt, of hij wurmt zich door een scheur in een muur naar een kamer waar een fles staat die de suppoost wil hebben, zodat hij vrij is. ‘Aladdin voelt dat de fles hem nog dichter bij het verleden kan brengen dan hij net al was’, schrijft Kuyper treffend suggestief, waarna Aladdin de kamer ingaat, het stof van het flessenetiket wrijft, onbedoeld de wensvervullende djinn bevrijdt en vervolgens zo zijn eigen sprookje binnenwandelt.

Hartstochtelijke liefde

Moeiteloos ga je mee: Kuyper weet hoe hij je ongeloof moet opschorten. Zo vraagt Aladdins moeder haar zoon of hij dronken is, als hij thuiskomt met de wonderfles en het verhaal dat ze vierhonderd jaar terug in de tijd zijn beland. Bovendien schrijft Kuyper sprankelend, in een beeldrijke, poëtische (voorlees)taal met speelse verwijzingen naar het oude sprookje. De kwade tovenaar die ook jacht maakt op de wonderfles komt bijvoorbeeld uit ‘een land duizend-en-één horizonnen verderop’. En wanneer het volk fulmineert tegen de sultan als die Aladdin wil doden omdat die hem en zijn dochter met tovenarij bedrogen heeft, roepen ze: ‘Lang, lang leve Aladdin, onze grote held. Over duizend-en-één-jaar wordt er nog over hem verteld. Als zijn kop moet rollen dan rollen er twee, want dan rolt jouw kop, o sultan, net zo vrolijk mee.’

Het mooist schrijft Kuyper over de hartstochtelijke liefde tussen Aladdin en Badroel Badoer die elkaar uiteindelijk krijgen, want ‘als je echt van iemand houdt, kun je niet liegen’. Mooi ook en goedgevonden is de terugkeer van het stel naar de tijd en plaats waar Aladdins verhaal begon, vanuit het motto ‘de toekomst is uitgevonden voor jonge mensen’. Zo brengt Kuyper een oud sprookje heel knap, heel dichtbij, terwijl de oorspronkelijke moraal – ‘van te veel wensen komt alleen maar narigheid’ – onverminderd stand houdt.

Lees ook: Een recensie van drie bewerkingen van oude, ‘Arabische’ sprookjes