Nederland Europees kampioen? Het kan veel beter

Groeistrategie Het Innovatieplatform deed in 2003 suggesties voor een betere Nederlandse economie. Daar kwam niets van terecht. Nu worden er opnieuw experts opgelijnd. Herhaalt de geschiedenis zich?

Illustratie Pepijn Barnard

De zeventien mannen en vrouwen wilden Nederland nog één keer de weg wijzen. De weg naar blijvende welvaart en waardevol werk. Het waren drie ministers, onder wie premier Jan Peter Balkenende. Twee onderwijsbestuurders. Drie topwetenschappers, onder wie Robbert Dijkgraaf (nu toponderzoeksinstituut Princeton). Poldervoorzitter Alexander Rinnooy Kan (Sociaal-Economische Raad). Plus ácht mensen uit het bedrijfsleven, zoals Feike Sijbesma (DSM), Wiebe Draijer (toen McKinsey, nu eerste man Rabobank) en Hans de Boer (nu voorzitter van werkgeverslobby VNO-NCW).

Hier zat het Innovatieplatform. Opgericht in 2003. Een idee van Balkenende om Nederland met een extra dosis onderzoek en ontwikkeling rijp te maken voor de kenniseconomie van de 21ste eeuw.

De maakbaarheid van de economie bleek beperkt. De kredietcrisis van 2008 overvleugelde langetermijnvisies.

Hier lag hun laatste advies. Gedateerd 19 april 2010. Nederland 2020: terug in de top 5.

Die topvijf was het klassement van de landen met de meest concurrerende economie. Dat klassement komt van het World Economic Forum, een denktank annex netwerkbedrijf dat ook de jaarlijkse jamboree organiseert van politici, ondernemers en bekende wereldburgers in het Zwitserse Davos.

In 2010 was Nederland weggezakt naar de tiende plaats op die lijst. Het predicaat ‘meest concurrerende economie’ is niet zaligmakend voor welvaart en banen. Dat wist het Innovatieplatform ook wel. Maar een hoge score is hét visitekaartje bij buitenlandse investeerders. Extra fijn voor beleidsmakers: de ranglijst biedt een meetbaar doel.

Nu, tien jaar later, kun je zeggen: missie geslaagd. Nederland gaat 2020 in als de meest concurrende economie van Europa en de nummer vier (van 141 landen) in de wereld. Een succes, maar wel een succes dat twijfels oproept. Aan de hardnekkige tekortkomingen van de economie die het Innovatieplatform in 2010 benoemde, blijkt niks veranderd.

Lees ook dit interview met minister Hoekstra: Er komen tientallen miljarden in het investeringsfonds

Samenwerking scoort

Continuïteit is de kracht van Nederland. De sterke punten van 2010 zijn nog steeds de sterke punten. De fysieke en digitale bereikbaarheid bijvoorbeeld: Schiphol, Rotterdamse haven, internetknooppunt Amsterdam. Ook de infrastructuur van de samenleving, zoals onafhankelijke rechtspraak en weinig corruptie. En de Nederlandse cultuur van samenwerking. Dat scoort in Davos.

Nederland won ook terrein omdat het World Economic Forum soms anders naar de wereld kijkt. In 2010, toen Nederland wegzakte naar plaats 10, werd Nederland aangerekend dat de grote banken relatief hoge rentes rekenden op kredieten. Sinds een paar jaar kijkt het Forum juist naar de inflatie (laag in Nederland) en de staatsschuld (steeds lager). Op die criteria behaalt Nederland nu 100 van de 100 beschikbare punten.

En Nederland had geluk. In 2019 bleef de score gelijk aan die van het jaar ervoor (82,4 punten), maar Duitsland verloor 1 punt en zakte met 81,8 punten van plaats drie naar zeven. Zwitserland verloor 0,3 punt en ging van vier naar vijf.

Illustratie Pepijn Barnard

Nee, dan Amazon

Goed gedaan, Nederland? Niet als je naar de zes knelpunten kijkt die het Innovatieplatform in 2010 heeft geconstateerd.

Knelpunt 1: Nederlandse bedrijven investeren relatief weinig in research & development.

Dat oordeel uit 2010 gaat nog steeds op. Kennis kost inspiratie, transpiratie en geld. Nederlandse bedrijven en onderzoeksinstellingen spendeerden in 2016 (het meest recente jaar waarover cijfers beschibaar zijn) bijna 16 miljard euro aan onderzoek en ontwikkeling. Ter vergelijking: internetwinkel Amazon investeerde in de laatste vier kwartalen bij elkaar in z’n eentje 33,86 miljard dollar (ruim 30 miljard euro). Nederland blijft permanent onder het gemiddelde van de 36 economisch hoog ontwikkelde OESO-landen, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat gemiddelde is 2,37 procent van de binnenlandse productie. Nederland investeert 2,06 procent. De doelstelling is: 2,5 procent in 2020.

Knelpunt 2: Onze weinig ambitieuze en ondernemende cultuur.

Nederland kent te weinig onstuimig groeiende bedrijven. Per saldo groeien weinig kleine en middelgrote ondernemingen door naar een grotere omvang, constateert het Comité voor Ondernemerschap in zijn overzicht over 2019. Tussen 2010 en 2018 lukte het maar 5 procent van de bedrijven om een sprong te maken. In andere industriële landen ligt dat percentage hoger, concludeert het Comité.

Het Innovatieplatform hamerde tot aan zijn opheffing op een zichtbaarder prestatiecultuur. Van sporthelden tot succesvolle ondernemers. Er kwam zelfs een apart leerprogramma: Groeiversneller. Jonge ondernemers konden met coaching de grote sprong voorwaarts maken.

Goed idee! Nu is er Techleap.nl. Nieuwe naam, zelfde remedie. Een van de initiatieven is een groeiprogramma voor vijftig veelbelovende bedrijven. De overheid steekt er in vier jaar 65 miljoen euro extra in.

Knelpunt 3: Er is te weinig focus, samenwerking en regie in het onderzoek- en innovatiebeleid.

Ook daar vindt Nederland steeds weer het wiel uit. Neem de bonte coalitie van overheden, universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven die dit najaar het gebruik van kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI) wil versnellen. „Nederland is sterk in samenwerken”, schrijft deze AI Coalitie, maar „de huidige initiatieven zijn sterk versnipperd, terwijl ze vaak gemeenschappelijke uitdagingen en belangen hebben.”

Knelpunt 4: De achterblijvende kwaliteit van het onderwijs. „Met de huidige trends (hoge werkdruk, slecht imago) wordt verwacht dat het lerarentekort oploopt tot 15 procent in 2015.”

Die specifieke voorspelling is niet uitgekomen, maar de bredere trend klopt wel. De uitslag van het internationaal vergelijkende Pisa-onderzoek onder 15-jarigen, deze maand, is alarmerend. De laatste zes jaar is het niveau van Nederlandse scholieren duidelijk áchteruitgegaan, concluderen de onderzoekers. Voor wis- en natuurkunde is dat in 2015 gebeurd, voor leesvaardigheid in 2018.

Lees ook deze column van Marike Stellinga over lezende scholieren: Niet 66 topvrouwen maar de kinderen!

Knelpunt 5: Korte werkweek, niet iedereen doet mee.

Eind 2019 blijkt niks veranderd. Nooit werkten meer mensen dan nu: 71,3 procent in de leeftijdsgroep 15-75 jaar, meldde het ministerie van Sociale Zaken eind november. Maar ook: „Nederland is echter wereldkampioen deeltijdarbeid, waardoor niet het volledige arbeidspotentieel wordt benut”, schrijft minister Wouter Koolmees (D66). Dus gaat hij onderzoek laten doen en willen ook de werkgevers en vakbonden in de Sociaal-Economische Raad graag meepraten.

Waarom is deeltijdwerk de norm geworden? Het antwoord is een optelsom van persoonlijke argumenten (gezin, vrije tijd), fiscale straf (hoge belasting op extra werk) en gemak voor werkgevers. In de gezondheidszorg zijn roosters met deeltijders makkelijker te maken.

Knelpunt 6: Nederland toont gebrek aan daadkracht in de besluitvorming rond grootschalige projecten

Kijk om u heen. De samenleving zit er middenin. De vertraagde energietransitie. Bijna tien jaar delibereren over pensioen en AOW-leeftijd. De maandenlange impasse bij maatregelen tegen stikstof.

Investeringsfonds

Ziehier de paradox van Nederland. De economie draait op volle toeren, maar de inmiddels hardnekkige knelpunten worden vooral hardnekkiger.

Dat roept de vraag op of de overheid daar iets aan kan veranderen. Het kabinet-Rutte III is niettemin gretig. Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) wil het zogeheten verdienvermogen van Nederland versterken, heeft hij op Prinsjesdag aangekondigd. Dat moet de toekomstige welvaart veilig stellen.

Drie maanden later heeft de minister een brief van 24 pagina’s nodig om de Tweede Kamer weinig voortgang te melden. Hij poneert deels dezelfde knelpunten als de wijze mannen en vrouwen van het Innovatieplatform in 2010 al hebben verzameld. Nederland is kampioen deeltijdwerk, constateert Wiebes. Te veel mensen staan langs de kant van de arbeidsmarkt. De uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling zijn te laag. Er zijn kwaliteitstekorten in het onderwijs. En grote projecten, zoals de energietransitie, zorgen voor een complex krachtenveld.

De oplossingen? Een actieplan, een strategie, een cultuuromslag, een volgende Kamerbrief.

Dan moet ook duidelijk worden welke rol het fameuze, maar nog steeds blanco investeringsfonds van misschien wel 50 miljard euro krijgt.

Het kabinet concentreert zich nu op maar liefst zes grote, voor de hand liggende thema’s om het verdienvermogen te stutten. Van onderwijs tot arbeidsmarkt.

Met die keuze en de vage invulling ligt versnippering van inzet, kennis en kapitaal op de loer. Ook de maakbaarheid van de economie wordt met zoveel plannen gemakkelijk overschat.

Baken liever een of twee doelstellingen af: kies beter onderwijs en meer publieke middelen voor R&D. En háál die doelen.

Waarom die twee? Met de opleiding van een ‘domme’ generatie en een permanente achterstand in R&D weet je één ding zeker: Nederland wordt van koploper een achterblijver.

Bovendien: zijn zulke grand designs niet te log en te complex in deze tijd van snel wisselende politieke coalities en radicale transformatie? Wiebes geeft in zijn brief hoog op van het overheidsbeleid om windenergie op zee te ontwikkelen. Maar juist daar heeft Nederland het lelijk laten liggen. Na de eerste windparken in 2005 en 2006 én een concrete aanbeveling van het Innovatieplatform dat hier kansen lagen, deed Nederland tussen 2008 en 2013 niets meer. Waarom? Er was een economische crisis uitgebroken en de politieke wind was gedraaid. De voorsprong die er had kunnen zijn, ging naar Denemarken, dat wél doorzette.

In een interview met NRC zei Wiebes twee weken geleden over de groeistrategie: „We gaan vanaf nu voorstellen verzamelen, die een groep experts gaat beoordelen.” Experts? Dat klinkt als de zeventien mannen en vrouwen van het Innovatieplatform. Dat leverde fraaie analyses op, maar heeft niet gewerkt.