Opinie

Kotsmisselijk

Marcel van Roosmalen

Na een bord boerenophef waarvan ik al helemaal vol zat, serveerde het programma Zembla woensdagavond een toetje waar ik na twee happen kotsmisselijk van werd: de onthulling van een speciale fiscale regeling waardoor de prinsessen Irene, Christina en Margriet extra financieel voordeel genoten. Ze gebruikten de meubels van hun overleden moeder (Juliana) om hun erfbelasting te betalen. Eerder onthulde NRC al over het gesjoemel van de koninklijke familie met de inboedels van vier paleizen en bij de dood van Christina werd ook haar brievenbusfirma op het eiland Guernsey weer opgerakeld. En dat is nog maar het topje van de ijsberg.

Het patroon is inmiddels wel duidelijk: de Oranjes, geschat vermogen een miljard of meer, betalen liever geen belasting. Wat stoort is dat het altijd achter de hand gebeurt – gaat het niet via de meubels dan wel via een andere omweg – en vooral dat het altijd wordt goedgepraat. Ze doen het eigenlijk per ongeluk, de intenties zijn altijd goed. Nog even en premier Rutte legt uit dat ze het eigenlijk voor ons doen. Was de Belastingdienst maar half zo fanatiek bij de Oranjes als bij de behandeling die ‘gewone mensen’ ten deel valt, dan kenden we ze alleen nog van hun initialen. De mazen in de wetgeving worden voor ze gecreëerd en als het uitkomt en eigenlijk niet blijkt te kunnen, wordt het alsnog voor ze opgelost. Ze hoeven, om met ex-staatssecretaris Snel te spreken, niet zelf met de Belastingtelefoon te bellen.

Lees ook Een jaar vol omstreden kunstverkoop door de Oranjes

Met de ene hand wordt naar ons gezwaaid, met de andere worden we bestolen. Er wordt telkens schande van gesproken, maar daarna worden de schouders opgehaald.

Zodra de Oranjes verschijnen wordt er geklapt, gebogen en geknipmest. We focussen liever op de baard of de jurk.

Wat een mooi gebouw!

Wat een heerlijke pannenkoek!

Dinsdag, een dag voor de laatste onthullingen, kwam de koning nog zwaaiend het Radiohuis op het Mediapark van zijn neef inspecteren. Het gebeurde met dezelfde zwier als waarmee hij jaarlijks spelletjes speelt met de brave inwoners van een uitverkoren stad of dorp. Ze kwispelden om hem heen, terwijl de koning met verve zijn rol van vrolijke belangstellende speelde. Het zag er zo onschuldig uit dat je haast ging denken: misschien weet hij nergens van en gebeurt het achter zijn rug.

Maar hij weet het natuurlijk wel.

Het is veel erger: er is geen schaamte, ze vinden het normaal.

Zo normaal dat een groot deel van de bevolking het inmiddels ook normaal vindt.

Waar blijft de volkswoede?

Als die boeren dan toch nog meer hormonen kwijt moeten, kunnen we ze dan niet met hun trekkers naar al die paleizen en woonhuizen en dat circuit van Zandvoort sturen? Doen ze toch nog wat nuttigs met hun boosheid.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.