Opinie

Het blauwe klapperbord in de stationshal

Christiaan Weijts

Hoe kómen ze er op? Eén groot scherm in de stationshal plaatsen, met álle actuele vertrektijden. Op Den Haag Centraal hangt het er al, met de belofte dat er op Driekoningen iets valt te zien. Rotterdam Centraal nam die geniale innovatie woensdag in gebruik, letterlijk met tromgeroffel.

Stuk voor stuk waren ze weggehaald, aan het begin van dit verwarrende decennium, de reusachtige blauwe klapperborden. Tot groot verdriet van nostalgici en petitieopstellers naar wie de NS jaren terug al een knieval maakte: ze zouden terugkeren, in Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Toen bleek er gedoe met aanbestedingen. Een onbekende vertraging.

Het klapperbord stond voor méér. Het suste de ontreddering van de reiziger met één geruststellend overzicht. De ratelende bordjes waren het treinverkeer zelf, in miniatuur, aldoor in beweging, hectisch, maar nooit ontsnapt aan een soevereine regie. Ze kantelden vlot maar nooit gehaast. Geduldig, dienstvaardig klonk het, als het ritselen van papiergeld achter het nog gesloten luikje van een geldautomaat – straks ook een uitgestorven geluid.

Het alwetende bord vertelde je dat je weliswaar onderweg was maar niet verloren. Daarna werd het ieder voor zich. Weg gele vertrekstaten ook. Geen tijd. Geen weet. Reisinformatie heeft zich verplaatst van de muur naar de broekzak. Precies in de geest van de tienerjaren van dit millennium. Decentraal, digitaal, ieder in zijn eigen realiteit. Slimme apps sluizen iedereen zijn persoonlijke sluiproute in, zonder externe autoriteit, verfijnd met zitplaatszoekers en drukte-indicatoren.

Het gebeurde op allerlei terreinen: zorg, energie, onderwijs, post. Wat prima functioneerde moest dringend modern, decentraal, privaat, persoonlijk, flex. Toen dat vies tegenviel, volgde er, na gedoe en protesten, vaak een halfbakken middelmaat als vervanging, gepresenteerd onder tamtam.

Ze missen iedere allure, die niksige schermen, amper groter, amper duidelijker dan de decentrale tv’tjes bij de perrons. En waarom alleen op die drie stations? Hebben ze elders geen smartphonelozen en digibeten? In Rotterdam hangt het wat ongelukkig aan een glazen shopgevel, verdrongen in al het andere visuele tumult.

Degenen die gebeden hebben voor de terugkeer van het analoge klapperbord snakten niet naar extra digitale informatie, maar naar de milde magie die het treinreizen ooit omgaf. Ze wilden naast het glad-virtuele iets tactiels en zintuiglijks. Ze wilden niet dat treinstations nog meer op vliegvelden gingen lijken, maar juist nog iets ademden van de Oriënt-Express, of de nachttrein naar Lissabon.

Ze staan allerminst alleen in hun heimwee. Bij Bol.com en Intertoys bleken de meest verkochte Sintcadeautjes dit jaar: bordspelen. Op nummer één: Ticket to Ride, een treinspel vol oude stoomlocomotieven en wagons. Voor treinen die het komende decennium de korte vluchten willen verslaan, ligt in dit fenomeen een belangrijke les.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.