Reportage

Naar Ghana komen is een ding, in Ghana blijven iets anders

Ghana Vierhonderd jaar geleden kwamen de eerste tot slaaf gemaakte Afrikanen aan in de VS. Ghana herdenkt dat met een ‘Year of Return’ en ziet hun afstammelingen (met hun toeristendollars) graag komen.

Toeristen bezoeken een slavenfort in Ghana. Vooral rond Kerst worden veel buitenlandse bezoekers in het land verwacht.
Toeristen bezoeken een slavenfort in Ghana. Vooral rond Kerst worden veel buitenlandse bezoekers in het land verwacht. Foto Sven Torfinn

‘De Room of No Return”, zegt de Ghanese gids, „daar hebben jullie toch wel van gehoord?” Hij staat met zijn rug naar een houten deur die hij straks zal openen. Achter hem breken golven op rotsen, voor hem flitsen camera’s. De Ghanese bezoekers weten waar de gids het over heeft, ze knikken. De kleine groep zwarte westerlingen kan het na een uur lang hoofdschuddend en zuchtend door de kelders van dit slavenkasteel te hebben gelopen wel raden.

„Achter deze deur”, gaat de gids verder, „werden miljoenen Ghanezen naar Noord- en Zuid-Amerika vervoerd. Ze raakten hun identiteit kwijt, hun familie. De Ghanese president heeft dit jaar daarom uitgeroepen tot Year of Return. De deuren zijn weer open voor hun nazaten.”

„Ay-men”, klinkt het onder de bezoekers. „En óf we terugkeren”, zegt Finella Green. Ze loopt snel naar buiten. Kleurrijke vissersboten dobberen tussen zwemmende kinderen.

Haar Levi’s schoenen, Calvin Klein-tas en Dolce and Gabbana-bril verraden dat Green waarschijnlijk niet Ghanees is. „Mijn ouders zijn in Suriname geboren”, zegt de 58-jarige verpleegster uit New York. „Ik wist dat mijn grootmoeder Ghanees was. Er werd verder niet echt over ons slavernijverleden gesproken, ja wel íets over de rol van Nederland. Maar je kunt je er eigenlijk niets bij voorstellen tot je hier bent.”

Aan de kust van West-Afrika hebben onder anderen Portugezen, Britten en Nederlanders volgens de Universiteit van Ghana eeuwenlang (van de zeventiende tot en met de negentiende eeuw) tussen de 12 en 25 miljoen Ghanezen als slaven vastgehouden. Ze werden uitgehongerd, verkracht, ziek gemaakt en moesten weken of maanden in kelders wachten op het volgende schip.

„Met een verdrietig gevoel” liep Green vandaag door de pikdonkere stenen ruimtes die ooit tot tien centimeter boven de grond vol braaksel, urine en poep stonden. Hier leefden en stierven Ghanezen, zo bleven de sterksten over. Die werden naar plantages in Noord-Amerika, Jamaica en Suriname vervoerd. „Ik voel mij extreem bevoorrecht dat ik dít leven niet heb hoeven leiden”, zegt Green aan het eind van de tour. „Volgend jaar kom ik terug en neem ik mijn dochter mee. Ze móét dit zien.”

Naomi Campbell

Er zijn in Ghana eerder Years of Return georganiseerd, maar nooit zó uitbundig. Het is dit jaar vierhonderd jaar geleden dat de eerste tot slaaf gemaakte Afrikanen de Verenigde Staten bereikten. Met een gigantische sociale media-campagne probeert de Ghanese regering afstammelingen van deze groep naar Ghana te halen. Lokale en internationale sterren, zoals het Britse model Naomi Campbell en acteur Idris Elba komen langs en gaan op de foto met president Nana Akufo-Addo, wat ze delen op Facebook en Instagram. Er zijn feesten, concerten. Grote artiesten als rapper Cardi B en de Jamaicaans-Amerikaanse formatie Major Lazer vliegen erheen.

Volgens het Ghanese ministerie van Informatie zijn er dit jaar 250.000 meer visa aangevraagd dan vorig jaar. De hashtag #DecemberinGhana is het hele jaar al populair, vooral rond Kerst worden er veel mensen verwacht. De hoop van de president, die eind volgend jaar herkozen wil worden, is dat toeristen hun dollars meenemen en willen investeren in het land.

Lees ook: ‘Voel ook de kracht van je tot slaaf gemaakte voorouders’

„Labadi-beach!”, roept een groep Amerikaanse mannen op het populaire Labadi-strand naar de fotocamera. De vriendengroep uit Chicago is nog maar kort in Ghana. „We wisten dat we afstammen van Ghanezen, maar het betekende niets tot ik een DNA-test deed”, zegt Byron Waller, 58 jaar. Dat was vijf jaar geleden. De psychologiedocent bleek 33 procent Ghanees bloed te hebben.

Sindsdien wilde hij met deze groep vrienden van tussen de veertig en zestig jaar naar „het moederland”. Via een Ghanese vriend hoorde hij over het Year of Return: dit was het moment. De vrienden gaan drie weken door het land reizen. Ze overwegen zelfs een Ghanees paspoort aan te vragen. „We willen contact leggen met mensen, iets van de cultuur meekrijgen, en hier misschien wel een bedrijf beginnen.” Ze zijn al bij boeren langs geweest om te bespreken of ze bepaalde gewassen kunnen exporteren naar de VS. Ook zijn ze van plan alle slavenkastelen te bezoeken. „We hebben duidelijkheid nodig over het slavernijverleden.”

Slavernijgeschiedenis

Die behoefte ziet Samuel Ntewusu, docent Ghanese geschiedenis aan de Universiteit van Ghana, in toenemende mate. Toerisme, DNA-tests en wetenschappelijk onderzoek naar de slavernij – „nog steeds te weinig” – vergroten de interesse in zijn vak. „Er is veel desinformatie over wat zich hier heeft afgespeeld”, zegt hij op zijn kantoor op de campus. „Dat is waarom Afro-Amerikanen komen, ze willen de waarheid weten.”

Ieder jaar geeft Ntewusu een college over de slavernijgeschiedenis. Het leidt altijd tot interessante debatten, zegt hij. „Amerikaanse studenten weten veel over de Amerikaanse kant van de geschiedenis, maar niets over wat er in Afrika gebeurde.” Andersom weten Afrikaanse studenten weinig over de Amerikaanse slavernijgeschiedenis, zegt hij. En Europese studenten? „Die weten niks over de Afrikaanse en niks over de Amerikaanse slavernijgeschiedenis.”

Hij stuurt studenten naar een slavenkasteel of -plantage en laat ze in groepjes papers schrijven. „Ook vóórdat de Europeanen kwamen was hier slavernij, maar niet te vergelijken met de transatlantische. Slaven waren onderdeel van het gezin en konden kinderen krijgen die vrij waren.” De Romeinen hadden al slaven, zegt Ntewusu, en ook in Schotland en delen van Oost-Europa kwam slavernij voor. „Omdat dat mensen waren die dezelfde huidskleur hadden als hun eigenaren, zijn ze nu niet te onderscheiden van de rest.” Precies daar zit de pijn van de transatlantische slavernij, zegt Ntewusu. „Witte mensen maakten zwarte mensen tot slaven.” Het zorgt voor frictie tussen wit en zwart, ziet hij. Hij vindt het goed dat de Ghanese regering de diaspora aanspoort naar Ghana te komen. „We moeten samenkomen, onze feiten op een rijtje krijgen, anders kunnen nazaten niet over deze geschiedenis heenkomen.”

Lees ook: Terug naar Ghana als worstenmaker

Nerdy tiener

Naar Ghana komen is een ding, in Ghana blijven iets anders. Tiffany Howard (34) uit Los Angeles wijst naar een goot waar water en bagger door stroomt. „In het begin was ik steeds bang dat ik erin zou vallen.”

Sinds een maand mag ze zichzelf een echte Ghanees noemen. Ze is een van 126 mensen die eind november een paspoort kregen van president Akufo-Addo. „Namens de regering en de bevolking van Ghana feliciteer ik u nogmaals met het voortzetten van uw identiteit als Ghanezen”, zei de president tijdens de feestelijke Year of Return-ceremonie. Howard mag nu stemmen, een bankrekening openen.

Ze was in de VS een nerdy tiener die zich op high school en college vaak buitengesloten voelde. Toen haar familie een DNA-test deed, bleek ze 13 procent Ghanees te zijn. „Het land fascineerde me meteen. Ik ging in chatboxen met Ghanese mannen praten.” Zes jaar geleden kwam ze op bezoek – en bleef. Ze schrijft als freelancer voor bedrijven en blogs. Haar moeder woont hier nu ook. „Er zijn geen raciale spanningen zoals in de VS, dat is zó rustgevend. Ik ben hier een mens, geen zwart persoon of minderheid.”

Wat haar besluit makkelijker maakte, was de komst van president Trump. Ze hoort van familie dat Amerika racistischer is geworden. „Mijn nicht werd laatst in de supermarkt aangereden door een man in een scootmobiel die zei dat hij niet van zwarte mensen hield.” Het zou zwarte Amerikanen goed doen om een tijd door te brengen in een Afrikaans land, zegt ze, een soort „healing”. Ze weet dat de voorzieningen, zorg, ziekenhuizen slechter zijn – daar schrikt ze soms van – maar in het Westen is het te veel ‘ik, ik, ik’. „Wij leren dat Afrika een problematisch werelddeel is. Als je hier komt zie je hoeveel respect er is voor ouderen, hoe snel je wordt geaccepteerd.”

Wonen mensen in hutjes?

Anna (30) en Kevin (32) uit Zaandam willen misschien ook in Ghana blijven. Ze zitten in de tuin van hun villa in een van de betere wijken van de Ghanese hoofdstad. In het zwembad drijft een opblaas-eenhoorn. „Toen we hiernaartoe verhuisden kregen we zulke rare vragen van vrienden en collega’s. Weet je nog Kev?” Kevin knikt en schiet in de lach. „Is er water? Is er elektriciteit? Wonen mensen in hutjes? Hebben ze daar al auto’s?” Anna zit onderuitgezakt met gestrekte benen, haar roodgelakte tenen rusten op haar slippers. Net als haar man Kevin heeft ze een Nederlandse moeder en een Ghanese vader.

Ze overwegen al jaren om een leven op te bouwen in Ghana. „Onze dochter stelde vragen over haar achtergrond.” Op Facebook las Anna over het Year of Return, in augustus kwamen ze en bleven, in elk geval voor een jaar.

„Mama, mag ik een ijsje?” Het blonde krullenhoofd van de vierjarige Micah steekt even naar buiten.

„Na het eten, schat”, zegt Anna. Hij rent snel naar zijn bord.

„Ik maakte me vooral zorgen over onze dochter Sophie-Jane” – die is zeven – „zij ziet er meer Ghanees uit dan onze zoon.” Op haar witte school in Zaandam wilde ze geen krullen meer, maar steil haar. „Een keer zei ze: ‘Als ik Micah’s blauwe ogen had zou ik meer vriendinnetjes hebben’.” Dit bracht Anna’s eigen kindertrauma’s weer boven. Op de basisschool in Amsterdam-Noord duwden oudere kinderen haar hoofd op de grond, vergeleken de kleur.

„Mam, ik heb mijn bord leeg. Mag ik wel een ijsje?” Daar is Sophie-Jane.

„Tuurlijk schat,” zegt Anna, „doe je de deur dicht voor de muggen?”

Voor de zekerheid fluistert Anna verder: „Maar nu we hier dus wonen is ze vrijer. Als ze in Zaandam voor een speeltuin stond bedacht ze eerst wie er wel en niet met haar wilden spelen. Hier rent ze gewoon het veldje op.”

Anna en Kevin betalen voor de villa in Accra minder dan voor hun woning in Zaandam. Kevin had een drukke baan als accountmanager voor een energiebedrijf. Het harde werken mist hij, hij leeft zich uit in de sportschool. Anna heeft een achtergrond in de hulpverlening. Ze willen een bedrijf beginnen, hun spaargeld is bijna op. Er is genoeg te doen, zegt Anna. In het toerisme, misschien. Intussen maken ze vlogs over het leven in Ghana. „We hebben er een soort missie van gemaakt het leven van de midden- en hogere klasse te tonen.”

Elektronica en kleren

Hun Ghanese vaders vinden het maar gek dat ze hier zitten. „Voor hen is het zwaar om hier te zijn”, zegt Anna. De verwachtingen zijn hoog, familie vraagt om geld. „Wij hebben daar geen last van.”

„Mijn interesse in Ghana is misschien te vergelijken met die van een geadopteerd kind”, zegt Kevin. Zijn vader, die voor werk naar Europa kwam, had het nooit over Ghana. „Hij klapt dicht als ik iets vraag. Mijn oom hier vertelde laatst hoe ondernemend mijn vader vroeger was: hij handelde in elektronica en kleren. Die kant van hem heb ik in Nederland nooit gezien. Sinds ik hier ben weet ik dat ik op hem lijk.”

Anna knikt. „Er zijn zoveel dingen die ik gek vond aan mijn vader. Tijdens het autorijden steekt hij altijd z’n hand uit het raam. Hier doet iedereen dat, koplampen werken gewoon niet altijd.” Alle donkere mensen moeten even in Afrika wonen, zegt ze. „Je moet gewoon weten waar je vandaan komt.”

Correctie (24-12-2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Portugezen, Britten en Nederlanders tussen 12 en 25 miljoen Ghanezen tot slaaf hebben gemaakt. Dat moest zijn vastgehouden en is hierboven aangepast.