Hoogste rechter dwingt kabinet tot meer CO2-reductie

Urgenda De Hoge Raad houdt de uitspraak in de Urgenda-zaak in stand. De staat moet de uitstoot van broeikasgassen nu versneld terugbrengen.

Foto Sem van der Wal

De Urgenda-uitspraak blijft in stand. Dat bepaalde de Hoge Raad vrijdagochtend in cassatie. De uitspraak zal daarmee op korte termijn grote consequenties hebben voor het Nederlandse klimaat- en energiebeleid.

Het zogeheten Urgenda-vonnis, dat in 2018 in hoger beroep werd bekrachtigd, dwingt Nederland om al in 2020 de uitstoot van broeikasgassen sterk te hebben verminderd. Daarvoor moet het kabinet klimaatmaatregelen nemen die veel verder gaan dan het zelf tot nog toe wilde.

De Hoge Raad sluit zich met de uitspraak aan bij het advies dat de procureur-generaal in september uitbracht. Raadsheer Kees Streefkerk, die namens de Hoge Raad de uitspraak bekendmaakte, benadrukte nog eens dat de levens en het welzijn „van velen worden bedreigd” door klimaatverandering. Alle landen, ook Nederland, moeten helpen om klimaatverandering te voorkomen. De staat „blijft evident achter bij de verplichting bij de bescherming van inwoners tegen gevaarlijke klimaatverandering”, lichtte Streefkerk toe.

‘Grote gevaren’

De Urgenda-zaak is door veel internationale juristen als baanbrekend aangemerkt. In de zaak die was aangespannen door de Stichting Urgenda oordeelde de rechter in 2015 dat de landelijke uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen al in 2020 minimaal 25 procent lager moet zijn dan in ijkjaar 1990. In 2018 werd dat vonnis nog bekrachtigd in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de staat moest voorkomen dat het leven van Nederlandse burgers aangetast wordt door „de grote gevaren” van klimaatverandering. Het Urgenda-vonnis is wereldwijd uniek. Nergens anders is een overheid door de rechter gedwongen een strenger klimaatbeleid te voeren.

Het kabinet ging tegen de uitspraak in cassatie omdat het vond dat „de beleidsvrijheid” van de Nederlandse staat te veel beperkt wordt, voor het klimaatbeleid maar ook op andere terreinen.

Het rechterlijke oordeel, dat nu onherroepelijk is, stelt het kabinet voor een bijna onoplosbaar probleem. Eind 2018 was de landelijke uitstoot van broeikasgassen pas met 15 procent verminderd ten opzichte van 1990. Met het huidige klimaatbeleid komt het kabinet in 2020 waarschijnlijk niet verder dan 20 à 21 procent reductie, bleek dinsdag juist uit een nieuwe raming van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Weinig maatregelen

Dit kabinet heeft altijd gezegd dat het zich aan de uitspraak zal houden. „Er is voor mij geen andere optie dan [het Urgenda-doel] heel serieus te nemen en eraan te blijven werken”, zei minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) dinsdag in de Tweede Kamer.

Het kabinet schreef vorig jaar dat de cassatie-procedure „geen gevolgen zou hebben voor zijn inzet” om de CO2-uitstoot in 2020 met 25 procent te verminderen. Toch nam de overheid sinds de rechterlijke uitspraak in 2015 weinig maatregelen.

Pas in de loop van dit jaar kondigde dit kabinet een twintigtal ingrepen aan. De effecten van veel aangekondigde maatregelen, zoals het stimuleren van zonnepanelen op schooldaken of het verzwaren van het stroomnet, zijn echter onzeker. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat met dat pakket het CO2-doel voor 2020 gehaald wordt.

Het rechterlijke oordeel stelt het kabinet voor een bijna onoplosbaar probleem

Het kabinet wilde alleen maatregelen nemen die in zijn langetermijnbeleid passen en die maatschappelijk acceptabel zijn. Daarom besloot het bijvoorbeeld niet tot het vroegtijdig sluiten van kolencentrales. Energie-experts gaven voorheen aan dat daarmee de CO2-uitstoot wel voldoende beperkt kon worden.

Enkele weken geleden vroeg de Tweede Kamer via een motie om uiterlijk op 1 april met extra Urgenda-maatregelen te komen. „Dat is natuurlijk de intentie”, zei Wiebes dinsdag. Het kabinet werkt volgens hem „zeer actief” aan nieuwe maatregelen. De minister liet echter doorschemeren dat het kabinet niet op tijd zal zijn.

Pas in de loop van 2021 zal duidelijk worden of het opgelegde doel van 25 procent minder broeikasgassen inderdaad niet gehaald wordt. De Stichting Urgenda heeft eerder gezegd dat ze in dat geval nakoming bij de rechter zal eisen. De rechter zou dan aan de Nederlandse staat een dwangsom kunnen opleggen.

In NRC Weekend:Wordt de rechter politicus?