Historische klimaatuitspraak, succes niet verzekerd

Urgenda-zaak Het is definitief: de Hoge Raad oordeelde dat Nederland volgend jaar 25 procent minder broeikasgassen moet uitstoten dan in 1990. Om dat te halen zijn drastische maatregelen nodig. Gaat de staat die nemen?

Marjan Minnesma, directeur van Urgenda, voorafgaand aan de uitspraak van de Hoge Raad in de Urgenda-zaak.
Marjan Minnesma, directeur van Urgenda, voorafgaand aan de uitspraak van de Hoge Raad in de Urgenda-zaak. Foto Sem van der Wal /ANP

De Hoge Raad beleefde vrijdag een primeur. Voor het eerst las de hoogste rechter in Nederland zijn uitspraak ook in het Engels voor. Vanwege het aanwezige internationale publiek. „The Supreme Court decides that the order to the Dutch state, issued by the district court and confirmed by the court of appeal is definitively upheld.

Er had toen al twee keer luid applaus en gejoel geklonken vanuit het publiek bij het lezen van de uitspraak in het Nederlands. Voor juristen werd deze vrijdag geschiedenis geschreven. Nooit eerder dwong een rechter een land om een strenger klimaatbeleid te voeren. Bovendien benadrukte de Hoge Raad dat de mensenrechten in het geding zijn.

Rechter Kees Streefkerk somde vrijdag in zijn samenvatting van de uitspraak nog eens op welke gevaren klimaatverandering met zich meebrengt, van hoosbuien en hittegolven tot het smelten van gletsjers. „Door dit alles worden de levens, het welzijn en de woonomgeving van velen bedreigd”, vervolgde Streefkerk – een directe verwijzing naar de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens.

Nederland moet volgend jaar 25 procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Dat is „een dringende noodzaak”, wetenschap en internationale gemeenschap zijn het erover eens, benadrukte de Hoge Raad. Later ingrijpen is geen goed alternatief om het gevaar te keren. Streefkerk maakte ook korte metten met de bewering van de staat dat de rechter zo op de stoel van de politiek gaat zitten. De uitvoering van het klimaatbeleid komt inderdaad toe aan parlement en regering, maar het is aan de rechter om te beoordelen of dat beleid wel binnen de grenzen van het recht blijft. „Dat is een wezenlijk onderdeel van de rechtsstaat.”

Tussen 1990 en 2018 verminderde Nederland zijn uitstoot van broeikasgassen met 15 procent. Over een jaar en elf dagen moet daar dus nog eens 10 procentpunt bij. De rechterlijke uitspraak betekent dat het Nederlandse klimaat- en energiebeleid ingrijpend strenger moet. Dat wist het vorige kabinet, dat wist het huidige kabinet, maar tot nu toe leidde dat niet tot grote daadkracht. Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceerde juist deze week een nieuwe raming waarin het inschat dat Nederland volgend jaar waarschijnlijk niet verder komt dan 20 à 21 procent CO2-reductie ten opzichte van 1990.

‘Misplaatst optimisme’

Komen er echt nieuwe maatregelen nu de overheid de Urgenda-zaak ook bij de Hoge Raad heeft verloren? Maar liefst 125 leden van de Tweede Kamer steunden vorige maand de motie van Tom van der Lee (GroenLinks) waarin hij het kabinet opriep om met extra maatregelen alsnog te voldoen aan het Urgenda-vonnis. „Lange tijd was er bij het kabinet misplaatst optimisme zolang de uitspraak niet onherroepelijk was”, zegt Van der Lee in een toelichting. „Nu, na drie keer een rechtszaak verliezen, heeft het geen andere keus dan actie ondernemen. Minister Wiebes moet nu echt aan de bak en ik denk dat hij het ook echt gaat proberen.”

Wiebes zei vrijdag na afloop van de ministerraad dat de geëiste reductie „een hele grote taak is. Inzet blijft om die 25 procent te halen. Het is een doel waar ik niet omheen kan.” De bewindsman benadrukte herhaaldelijk „stap voor stap” met extra maatregelen te komen, waarbij hij leek te doelen op meerdere kleinere maatregelen en niet op het sluiten van kolencentrales.

Lees ook: Kolencentrales kunnen wel eens de oplossing zijn

De bewindsman is dit jaar al met een reeks van maatregelen gekomen die elk een klein effect moeten sorteren. Van reductie van lachgas tot het voorkomen van ontbossing tot extra subsidie om huizen te isoleren. Om de vereiste reductie te halen zijn er echter weinig opties. En die zijn drastisch, zoals het snel sluiten van meerdere kolencentrales.

„Dat kost geld”, geeft Van der Lee toe, onder meer om de eigenaren uit te kopen. „Als het dan toch niet lukt om die 25 procent te halen, kan je aan de rechter laten zien dat je alles op alles hebt gezet.”

Tegen die drastische maar effectieve stap hebben kabinet en Kamer zich eerder uitgesproken. Initiatieven van GroenLinks om extra centrales te sluiten kregen in Eerste en Tweede Kamer amper steun.

Coalitiepartijen VVD en CDA lijken weinig enthousiast over drastische maatregelen. Kamerlid Agnes Mulder (CDA) herhaalde vrijdag in een reactie het kabinetsstandpunt. Extra maatregelen vanwege Urgenda moeten „op draagvlak” kunnen rekenen en ook op lange termijn effect hebben. En premier Rutte herhaalde na afloop van de ministerraad „de stap-voor-stap-aanpak” die ook Wiebes steeds noemde. De VVD-leider wilde geen garanties geven dat het lukt. Hij sprak „van een behoorlijke klus in korte tijd”.

Internationale invloed

Inmiddels is het alweer vier jaar geleden dat de rechtbank met een eerste uitspraak in de Urgenda-zaak kwam. De Tweede Kamer steunde meteen daarna een motie waarin het kabinet werd opgeroepen om „in het jaar 2016” met aanvullende maatregelen te komen om de uitstoot terug te dringen. Onder die motie staan de handtekeningen van de toenmalige fractieleiders van ChristenUnie en D66.

De huidige D66-leider, Rob Jetten, riep vrijdag op tot politiek leiderschap om ook niet-populaire maatregelen te nemen. „Ik daag het kabinet uit om snel met extra maatregelen te komen, want er kan nog van alles.” Onduidelijk blijft of er snel serieuze maatregelen komen. Of zoals Wiebes vrijdag reageerde op vragen van journalisten: „De eerstvolgende maatregelen kondig ik aan zodra ik de eerstvolgende maatregelen aankondig.”

Het contrast is groot. De Urgenda-zaak is misschien wel de gewichtigste rechterlijke uitspraak ooit over klimaatverandering en mensenrechten. Internationaal kan die grote invloed krijgen. „Ook in andere landen, zoals in Frankrijk, worden vergelijkbare rechtszaken opgezet”, zegt Gerrit van der Veen, bijzonder hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Ik kan me voorstellen dat eisers daar dezelfde redenering gaan volgen.”

Ook in andere landen, zoals in Frankrijk, worden vergelijkbare rechtszaken opgezet

Gerrit van der Veen bijzonder hoogleraar milieurecht

Tegelijkertijd is het hoogst onzeker of deze uitspraak in Nederland veel in beweging zal zetten. Als in 2021 blijkt dat het kabinet die 25 procent toch niet gehaald heeft, wat moet de Stichting Urgenda dan?

Directeur Marjan Minnesma zei vrijdag desgevraagd: dan kan Urgenda „nakoming vorderen” bij de rechter. „Maar daar ga ik niet vanuit.” Het kabinet kan nog aan de doelstelling voldoen, vindt Minnesma. Door harde maatregelen te nemen. „Dat vinden ze misschien niet leuk, maar ik hoop dat ze de rechtsstaat in ere houden.”

Bijzonder hoogleraar Van der Veen, ook advocaat bij AKD, verwacht echter ook dat de eenduidige eis in de Urgenda-zaak complex kan worden als in 2021 zou blijken dat de Nederlandse staat er niet aan voldoet. „Strikt genomen is de uitspraak van de Hoge Raad een harde beoordeling om één ding te doen: de 25 procent te halen. Als dat niet lukt, dan kan Urgenda in theorie een dwangsom eisen.”

Dan is vervolgens de vraag: heeft de staat al het mogelijke gedaan? „De staat moet met een heel goed verhaal komen, hoe ze nu gaat ingrijpen. Maar de rechter kan geen dwangsom opleggen om iemand te dwingen het onmogelijke te doen.”

Vrijdagochtend na de zitting van de Hoge Raad in Den Haag staan buiten zo’n vijftig klimaatdemonstranten stil te staren. In hun opgestoken handpalm hebben ze een oog getekend. Student Tiem van der Deure doorbreekt zijn zwijgen om uit te leggen waarom hij hier is. „Wat in de lucht hangt, is dat het vonnis niet wordt uitgevoerd. Het wordt heel moeilijk om de uitstoot nog zo sterk te verminderen. Onze boodschap is: wij kijken naar jullie.”