Opinie

‘Steeds vaker hoor je musea luidkeels een mening proclameren. Ik vind dat onjuist’

Kunst & cultuur Al die politiek correcte meningen in het kunstveld zijn alleen goed voor de eigen parochie, en eigen parochies hebben we wel genoeg, schrijft .
Kunstwerk ‘Comedian’ van Maurizio Cattelan (niet op de foto) zorgde onlangs voor ophef.
Kunstwerk ‘Comedian’ van Maurizio Cattelan (niet op de foto) zorgde onlangs voor ophef. Foto Reuters

Rein Wolfs, de onlangs aangetreden directeur van het Amsterdam Stedelijk Museum is vol ambitie. „Ik wil het museum menselijker en diverser maken”, vertelde hij deze zomer aan De Telegraaf. Waarop de interviewer vroeg waarom het „diverser” moet. Een heikele vraag, want in het kader van ‘de krant van Wakker Nederland’ klinkt diversiteit al snel als een ander woord voor multiculturalisme, dat troetelbegrip van ‘de culturele elite’, ofwel die Gutmenschen die het altijd zoveel beter menen te weten dan de gewone (‘blanke’) man en vrouw.

Die laatsten weten ook dat, zoals Wolfs antwoordde, „de cultuur verandert”, wat bepaald niet iedereen waardeert. Toen Wolfs eraan toevoegde dat „het Stedelijk erom schreeuwt een mening in de wereld te zetten”, bekroop mij een somber voorgevoel. En zie, de decembermaand was net begonnen of het Stedelijk schreeuwde een mening: het steunde, met Wolfs’ volledige instemming, de anti-Zwarte Pieten-beweging.

Steeds vaker hoor je musea luidkeels een mening proclameren. Ik zeg het maar direct: ik vind dat onjuist. Wanneer een museum zich met een vooringenomen standpunt in de sociale meningen-arena begeeft, claimt het bij voorbaat zijn gelijk en kleurt daarmee de kunst die het toont. Het wordt spreker in plaats van een spreekbuis te zijn. Ik weet niet of Wolfs dat bedoelt, als hij zegt het museum „menselijker” te willen maken, maar „inclusiever” wordt het er zeker niet van. En dat was toch ook een ambitie. Zoals ik het zie hoort in een museum eerst en vooral de kunst te spreken, hard of fluisterend, tegendraads of gestaag voortbouwend op tradities, wit, zwart of gekleurd. En als het goed is kan eenieder zich daar op zijn of haar manier toe verhouden en zich een eigen mening vormen, hopelijk voorbij het eigen gelijk.

Niet neutraal

Het is waar, de keuzes van het museum zijn niet neutraal. Ze zijn gebaseerd op opvattingen of belangen die misschien niet op dat moment, maar wel achteraf als politiek gekleurd, kortzichtig of achterhaald worden bestempeld. Kijk naar de collectie van het Stedelijk. Terecht brachten de eerste vrouwelijke directeuren in de geschiedenis van het Stedelijk, de twee directe voorgangers van Wolfs, naar voren dat onder de tienduizenden kunstwerken die de collectie telt verhoudingsgewijs maar heel weinig werk van vrouwelijke kunstenaars te vinden is.

Kunst van kunstenaars met een niet-westerse achtergrond of met een andere dan witte huidskleur is ronduit zeldzaam. Het zegt wel wat over de eenzijdige gerichtheid van de toenmalige directie dat Black USA, de eerste museale tentoonstelling met alleen zwarte kunstenaars, in 1990 niet in het Stedelijk plaatsvond, maar bij een helaas verdwenen naaste buur, het kleine, roemruchte privémuseum Overholland. Het was een fascinerende aftrap, maar de bal viel dood op het stroeve, afgebakende veld van de grote Nederlandse musea. En bleef daar nog lang onbeweeglijk liggen.

Achteraf gezien denk je: hoe kan dat? Stuk voor stuk waren het kunstenaars die met hun kunst iets heel interessants te vertellen hadden en daarvoor later ook brede erkenning kregen. Ik denk dat toen een gevoel van urgentie ontbrak. In Nederland, en in Europa in het algemeen, was het begrip ‘multiculturaliteit’ ondanks de opkomende migratiestromen nog nauwelijks een topic. Tentoonstellingen als UABC die het Stedelijk in 1989 organiseerde met kunst uit Zuid-Amerika, en Unpacking Europe, waarmee museum Boijmans-van Beuningen in 2002 de vraag opwierp hoe Europees Europa eigenlijk is, werden alom vooral als ‘exotisch’ ervaren. Geen van de grote musea zag een reden om eens kritisch naar het eigen eurocentrische tentoonstellingsbeleid te kijken, laat staan om een radicale draai te maken.

Lees ook: Vijf hete hangijzers voor de nieuwe directeur van het Stedelijk Museum

Op eieren lopen

Die urgentie is er nu wel. Om reden die Wolfs zelf noemt: „De cultuur om ons heen verandert”. Die verandering is zelfs zo ingrijpend dat multiculturaliteit als al te riskant politiek begrip vervangen is door ‘diversiteit’. Dat, ik noemde het al, ook alweer als ‘linksig’ wordt gezien. Het is op eieren lopen in een klimaat waarin cultuur volledig is gepolitiseerd en waarin, zoals socioloog Willem Schinkel beschrijft in zijn boek De nieuwe democratie, een gevoel van ressentiment overheerst. „Een ressentiment dat sterk wordt gevoed door de populistische retoriek dat kunst en media de smaak en de wensen van ‘de gewone man en vrouw’ volledig negeren en uitsluitend gericht zijn op het bedienen van een kosmopolitische elite die nauwelijks geworteld is in de vaderlandse cultuur.” Het dondert niet dat onder die vaderlandse cultuur vooral geconstrueerde nostalgische gevoelens wordt verstaan.

Je kunt natuurlijk wegkijken van dat ressentiment. Lange tijd is dat ook de houding van de kunstwereld hier geweest. Tot de bezuinigingen kwamen en het overgrote deel van de Nederlandse bevolking de bezuiniging op het kunstenbudget van harte bleek te onderschrijven. Ineens bleken de kunsten alleen te staan, in een mijnenveld. De aanname dat ‘kunst moet’ kon meteen in de vuilnisbak. Maar of dat het kunstenveld in het algemeen en het Stedelijk in het bijzonder meer zelfkritisch heeft gemaakt?

Interview: ‘Het Stedelijk Museum laat niemand onberoerd’

Veilige weg is saai

Voor alle duidelijkheid: ik pleit niet voor een museaal beleid dat behoedzaam langs de vele politieke en sociale pijnpunten laveert. De veilige weg is een saaie weg en dodelijk voor de dynamiek en zeggingskracht van de kunst. Ik vind juist dat een museum als het Stedelijk een traditie moet voortzetten die het ooit tot een van de beste musea van hedendaagse kunst heeft gemaakt: een traditie van dúrven, en wel maximaal.

Het moet durven al die politiek correcte meningen die nu in het kunstveld bon ton aan het worden zijn, achter zich te laten, want die zijn alleen goed voor de eigen parochie, en eigen parochies hebben we onderhand wel genoeg.

Het moet durven het ressentiment serieus te nemen en zich af te vragen waar het museum tekortschoot, en wat daaraan te doen valt.

Het moet durven poneren, nee schreeuwen dat kunst geen honderdtwintigduizend dollar-banaan is van en voor de kunstmarkt, maar de vrije geest van de samenleving en dat ieder daar op zijn of haar niveau van kan genieten en zich door aangesproken kan voelen.

Daarvoor moet het kunst durven tonen die niet alleen over onze catastrofale, zelfgerichte inborst spreekt, zoals we nu overweldigend veel zien, maar ook over ons vermogen om onszelf te overstijgen. Want dat hebben we ook en er is niets wat dat zo pijnlijk en hoopvol tegelijk tot uitdrukking kan brengen als kunst. Dat is het museum, dat is het Stedelijk dat we nu meer dan ooit nodig hebben.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.