Opinie

Het ‘recht van de trekker’ is maar beperkt houdbaar

Boerenprotest

Commentaar

Na een dag chaotische acties van boeren op snelwegen, bij bedrijfsterreinen, bestuurscentra en mediabedrijven is de belangrijkste vaststelling dat het niet uit de hand is gelopen, hoewel dat makkelijk had gekund. De boeren gaven daar ook alle aanleiding voor. Er zijn dankzij beheerst politieoptreden geen veldslagen op opritten geweest, geen trekkers weggesleept door rupsvoertuigen van de marechaussee, noch boeren uit hun cabines gepepperd.

Het kenmerkende beeld van woensdag was de zware waterwerper van de politie, weggezakt in de berm, die door boeren op trekkers weer op de weg werd geholpen. Het was al met al een dagje protesteren in de polder: de politie reed mee, bekeurde als het misging, blokkeerde ongewenste routes en deëscaleerde. De boeren hielden blokkades beperkt en zochten vooral aandacht. Daarbij speelde een rol dat de meest radicale groep door de rechter in Lelystad tamelijk hard terecht werd gewezen. Het plan om de voedseldistributie op veertig plekken te blokkeren, werd vierkant verboden, op straffe van een hoge dwangsom. De rechter wenste geen risico te nemen met onberekenbare boeren die revolutionaire retoriek niet schuwen en de woede zoveel mogelijk opvoeren. Dat het woensdag kalm bleef, zegt weinig over toekomstige acties.

Uit onderzoek van Trouw en Agrio bleek dat de boeren hun benarde positie niet accepteren en de kop in het zand steken. 73 procent van de boeren gelooft niet dat er überhaupt een stikstofprobleem is; een ruime meerderheid staat niet langer achter de gematigde koers van LTO Nederland, de belangrijkste belangenbehartiger van agrarisch Nederland. De boeren lijken te radicaliseren. Van het akkoord dat het kabinet deze week sloot met de sector moeten dan ook bescheiden verwachtingen bestaan. Het is teleurstellend dat met name de jonge boeren, de generatie die de transitie naar duurzame landbouw waar moet maken, volgens het Trouw-onderzoek in de ontkenningsfase zitten.

De boodschap van de boze boeren gisteren zat in hun route: langs bedrijven waarvan ze ten onrechte menen dat die meer stikstof uitstoten dan zij. Langs mediabedrijven die zij ten onrechte beschuldigen van onvoldoende, gekleurde of zelfs onjuiste berichtgeving. En langs bestuurscentra die zij, evenzeer ten onrechte, verwijten te strenge maatregelen te nemen. Hun optreden daar was behalve zeer hinderlijk, ook intimiderend. De actie op het Hilversumse Mediapark waar zij in het NOS-nieuws trachtten in te breken, ging bijvoorbeeld te ver. Ook het blokkeren van de centra waar de democratie vergadert - Binnenhof en provinciehuizen - had gevaarlijke trekjes. Vooral omdat bij eerdere acties het binnendringen per tractor en het bedreigen van volksvertegenwoordigers niet werd geschuwd. De boeren maken daarbij effectief gebruik van hun kolossale landbouwvoertuigen, wat al tot het begrip ‘het recht van de trekker’ heeft geleid. En een beeld van totale ongelijkheid heeft opgeleverd. Wie behalve een mening ook een trekker heeft, mag er kennelijk in Nederland meer ruimte mee afdwingen.

Zo bezien was woensdag ook een dag van uitstel. Het gezag zal ooit ook fysiek moeten laten zien dat boeren geen blanco cheque hebben om alle regels voor openbare manifestaties plat te rijden.

Of het zover komt zal ook van de boeren afhangen. Provoceren en uitdagen hoeft niet in het voordeel van de boeren te eindigen. Zeker niet zolang ze zich immuun tonen voor de harde feiten over milieuschade. Die zijn zwaar in hun nadeel. Dat weegt het zwaarst.