Opinie

Gesprek met autocraten over mensenrechten is onbegonnen werk

De Raad die mensenrechten moet bewaken, analyseert Michel Kerres, trekt veel dubieuze regimes aan.

Tegen de tijd dat de wereld uit de jaarwisselingssluimer ontwaakt, bezet Nederland weer eens een prominente plek in het internationaal overleg. Nederland wordt lid van de VN-Mensenrechtenraad.

De Raad ziet toe op de naleving van de verdragen voor mensenrechten en haalt landen door een ‘periodieke keuring voor mensenrechten’. Het belangrijke werk is in handen van 47 landen die voor drie jaar gekozen worden door de Algemene Vergadering. De Raad werd in 2006 opgericht als opvolger van de Commissie voor de Mensenrechten uit 1946 die politiek onhoudbaar geworden was omdat hij gedomineerd werd door landen die zélf mensenrechten schenden.

Maar de Raad doet het niet veel beter. Onderzoek toonde aan dat de leden van de Raad gemiddeld weliswaar meer respect hebben voor mensenrechten dan destijds de leden van de Commissie, maar de leden van de Raad presteren gemiddeld slechter dan de rest van de VN. De Raad die de mensenrechten moet bewaken trekt bovengemiddeld veel dubieuze regimes aan.

Met Nederland wordt ook Venezuela lid. Het is, zei minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok, alsof je Dracula bestuurslid maakt van de bloedbank. Toch is dat volgens hem geen reden de bloedbank te sluiten. „Ik kies voor de Mensenrechtenraad omdat ik liever hervorm van binnenuit dan eruit stap. Dat is vele malen effectiever.” Zou het?

Afgelopen jaar sprak ik twee diplomaten van autocratische regimes. De gezanten ontpopten zich snel als hogepriesters van het alternatieve narratief.

Xu Hong, de nieuwe Chinese ambassadeur in Den Haag, onderhandelde jaren over mensenrechten. „In China hechten we grote waarde aan mensenrechten”, opende hij. Maar: „Geen enkele vrijheid is absoluut.” Dit betekent volgens Xu dat de overheid de mensenrechten niet mag schenden, maar óók dat „de overheid moet zorgen voor de bescherming van de meerderheid van de bevolking opdat hun basisrechten niet geschonden worden door een derde partij”. Dat is ook van toepassing op de omgang met de Oeigoeren.

In de Verklaring van de Rechten van de Mens, doceerde hij, staat dat ‘vrijheid van vrees en gebrek’ het hoogste doel is van de mensheid. „Terrorisme bedreigt niet alleen de vrede in sommige regio’s, het is ook in zijn wezen een schending van mensenrechten.” De aanpak van Oeigoeren is dus geen onderdrukking van een minderheid, maar de bescherming van de meerderheid – conform internationale afspraken.

Adel al-Jubeir, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van Saoedi-Arabië, zei over de moord op journalist Jamal Khashoggi: „Zijne Majesteit en de kroonprins hebben een onderzoek gelast. Elf mensen zijn gedaagd, vijf zouden de doodstraf kunnen krijgen. De rechtszaak is begonnen. We herzien procedures om zeker te zijn dat dit niet meer gebeurt.” Waar Xu greep naar de Verklaring van de Rechten van de Mens, aapte Jubeir de regels van onafhankelijke rechtspraak na. Dat de moord plaatsvond in een Saoedisch consulaat en dat de kroonprins mogelijk de opdrachtgever was, vermeldt het nette discours niet.

Jubeir gaf ook hoog op van de nieuwe zelfstandigheid van vrouwen. We kunnen niet moderniseren „als de helft van de bevolking aan het aanrecht gekluisterd is”, zei hij. Het vocabulaire van de emancipatie beheerste hij, aan de inhoud moet hij nog werken. Op de vraag wat mannen vonden van de nieuwe rol voor vrouwen had hij geen antwoord. Hij had er, gaf hij toe, zo nog nooit naar gekeken.

Autocraten kennen het recht en het westerse discours, maar op de internationale markt van ideeën verhandelen zijn hun eigen verhaal. Het is goed daar een westers verhaal tegenover te zetten. De regimes verander je er niet mee –je biedt wel de oppositie en de onderdrukten hoop.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.