Elsevier en Nederlandse universiteiten sluiten deal

Drie vragen Op het aantal artikelen dat wetenschappers open access mogen publiceren zit straks geen limiet meer. Dat staat in een principeakkoord tussen universiteiten en uitgeverij Elsevier.

Universiteiten wereldwijd moeten nu hoge abonnementsprijzen betalen als zij op de hoogte willen blijven van de wetenschappelijke literatuur.
Universiteiten wereldwijd moeten nu hoge abonnementsprijzen betalen als zij op de hoogte willen blijven van de wetenschappelijke literatuur. Foto Koen van Weel/ANP

Na meer dan een jaar onderhandelen, is het de Nederlandse universiteiten gelukt. Donderdag sloten ze een principeakkoord met de grote wetenschappelijke uitgeverij Elsevier over het publiceren en lezen van wetenschappelijke artikelen in hun 2.500 tijdschriften, waaronder Cell en The Lancet.

Belangrijk winstpunt voor wetenschappers: ze kunnen hun artikelen straks altijd open access publiceren, toegankelijk voor iedereen. De details van het principeakkoord worden voor 1 mei verder uitgewerkt.

1 Wat is er afgesproken?

Vanaf 1 januari zit er geen limiet meer op het aantal artikelen dat wetenschappers open access mogen publiceren, staat in het principeakkoord tussen Elsevier en universiteitenvereniging VSNU, universitaire ziekenhuizenfederatie NFU en wetenschapsfinancier NWO.

Het gratis aanbieden van wetenschappelijke artikelen, waarbij de auteur betaalt, is financieel minder interessant voor Elsevier – onderdeel van het Britse beursgenoteerde bedrijf RELX. Nu zijn universiteiten wereldwijd afhankelijk van het betalen van hoge abonnementsprijzen als zij op de hoogte willen blijven van de wetenschappelijke literatuur. Die afhankelijkheid valt weg als alle wetenschappers open access publiceren.

Wel heeft de uitgever iets anders binnengehaald in het principeakkoord. De universiteiten zeggen toe dat ze met Elsevier zullen samenwerken in het verder ontwikkelen van systemen voor data-analyse.

2 Wat kan Elsevier daarmee?

De partijen willen maar weinig bekendmaken over wat dit deel van het akkoord inhoudt. Het ligt ook enigszins gevoelig: in de academische wereld heerst hier en daar wantrouwen over een samenwerking met Elsevier. De VSNU benadrukt daarom in een persbericht dat wetenschappers eigenaar blijven van hun eigen data.

Wel past de bekendmaking duidelijk in de bredere strategie van Elsevier en RELX als geheel: het voormalige uitgeverijconcern (tot een paar jaar geleden bekend onder de naam Reed Elsevier) werkt al jaren aan een nieuw profiel als data-analysebedrijf. Het maakt allerlei soorten software waarmee grote hoeveelheden data geanalyseerd kunnen worden – zoals bijvoorbeeld academische publicaties, of gerechtelijke uitspraken. In 2018 zei financieel directeur van RELX Nicolas Luff daarover tegen NRC: „We kunnen ook uit open access-publicaties data en informatie halen voor onze data-analyses. Neem een wetenschapper die op zoek is naar welk chemisch stofje het beste werkt. Die analyse van data blijft relevant, wat het betalingsmodel ook is.”

Lees ook: Open access, mooi! Maar hoe dan?

3 Hoe bijzonder is deze afspraak?

De discussie over open access speelt in meer westerse landen. De afgelopen tijd sloot Elsevier vergelijkbare akkoorden met universiteiten in bijvoorbeeld Noorwegen, Duitsland en Hongarije. Zulk succes is er niet overal: begin 2019 besloot de University of California zijn contract met Elsevier op te zeggen na lange onderhandelingen. In een verklaring schreef de universiteit dat het alle publicaties tegen betaling publiek beschikbaar wilde maken, maar dat Elsevier daarmee niet akkoord ging. De koers van RELX daalde kort daarop met ruim 8 procent. Er is nog altijd geen akkoord, en de universiteiten in Californië hebben nog altijd geen toegang tot Elsevier-publicaties.