Opinie

Brand meester

Beatrice de Graaf

Aan het einde van het jaar is het fijn om te wentelen in nostalgie, sentiment en apocalyptische eindtijdscenario’s. Hoe veilig was het vroeger, en waar gaan de tijden heen? We zullen de komende dagen volop ons hart kunnen ophalen aan terug- en vooruitblikken. Klimaat, stikstof en terrorisme? Of toch rellen, polarisatie en armoede, waar wordt de rode vlag voor uitgestoken?

Interessant is dat dit soort inschattingen meer zeggen over de huidige veiligheids- en angstcultuur, dan over de feitelijke risico’s. Kijk er de overzichten van de afgelopen vier jaar maar op na. Hadden we zien aankomen dat de terrorismedreiging met 52 procent zou dalen? En dat stikstof en boze boeren het nieuws en het Binnenhof zouden bezetten? Elke risicowetenschapper kan vertellen dat mensen notoir slecht zijn in het inschatten van risico’s (bijna net zo slecht als in het luisteren naar onderzoekers). We hebben geen idee, of beter gezegd, geen enkele intuïtie als het gaat om koppelen van angstgevoelens aan statistiek. Bij risico’s laten we onze verbeelding de vrije loop. En die verbeelding wordt gevoed door mediabeelden, Hollywoodfilms en outlier-incidenten. Dat wat onverwacht, urgent, punctueel en abrupt onze belevingshorizon binnendendert, dáár zijn we bang voor. Het oncontroleerbare, onbegrijpelijke: zoals aanslagen, of schokkende criminele incidenten, zoals de steekpartij deze week in Hoofddorp. Daardoor is onze herinnering én ons vooruitblikkend vermogen al bij voorbaat belast door inschattingsfouten. Zie het onderzoek van Tversky en Kahneman, die deze cognitieve, motivationele en emotionele neigingen al jaren geleden uitgebreid beschreven en geanalyseerd hebben. De vuistregel voor operationele experts luidt: risico = dreiging × effect. Voor politici en gewone burgers: risico = dreiging × angst.

Heel concrete dreiging

Is dat erg? Ja, en niet alleen omdat politiek zo vaak een loopje met deze inzichten wordt genomen. Het is erg omdat elke burger aan het einde van het jaar wordt geconfronteerd met een heel concrete dreiging (en dat is dus meer dan een risico, een risico is slechts een potentiële dreiging), en met een organisatie die die dreiging moet tackelen waar de burger veel te weinig van weet. En waarvoor in media, wetenschap en politiek veel te weinig aandacht is.

Aan het einde van het jaar is het daarom goed stil te staan bij de organisatie die nog geen snelweg heeft geblokkeerd en met zijn voertuigen het Malieveld nog niet heeft omgeploegd. Het is een organisatie die uitermate dienstbaar is en voor 80 procent bestaat uit vrijwilligers. Het is een organisatie die niet uitrukt tegen terroristen of mediagenieke steekincidenten, maar die in actie komt tegen pyromanen. Die tegen nul en generlei vergoeding peuters uit de vaart vist, drooggekookte pannen uitblust en seniorenuitjes in het dorp organiseert. Die in veel regio’s inmiddels sneller ter plaatse is dan de ambulance en ook reanimaties uitvoert. Die steeds complexere branden moet blussen en bij gasontploffingen de gevaarlijke chemische uitstoot moet neutraliseren.

Daarom is het terecht dat de brandweer boven aan het lijstje met gewaardeerde overheidsorganisaties staat. De brandweer is als merk populairder dan Philips of Albert Heijn, en wordt nog meer vertrouwd dan politie en krijgsmacht.

Echte risico’s

Toch is er te weinig aandacht voor de feitelijke omvang van de taken van de brandweer. De zaken waarvoor de 19.000 vrijwilligers en 5.000 beroepsbrandweerlieden in actie komen, raken vitale belangen van de Nederlandse infrastructuur en veiligheid. Daar geven de 25 veiligheidsregio’s in Nederland dan ook één miljard per jaar aan uit, uiteenlopend van 19 miljoen euro in Gooi en Vechtstreek tot bijna 90 miljoen euro in Rotterdam-Rijnmond. Per inwoner waren de uitgaven het hoogst in Amsterdam-Amstelland (79 euro).

Waar gaat het over? De brandweer is de organisatie die ons tegen echte, statistisch berekende risico’s moet beschermen. Bijvoorbeeld overstroming en dijkdoorbraak: in veel regio’s in Nederland die onder de waterspiegel liggen, staan de commandanten op scherp. Zoals een burgemeester in Zuid-Holland laatst vertelde, als een idioot één sluisje saboteert (misschien wel simpelweg door te hacken), spoelen hele wijken weg. De afgelopen jaren moest de brandweer vaker in actie komen na stormschade. Bij zware regen moet er steeds vaker worden gepompt en drooggetrokken, geruimd en geborgen. Bij rellen en protesten mag de brandweer autobranden en ander onheil komen blussen en opruimen.

Kortom, die sluipende dreigingen, veroorzaakt door klimaatverandering en sociale onvrede, nemen niet af, en zullen steeds vaker tot meldingen bij de brandweer leiden. En dat terwijl de brandweer dikwijls het ondergeschoven kindje in de beleidsvorming is, en bedreigd wordt door allerlei nieuwe (Europese) reguleringen.

Als we in deze donkere dagen met z’n allen voor de open haard zitten, of aanschuiven bij journalisten voor de obligate eindejaarsbespiegelingen, laten we dan eens niet even behaagziek als statistisch ongefundeerd gruwelen bij moord en doodslag. We kunnen beter griezelen bij de sluipende risico’s, die geleidelijk ons land ontwrichten. En een (figuurlijk!) kaarsje branden voor de spuitgasten die die ‘creeping crises’ te lijf moeten gaan.

Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht.