Opinie

Boomer bekt lekker, maar lost niks op

Boomer We moeten anders gaan denken over de relatie tussen jong(er) en oud(er). Progressieve ideeën hebben niets met leeftijd te maken, schrijft .

Deze week werd ‘boomer’ verkozen tot woord van het jaar. Een heerlijk scheldwoord. Die klankrijm met loser en die spookachtige boo waarmee het begint. Er is over deze term al van alles geschreven, zinnig en onzinnig. Zinnig: het zou de babyboomers sieren plaats te maken voor volgende generaties. Onzinnig: de boomer moet de mond gesnoerd. Het gesprek moet niet vernauwd maar juist verbreed worden. En dat brengt me op het element dat ik in de discussie miste. Het belang, of nee, de nóódzaak van intergenerationeel denken.

Boomers de schuld geven van de rotzooi in de wereld lijkt mij overtrokken. De mentaliteit die ons in deze crisis bracht, heeft zich niet in een paar decennia ontwikkeld. In de achttiende eeuw al waarschuwde wetenschapper en ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt voor de desastreuze effecten van het uitbuiten van natuurlijke bronnen. Oerwouden werden gekapt voor landbouw, meren drooggelegd en rivieren leeggevist. En dit alles in een wereld zonder babyboomers. Von Humboldt riep zijn tijdgenoten op om zich niet te laten leiden door kortetermijnwinst. Zijn oproep vond geen gehoor. En vindt dat ook nu niet.

Lees ook: En nu zijn wij de meest egoïstische generatie

Het grootste obstakel in het vinden van oplossingen voor de klimaatcrisis, stelt het Intergovernmental Panel on Climate Change, is ons onvermogen te denken op de lange termijn. En dat denken is per definitie intergenerationeel. In The Human Organization of Time schrijft Allen Bluedorn over het verband tussen voor- en achteruit kijken. Simpel samengevat: hoe verder je kunt terugkijken, hoe verder je vooruit kunt kijken. Wie toekomst wil, heeft verleden nodig. Voor de hoognodige mentaliteitsverandering moeten ouderen en jongeren de krachten bundelen. En snel een beetje.

Dit is geen antwoord op de praktische problemen van wie er wel of niet een pensioen of koopwoning krijgt. Het is wel een voorstel anders te denken over de relatie tussen jong(er) en oud(er). In Nederland leven generaties grotendeels gescheiden. We trekken voornamelijk op met mensen van onze eigen leeftijd, met wie we ongeveer dezelfde afstand delen tot toekomst en verleden. Dat beperkt de blik.

Als de schotten tussen generaties worden afgebroken, kan iets wonderschoons ontstaan. Het werk van rivierenexpert Li An Phoa is daar een voorbeeld van. Met ‘drinkable rivers’ brengt ze de gezondheid van rivieren in kaart door burgers – kinderen, jongeren en ouderen – metingen te laten doen. Voordat het meten begint, verzamelt ze de groep op de oever en laat ze allemaal iets vertellen over de rivier. Oma’s zwommen in de stroming, moeders bleven ver van het vervuilde water, kinderen hopen er ooit in te kunnen duiken. Zo versmelt een toekomstdroom met een herinnering en verbindt de actie toen en nu en straks. Een perfecte manier om in lange lijnen te leren denken – de belangrijkste politieke opdracht van onze tijd.

Hebzuchtig dier

De mens is een hebzuchtig dier, in welke eeuw hij ook leeft. En we zullen die hebzucht moeten temmen door anders te kijken naar onze positie in het geheel. Onszelf te zien als onderdeel van een levend web dat zich in tijd en ruimte uitstrekt. Te snappen dat wij via duizend vertakkingen in verbinding staan met alles wat groeit en stroomt en ademt.

Intergenerationeel denken is daarbij van groot belang. Voor een mentaal gezonde samenleving heb je verbinding tussen generaties nodig, stelde de antropoloog Margaret Mead al in de vorige eeuw. En een mentaal gezonde samenleving is cruciaal om de ingewikkelde problemen te navigeren.

Lees ook: Graaiende babyboomers? Ik klus bij om rond te komen

In de Volkskrant stelde de hoofdredacteur van Van Dale deze week trouwens dat het woord ‘boomer’ heus niet alleen verwijst naar babyboomers. Ook jonge klimaatontkenners of conservatieven zouden boomer kunnen zijn. Prima, maar zeg dát dan. Nu worden ‘oud’, ‘conservatief’ en ‘klimaatontkenner’ in een slordig containerbegrip gelijkgesteld.

Grootouders voor het Klimaat

Slordigheid in taal verraadt slordigheid in denken. Juist in een tijd van crisis moeten we zorgvuldig zijn. Progressieve ideeën hebben weinig met leeftijd te maken. Mijn oudoom (70+) liet zich laatst oppakken op Schiphol waar hij deelnam aan het ‘protestival’ van Greenpeace. De actiegroep Grootouders voor het Klimaat heeft dependances in acht landen en groeit nog steeds.

We mogen – moeten – ons verzetten tegen de krachten die noodzakelijke verandering blokkeren. Dat kunnen we het beste doen in een gezonde samenleving.

En het bevordert de gezondheid als welwillenden uit alle generaties samen optrekken.

We kunnen alleen anders gaan leven als we ook anders gaan denken. En vooral: verder, veel verder, gaan kijken dan de paar decennia die een boomer van een millennial scheiden. Wat mij betreft was niet ‘boomer’ maar ‘langetermijndenker’ het woord van het jaar geweest. Alleen is dat niet zo’n lekker woord. ‘Uitzoomer’ dan misschien. Of, beter nog, ‘zoomer’.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.