Wat komt er in de plaats van de Rotterdamse Hudson’s Bay?

Retail Vanaf 1 januari staat het voormalig V&D-pand leeg. Er zijn verschillende ideeën over wat daar moet komen, maar in ieder geval géén warenhuis.

Vanaf 1 januari staat het pand weer leeg
Vanaf 1 januari staat het pand weer leeg Foto Walter Herfst

„Ik kwam hier elke dag als medewerkster van een shop-in-shop, maar shopte hier zelf nooit. Dit is de primeur”, lacht Janine van der Plaat (31), tot een week geleden fulltime medewerkster in de Hudson’s Bay en nu werkzaam in de Bijenkorf. Met een krat in haar handen – zeker halfvol – scharrelt ze rond. „Kerstinkopen”, zegt ze, verontschuldigend.

Het is een primeur op de valreep: eind dit jaar sluit het Canadese warenhuis de deuren, ook de plaatselijke La Place en Topshop vertrekken. Het pand treft het verdrietige lot van de opheffingsuitverkoop. Een statige winkel, door hebberige Hollanders verworden tot een zaak die zich, qua rommel, kan meten met de gemiddelde Primark. Rouwig is het publiek er niet om. „Het was een koude en kille winkel zonder ziel, de Bijenkorf is veel gezelliger”, meent zelfverklaard rondsnuffelaar Nel Piek (67). Ze loopt net weg van de drukste afdeling in de winkel: de make-up. „Lancôme, Dior, Tom Ford; niet vaak in de aanbieding.”

Maar wat moet Rotterdam met de 24.588 vrijkomende vierkante meters midden in de binnenstad? De nieuwe eigenaren van de Beursgallerij laten niets los over hun plannen. Vastgoedbedrijven Signa en RFR kochten in november het pand van vorige eigenaar Allianz. Experts en het winkelend publiek hebben wel wat ideeën.

Duizenden lege winkels, wat is de oplossing?

„Een warenhuis, dat gaat niet werken, zoveel is duidelijk. Misschien restaurantjes?” mijmert Van der Plaat. De retail-experts bevestigen: één groot warenhuis is passé. „Daar is geen aanbieder voor”, zegt Dominique van Elsacker, directeur van de winkeliers- en vastgoedvereniging van de binnenstad, Urban Department Store. Wat mogelijkheden biedt: Rotterdammers hebben weinig binding met het pand, valt Van Elsacker op. „Herontwikkeling heeft mijn voorkeur, maar sloop en nieuwbouw is daarom ook een optie.” Wel pleit ze voor retail op de begane grond en eerste verdieping voor de levendigheid en werkgelegenheid in binnenstad. „Maar wat nou als we middenin de stad een grote woontoren bouwen?”

Voor het publieke gedeelte is ‘mix’ het toverwoord. Dat zegt onder meer retail-strateeg Tony Wijntuin, die voor de Erasmus Universiteit onderzoek deed naar de Rotterdamse binnenstad. „Om de Rotterdammers in de stad te houden, is een gevarieerd aanbod nodig. Naast mode ook eten, kantoor en fitness. Flex-werkplekken zouden goed zijn.” Rotterdam hoeft niet te vrezen voor een langdurige leegstand. „Het is een populaire stad voor winkeliers: gevarieerd publiek en regelmatig in de populaire lijstjes terug te vinden. Bovendien is het een stuk goedkoper om in Rotterdam te huren dan bijvoorbeeld Amsterdam”, zegt Wijntuin.

Een veelgehoorde naam onder het winkelend publiek is IKEA. Ook Van Elsacker ziet dat wel zitten: „Naar het voorbeeld van Parijs: een stadswinkel. Dat zou een prachtige Nederlandse primeur zijn en goed voor de stad – niet meer voor elk wissewasje buiten de ring.” Ook Wijntuin is enthousiast. „IKEA zet bij uitstek in op mix, met een steeds belangrijker food-afdeling.” IKEA Nederland houdt de optie open. Een woordvoerder laat weten dat ze onderzoeken of er op termijn ook in Nederland stadswinkels kunnen openen. „Maar concrete plannen zijn er op het moment nog niet.”

Vier lessen uit de val van Hudson's Bay

Ook naar kantoorruimte is veel vraag, volgens Marco Clarijs directeur van vastgoed-adviesbureau CBRE Rotterdam. Hij adviseert eigenaar Signa over de vierkante meters. „De leegstand in kantoorpanden daalde het afgelopen jaar van 16 naar 8 procent, de krapte neemt toe.”

Van der Plaat kon weer terug naar haar vorige werkgever, de Bijenkorf. Daar shopte ze wel. En dat lijkt ook de diagnose van het falen van de Canadezen: we hadden de Bijenkorf al. „En ze waren arrogant en eigenwijs. Een concept uit Noord-Amerika valt niet één-op-één te kopiëren naar Europa”, zegt expert Cor Molenaar.

Onder de (oudere) bezoekers is er heimwee naar de V&D. Henny van Esch (63): „Dat was zo’n gezellige winkel. Je wist zeker dat je vond wat je zocht. Kunnen zij niet terug?”