Waarom Menno Snel wel/niet verantwoordelijk was voor de toeslagenellende | Bijltjesdag voor Bijleveld

De Haagse Stemming Met Carola Schouten, Jesse Klaver en Mark Rutte. Ook elke ochtend De Haagse Stemming in je inbox? Schrijf je in!

Menno Snel is weg: wat viel hem wel en niet te verwijten? Vandaag is het de beurt aan Ank Bijleveld om voor haar baan te knokken. Boze boeren bezorgden premier Rutte opgetrokken wenkbrauwen. En hoe staat het, op de laatste dag voor het kerstreces, met de mooie beloften over scorebordpolitiek?

SNELWEG: En weg was-ie, toch nog. Menno Snel wachtte niet op een debat en een motie van wantrouwen en kondigde gisteren zelf zijn ontslag als staatssecretaris aan in de Tweede Kamer. Het was, schrijft Philip de Witt Wijnen in een profiel van de afgetreden Snel, misschien wel de eerste politieke daad van een oerambtenaar die wars was en bleef van politiek. Echt opgelucht was niemand. Kamerleden vroegen zich af wie nu de rommel mag opruimen. De gedupeerde ouders die voor het debat met Snel naar Den Haag waren afgereisd, zagen dat debat geannuleerd worden voordat het begonnen was. „Nu zegt degene met wie ik wil vechten dat hij ermee ophoudt”, concludeerde een van hen. „Eigenlijk heeft hij gewonnen.”

Niet de enige boosdoener: Zelf dacht Snel er ook zo over, tot vlak voor zijn besluit. Hij wilde „niet een politicus zijn of worden die op elke golf van publieke verontwaardiging of applaus meelift”, vertelde hij de Tweede Kamer. Hij wilde zelf het systeem verbeteren en zo onvermijdelijke nieuwe incidenten niet op een opvolger afschuiven. En, zal hij gedacht hebben, de toeslagenellende is niet met hem begonnen en zal niet met hem eindigen. Net zo goed zal de verziekte werkcultuur bij de Belastingdienst ook na zijn vertrek voortbestaan. En nee, Snel was niet degene die het talent van de dienst door een onhandige reorganisatie liet weglopen. Of degene die het toeslagenstelsel in een jachtterrein voor fraudejagers veranderde. Toen al die problemen ontstonden, was Menno Snel nog een onbekende, partijloze topambtenaar bij het IMF in Washington.

Niet onschuldig: Toch is dat niet het hele verhaal. Ook onder zijn bewind bleven ambtenaren onschuldige ouders opjagen, registreerden ze hun nationaliteit en etniciteit en vorderden ze soms wel tienduizenden euro’s van huishoudens terug. Mogelijk maakte Snel zelf het onderzoek naar de toeslagenaffaire bewust beperkt van opzet. Hij deelde onjuiste informatie en stuurde belangrijke documenten niet naar de Kamer. En met zijn opmerkingen over de Belastingtelefoon en de deels zwartgelakte dossiers die zijn dienst naar de gedupeerde ouders stuurde, lukte het hem niet om de verontwaardiging te dempen. Je kunt hem onderschatting en gebrek aan tact verwijten. Je kunt ook concluderen: dit is wat je krijgt als je slimme maar a-politieke technocraten op ministersposten zet.

KOP VAN JUT GEZOCHT: „Mijn opvolger moet een onverwoestbaar humeur hebben en geen enkele interesse in zijn eigen loopbaan.” Het waren de woorden van Snels voorganger op Financiën, Eric Wiebes (VVD), maar ze zijn nog altijd even geldig. Wie wil deze klus klaren? „Gezocht: kop van jut (m/v), +80 uur, reputatieschade gegarandeerd”, kopte het AD treffend. D66 liet woensdag doorschemeren dat het nog geen kandidaat op het oog heeft, al zongen de eerste namen al direct rond. Veel genoemd: Udo Kock, beschikbaar sinds hij in september opstapte als wethouder voor Financiën in Amsterdam. Kandidaten uit de Kamerfractie zijn schaars – de kans dat Menno Snel door Kamerlid Joost Sneller wordt opgevolgd, hoe poëtisch ook, is klein.

BIJLTJESDAG: Kan het kabinet vandaag nóg een vacature uitschrijven, op de laatste dag voor het reces? Dat hangt allemaal af van Ank Bijleveld, die zich vanmiddag voor de derde keer in korte tijd moet verantwoorden voor de informatievoorziening rond de bomaanval op Hawija. Inzet is dit keer de onthulling dat het Amerikaanse commandocentrum Centcom al lang een onderzoeksrapport gepubliceerd had waarvan Bijleveld het bestaan ontkende. Grote vraag: wat doet D66? Anders dan Menno Snel heeft Bijleveld één groot voordeel: terwijl haar D66-collega zich van debat naar debat bleef slepen, kan zij na vandaag het Hawija-dossier misschien afsluiten. Dat vooruitzicht kan het verschil maken.

WENKBRAUWMOMENT: Hoeveel krediet hebben de boeren nog bij politiek en publiek? Zelfs premier Mark Rutte, die tot nu toe zijn begrip de boventoon liet voeren, liet bij Pauw weten dat hij wel „even zo’n wenkbrauw-optrek-moment” had gehad: „Wat wil je nou nog meer van me?” Maandag had hij immers nog een akkoord gesloten met een dozijn agrarische organisaties. Dat akkoord zorgt vooral voor extra kopzorgen, blijkt nu. Boeren uit de hoek van Farmers Defence Force vonden het niet genoeg en gingen alsnog de straat op. In de Tweede Kamer ontstond juist wrevel over de afspraken die de organisaties hadden losgewrikt van het kabinet. Tot zijn schrik concludeerde Tjeerd de Groot, van coalitiepartij D66, dat het akkoord de suggestie wekte dat de veestapel niet kleiner wordt. Hij besloot het afsprakenlijstje maar te lezen „als gespreksverslag”, maar minister Carola Schouten (Landbouw, CU) verbeterde hem nog in hetzelfde debat: het ging wel degelijk om „meer dan een gespreksverslag”.

SCORINGSDRANG: Vele nieuwscycli geleden verklaarde Jesse Klaver de scorebordpolitiek passé. Het moest afgelopen zijn met hijgerige moties en haastige debatjes die ten koste gingen van belangrijke vragen, zei hij bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Het was een oproep die in de Kamer op grote instemming kon rekenen. Hoe staat het drie maanden later met die ambitie? Politiek verslaggever Pim van den Dool maakte de balans op en zag: dat loopt uiteen. GroenLinks hield zich aan de belofte: het aantal ingediende moties en debataanvragen liep inderdaad fors terug. Maar de VVD, die het pleidooi van Klaver in september met het meeste enthousiasme omarmde, liet het aantal moties juist het hardst stijgen. Minder scoren blijkt nog niet zo’n gemakkelijke opgave.

QUOTE VAN DE DAG:

„De mooiste foto’s sturen jullie nog wel even op, hè jongens!”

Famous last words van Menno Snel, langs de persfotografen op weg naar de uitgang van het Kamergebouw.