Taghi al in Nederlandse cel, advocaat spreekt van ontvoering

Uitlevering Autoriteiten in Dubai hebben Ridouan Taghi uitgezet voordat er door de Nederlandse justitie een formeel uitleveringsverzoek is ingediend.

Fred Westerbeke, hoofdofficier van het landelijke parket van het Openbaar Ministerie, staat de pers te woord over de uitlevering van Ridouan Taghi van Dubai naar Nederland. Foto Marco de Swart/ANP
Fred Westerbeke, hoofdofficier van het landelijke parket van het Openbaar Ministerie, staat de pers te woord over de uitlevering van Ridouan Taghi van Dubai naar Nederland.

Foto Marco de Swart/ANP

Ridouan Taghi zit sinds donderdagochtend in een Nederlandse cel. De autoriteiten in Dubai hebben hem uitgezet voordat er door de Nederlandse justitie een formeel uitleveringsverzoek is ingediend. Volgens een woordvoerder van het Landelijk Parket is Taghi in de nacht van woensdag op donderdag op verzoek van de autoriteiten in Dubai opgehaald met een door Nederland gecharterd vliegtuig.

Dat verzoek lijkt een vervolg te zijn op de intensieve samenwerking tussen Dubai en Nederland bij de zoektocht naar Taghi die sinds het voorjaar van 2018 internationaal staat gesignaleerd. Over de overdracht van Taghi naar Nederland is sinds zijn aanhouding maandag veel gespeculeerd omdat er geen formeel uitleveringsverdrag bestaat tussen Dubai en Nederland.

Omdat de vervolging van Taghi in de strafzaak-Marengo al is begonnen en de rechtbank in die zaak zijn gevangenhouding al heeft bevolen toen Taghi voortvluchtig was, is hij meteen in voorlopige hechtenis genomen. Dat betekent dat de voortgang van zijn strafzaak bij de volgende tussentijdse zitting van deze zaak in februari door de rechtbank zal worden beoordeeld. In het Nederlandse rechtsstelsel moet een rechtbank de voortgang van een strafrechtelijk onderzoek iedere 90 dagen toetsen. Die toets is de basis voor een beslissing over de voorlopige hechtenis.

Voorlopige hechtenis verlengen

Tijdens de tussentijdse zitting zal het Openbaar Ministerie ongetwijfeld aan de rechtbank verzoeken om de voorlopige hechtenis van Taghi te verlengen. Taghi wordt op dit moment beschuldigd van het leiding geven aan een criminele organisatie en het uitlokken van een serie liquidaties. In de strafzaak Marengo gaat het om vijf voltooide liquidaties, twee pogingen tot moord en een serie voorbereidingen van moordaanslagen. In een aanpalende strafzaak wordt Taghi nog beschuldigd van betrokkenheid bij ten minste drie voltooide liquidaties. Het is nog niet duidelijk of het Openbaar Ministerie hem daarvoor gaat vervolgen.

Advocaat Inez Weski meldde donderdagochtend aan persbureau ANP dat zij de verdediging van Taghi weer op zich neemt. Eerder dit jaar had ze die op zijn verzoek neergelegd omdat Taghi volgens Weski het gevoel had dat hij geen eerlijk proces zou krijgen. Nu Taghi vastzit, heeft hij zijn proceshouding kennelijk veranderd en Weski gevraagd de verdediging weer op zich te nemen.

Weski noemt de overdracht van Taghi naar Nederland „ontvoering”. Tegen nieuwssite NU.nl meldt ze: „Mijn cliënt heeft geen rechter gezien en ook geen contact gehad met een advocaat. Dat betekent dat hij rechteloos het land is uitgezet zonder dat hij zich daartegen heeft kunnen verweren. Nederland was hiervan op de hoogte, ze hebben mijn cliënt direct kunnen ophalen”. Weski reageerde donderdagochtend niet op een verzoek om nadere toelichting.

Dit voorjaar zijn twee andere verdachten in de Marengozaak op een soortgelijke wijze vanuit Suriname aan Nederland uitgeleverd. Het gaat om Mario en Mao R., twee mannen die volgens het Openbaar Ministerie een belangrijke rol hebben gespeeld bij een aantal liquidaties waar ook Taghi van wordt verdacht.

‘Verkapte uitlevering’

Uit een arrest van begin 2018 blijkt dat het hof in Den Bosch vindt dat het niet aan de Nederlandse rechter is om te beoordelen hoe een ander land omgaat met een uitzetting. Tenzij de Nederlandse autoriteiten zich – naar Nederlands recht – „onrechtmatig” hebben bemoeid met die uitzetting.

Hoogleraar internationaal strafrecht Harmen van der Wilt stelt dat elk land het recht heeft om ongewenste vreemdelingen uit te zetten. „Een uitlevering heeft een ander doel, dat is een soort dienstverlening aan het land dat de vreemdeling wil hebben. Dat zou via de uitleveringsprocedure moeten. Wanneer dat niet via die procedure gaat, is het een verkapte uitlevering.” Van der Wilt begrijpt de kritiek van Weski dan ook wel als het gaat over de manier waarop Taghi en de gebroeders Mario en Mao M. in Nederland terecht zijn gekomen. „Ik ben het met haar eens dat je een procedure moet volgen waarin iemand de gelegenheid krijgt om bezwaar te maken tegen zijn uitlevering. Maar ik zou het geen ontvoering noemen, zoals Weski doet.”

Met medewerking van Floor Rusman