Stap eens uit het nu

Essay De angel uit een conflict halen, ergens de onredelijkheid van inzien – zo loopt een situatie niet uit de hand. Maar emoties laten zich niet altijd temmen.

Illustratie Max Kisman
Illustratie Max Kisman

Mindfulnesstrainingen en alles wat daarop lijkt, zijn voornamelijk gericht op één ding: nu aanwezig zijn en verder niets. Het is voor de mens blijkbaar niet makkelijk om ‘in het nu’ te zijn. Iedereen weet dat – voor je er erg in hebt zijn de gedachten alweer als speelse honden vooruitgedraafd, teruggesjeesd langs je heen waar ze iets interessants ontdekt hebben tot je ‘hier!’ roept en ‘zit!’ en jawel, eventjes zijn ze er dan. Daar waar je zelf ook bent. Het gebeurt vooral als men alleen is , maar ook in gezelschap kan het best gebeuren dat je even afgeleid bent en weer in de opera van gisteravond zit, of dat een compliment van een kennis je te binnen schiet of je geestelijk al aan de kroketten zit die je zo gaat halen. De geest doet maar. Concentratie is moeilijk.

Tegelijkertijd is het vaak verrassend gemakkelijk om in het moment te verdwijnen. Als iemand voordringt in de rij ben je helemaal niet afgeleid en een collega met een aanmerking haalt je zo uit dromerijen – dan is het steeds helemaal dit moment.

Soms is het zelfs te veel dit moment, alsof er daarbuiten niets meer bestaat, alsof het van levensbelang is dat je als eerstvolgende aan de beurt bent, de aanmerking weerlegt. Desnoods met scherpe woorden. Want je had GELIJK.

Oh was het op zo’n moment maar mogelijk om niet in het nu te zijn, om vrolijk vooruit te springen naar straks of eerder, om je te binnen te brengen dat de wereld niet vergaat, dat die mevrouw of meneer misschien niet eens weet dat-ie aan het voordringen is – zoals je ook zelf wel eens per ongeluk (want dan is het altijd per ongeluk) voor je beurt gaat.

Vaak is het allemaal meteen weer in orde, doordat iemand zegt: neem me niet kwalijk, daar had ik geen erg in. De collega kan er achteraan zeggen: misschien overdrijf ik wel hoor. Of even later terugkomen en zeggen – sorry dat ik zo uitschoot, dat sloeg eigenlijk niet op jou.

Alledaagse de-escalatie.

Laatst stapte ik uit de auto, rommelde nog wat in mijn tas toen er een mevrouw op me afkwam: „U moet wel uitkijken als u de bocht neemt!” Ze bleek de fietser die net als ik rechtsaf sloeg. Ik bleek de automobilist die haar gesneden had. Oei! Helemaal geen erg in gehad. En zij wilde, begrijpelijk, wel even haar gram halen.

De de-escalerende dingen die ik zei hoorde ze heus wel. Dat het me speet, dat ik er geen erg in had gehad, dat ik haar heus wel had gezien maar blijkbaar toch, neemt u me niet kwalijk. Ze hoorde ze en ze zag dat het me inderdaad speet en ze voelde dat ze niet door kon tieren, maar er zat nog te veel lucht in haar ballon, ze kon nog niet stoppen. Ik was te snel geweest vermoedelijk met die excuses van me, het was niet bevredigend om zo direct gelijk te krijgen. Dus ze sputterde nog wat door. Niet zo erg meer en ook, denk ik, voor haar niet zo opluchtend meer. En ik had geen tekst meer want ik had alles al meteen toegegeven en betreurd – en begon me dus even af te vragen of het nu niet mijn beurt was voor verontwaardiging omdat zij niet stopte.

Zo gaat het vaak: de opwinding is niet geheel gezakt hoewel de oorzaak wel min of meer is weggenomen.

De schrijver J.J. Peereboom heeft daar eens een mooie term voor gemunt: ‘ontzenuwde emoties’. Hij schreef hoe hij met enige ergernis aan iemand denkt, zichzelf duidelijk maakt dat dat niet terecht is ook al sputtert hij intern nog een gevoelsargumentje: wij vinden haar niet zo aardig dus moet ze dankbaar zijn dat we aardig tegen haar doen. „Na mijzelf voorgehouden te hebben dat die redenering niet de soort van kracht heeft die een onpartijdige buitenstaander zou overtuigen stelde ik vast dat mijn verontwaardiging voortduurde, hoewel verzwakt. Wat ervan over was kon beschreven worden als ontzenuwde verontwaardiging.”

Zijn op een dergelijke wijze onklaar gemaakte gevoelens nu juist een oorzaak van escalatie of werken ze de-escalerend? De angel uit het conflict halen, de onredelijkheid inzien, je niet op sleeptouw laten nemen door je emoties – dat zijn allemaal gedragingen die worden aanbevolen als het erom gaat een situatie niet uit de hand te laten lopen. Maar de emoties laten zich niet altijd temmen. Al weten we nog zo goed dat dat moet. Dat we een grap moeten maken, de boel licht moeten houden, ons ego even moeten vergeten.

In het groot werkt het ook zo. In zijn toneelstuk met de beroemde titel La guerre de Troie n’aura pas lieu (De Trojaanse oorlog zal niet plaatsvinden) schreef Jean Giraudoux hoe de Trojaan Hector zijn stadsgenoten probeert over te halen om Helena nu, meteen, terug te sturen naar de Grieken en zo haar schaking ongedaan te maken en daarmee de aanleiding tot de oorlog. Als dat niet de-escalerend is. Het toneelstuk werd voor het eerst opgevoerd in 1935, toen de dreigende contouren van een tweede grote oorlog al zichtbaar werden. We weten allemaal hoe het is afgelopen.

In het toneelstuk, en in het verhaal over de Trojaanse oorlog, is heel duidelijk waar het allemaal om draait: de ontvoering van Helena, vrouw van een machtige Griekse koning, door de Trojaan Paris. Die ontvoering – of, wat ook gezegd wordt, het vrijwillig weglopen van Helena met Paris – is de oorzaak van de onenigheid. Maar geleidelijk aan is het steeds meer de vraag of het daar nog om gaat. Had Helena halverwege nog kunnen zegen: ik ga toch maar terug? Of was het allemaal al veel te ver gegaan, was het enige wat er nog opzat dat de Trojanen verpletterend verslagen werden?

Grote dingen die vaart krijgen zijn niet met één drukje op de knop weer stil te zetten

Als iets eenmaal in gang is gezet, is een conflict algauw als een zeetanker die bij Calais moet afremmen wil-ie in de haven van Rotterdam kunnen afmeren. Grote dingen die vaart krijgen zijn niet met één drukje op de knop weer stil te zetten.

Conflicten hebben vaak veel en complexe geschiedenissen zodat niet langer duidelijk is wat de oorzaak was en de aanleiding er niet meer toe doet.

Het echtpaar dat ruzie maakt over de wijze van inladen van de afwasmachine is niet meteen weer goed als een van de twee toegeeft en doet zoals de ander het wil, de stemming is al omgeslagen en de kwaadheid heeft zich uitgespreid over en gevoed met van alles en nog wat – in het geheel niet gerelateerd aan die afwasmachine.

Ook bij oorlogen gaat het zo – je ziet het maar al te vaak in de eindeloze onenigheid van de NAVO-partners die er slecht in slagen conflicten te smoren: iedereen gebruikt de strijd voor iets anders dan waar die om gaat. De hele Helena doet er niet meer toe, waar het om gaat is eer, gewin, verleden, rancune, persoonlijke afkeer, kans op macht, bondgenootschappen, verkiezingswinst, economische overwegingen – er valt al lang niets meer terug te geven, stil te zetten, terug te draaien. De motor draait al.

We zijn te véél in het nu. Wat dan nodig is, is juist daar even uit stappen en denken aan waarom je ook weer bij elkaar bent – dat het wel merkwaardig is dat degene die je trouw tot de dood hebt gezworen nu door jou ongeveer op het gezicht gemept wordt omdat-ie een kopje verkeerd plaatst. Dat vrede en veiligheid, wat het allerbelangrijkst wordt gevonden door iedereen, nu door woedende mannen in een politiek armpje drukken volstrekt uit het oog verloren zijn, het is alleen maar nu en ze willen winnen.

Eigenlijk gaat het om één ding: denk altijd aan Helena. Aan dat waarom het gaat.