Reportage

‘Soms blijven we uren naast iemand zitten’

Afzondering Het aantal gedwongen afzonderingen moet naar nul, spraken jeugdzorginstellingen af. Bij Accare in Smilde kiezen ze allang andere manieren om jongeren in crisissituaties te helpen. „Separeer, dat woord gebruiken we niet meer.”

Wie een gevaar vormt voor zichzelf of anderen, mag ‘in afzondering’ worden geplaatst. De nieuwe separeerruimte van Accare wordt niet meer gebruikt.
Wie een gevaar vormt voor zichzelf of anderen, mag ‘in afzondering’ worden geplaatst. De nieuwe separeerruimte van Accare wordt niet meer gebruikt. Foto Olivier Middendorp

Het gebeurde meestal met z’n vieren of vijven. De kunst was ervoor te zorgen dat de jongere rustig op het matras kwam te liggen, het liefst op z’n buik. Met z’n allen hielden ze hem dan vast. Twee man bij de armen, twee bij de benen, één bij het hoofd. Dat was het protocol, zegt Renate Koning. Was de jongere heel agressief, dan werden de benen in dekens gewikkeld.

Ze kan zich niet meer voorstellen dat het zo ging. Maar er waren tijden dat ze vier, vijf, zes keer per dag in de separeerruimte kwam. Al 23 jaar werkt ze als groepsbehandelaar bij de Ruyterstee, een kliniek van zorginstelling Accare in het Drentse dorp Smilde. Hier worden kinderen behandeld die worstelen met angsten, psychoses, trauma’s, die depressief of autistisch zijn. En steeds vaker wordt daar het hele gezin bij betrokken.

Achter een deur met ‘verboden toegang’ erop, ligt de HIC: de High & Intensive Care-afdeling. Naast twee prikkelarme ruimtes om jongeren in ernstige psychische nood op te vangen, is hier de EBK, de Extra Beschermde Kamer. Een separeer of isoleercel, in feite. „Maar dat woord gebruiken we niet meer.” Koning demonstreert de deur van de EBK: loodzwaar en beveiligd met een magneetslot. De ruimte erachter is leeg en kaal. In een hoek ligt een kunststof matras en een hoopje antischeurdekens, van extra stevige stof.

„Je kunt wel zien dat hier bijna nooit meer iemand komt”, zegt Koning. „Dit ligt helemaal verkeerd.” Ze sleept het matras naar het midden van de kamer. Het ploft met een doffe klap op het grijze linoleum. De dekens legt ze er netjes overheen. „Zo hoort het eigenlijk.”

De ruimte is onlangs verbouwd om te voldoen aan de laatste eisen. Waar ooit een krijtbord hing, is nu een scherm geïnstalleerd waarmee je het licht en de temperatuur kunt regelen, radio kunt luisteren of spelletjes kunt doen. De kartonnen po die in een hoek stond, is vervangen door een roestvrijstalen toilet.

Het is de duurste ruimte van de kliniek: honderdduizend euro is erin geïnvesteerd. Maar het is niet de bedoeling dat-ie gebruikt wordt. Want bij Accare separeren ze niet meer. In 2006 was dit de eerste jeugd-ggz-organisatie in Nederland die besloot er helemaal mee te stoppen.

Dat de kamer er nog is heeft met regels voor de zorg te maken, zegt Denise Stelling, psycholoog en hoofdbehandelaar van de crisisafdeling. „We moeten ‘m formeel hebben om de zorg te kunnen leveren die we nu leveren.” En met zekerheid: „We kúnnen ‘m gebruiken, maar proberen dat niet te doen.”

Lees ook: Waarom is het zo moeilijk om het opsluiten van jongeren te stoppen?

Wie een gevaar vormt voor zichzelf of anderen, mag in Nederland ‘in afzondering’ worden geplaatst. Ook als je minderjarig bent. Er zijn twee groepen die ermee te maken kunnen krijgen: jongeren die behandeld worden voor psychische problemen, zoals bij Accare, en jongeren die in de gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus) zitten nadat een rechter heeft bepaald dat thuis wonen niet langer mogelijk is.

Voor beiden groepen gelden strikte regels. Separatie of afzondering is volgens de overheid een laatste redmiddel, een „heel ingrijpende maatregel” die zo veel mogelijk moet worden vermeden.

Toch gebeurt het nog dagelijks, blijkt uit rapporten. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd constateerde dat er niet altijd genoeg wordt gedaan om separaties te voorkomen. Gedwongen afzondering wordt ingezet vanwege personeelstekort, als ‘rustmoment’ of als strafmaatregel.

Waaróm ik schreeuw

In het voorjaar van 2018 ondertekenden de bestuurders van alle elf JeugdzorgPlus-instellingen een pleidooi om te stoppen met separeren. Kort daarna schreef Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) in een actieprogramma dat separeren van kinderen en jongeren in 2021 echt verleden tijd moet zijn.

Is dat haalbaar? Kinder- en jeugdpsychiater en Accare-bestuurder Peter Dijkshoorn vindt die vraag niet zo interessant. Het gaat om het streven naar nul, zegt hij in zijn werkkamer in Assen. „Bij ons heeft die beslissing ervoor gezorgd dat we binnen een jaar 80 procent minder separeerden.”

Gespreksruimte op een leefafdeling van Accare.

Foto Olivier Middendorp

Dijkshoorn is lid van de ‘beweging van nul’ – een groepje „vakidioten” dat streeft naar hoge doelen in de jeugdhulp: nul kinderen uithuisgeplaatst bijvoorbeeld. Bij hem viel het kwartje in 2005, toen hij een presentatie bijwoonde van een ggz-instelling voor volwassenen die was gestopt met separeren. In diezelfde periode sprak hij een cliënte van Accare. „Ze legde uit dat ze zich oneerlijk behandeld voelde. Als ik wanhopig ben, zei ze, ga ik schreeuwen. Niemand vraagt waaróm ik schreeuw, ze zeggen alleen dat ik ermee moet stoppen. Maar dat kan ik niet. Dan moet ik in de separeer, pas als ik stil ben gaat de deur weer open. Ik krijg dan een compliment, maar ik ben alleen gestopt omdat ik uitgeput ben, en voel me nog wanhopiger.” Ze had volkomen gelijk, besefte Dijkshoorn. „Het klopte gewoon niet.”

Het zit ‘m vooral in de benadering, zeggen psychologe Denise Stelling en behandelaar Renate Koning in Smilde. In de „oude situatie” werden jongeren soms afgezonderd zodat ze konden afkoelen, of om een einde te maken aan een conflict.

Koning: „Gezien de problematiek van deze jongeren – sommigen hebben een licht verstandelijke beperking – wilden we op de groepen voor duidelijkheid zorgen, een voorspelbaar klimaat. Dat leek toen een logische gedachte.”

Stelling: „Jongeren werden in die tijd vaker en langer opgenomen. Behandelaars kregen daardoor een soort opvoedtaak.”

Uit angst de controle te verliezen, zegt Koning, werden er heel veel regels opgesteld. „Het resultaat: je had overal strijd over. Over een kwartier te laat komen, over twee schepjes suiker in de thee.”

Vanaf 2006 gingen de dingen anders. Cliënten kregen meer regie, medewerkers werden beter opgeleid. In plaats van hen te controleren, werd het doel de jongeren te begrijpen. In plaats van ze vast te pakken als het uit de hand dreigde te lopen, praten behandelaars nu met hen.

We vragen nu: wat heb je nodig om weer rustig te worden?

Renate Koning behandelaar jeugdzorg

Het begint al bij de intake, zegt Koning. „Daarin stellen we samen doelen, en vragen we wat iemand nodig heeft om rustig te worden als het misgaat. Dat kan van alles zijn: een sigaretje roken, een blokje om.”

Tijdens een van haar eerste late diensten in die beginperiode, vertelt Koning, was er een suïcidaal meisje in de kliniek dat zichzelf regelmatig sneed. „Ik was gewend alle scherpe voorwerpen af te pakken. Maar ja, we hadden afgesproken dat de kamers niet meer zouden controleren.” De volgende ochtend bleek er niets aan de hand. Dat vertrouwen, zegt Koning, is de basis voor hun werkwijze. „Je werkt samen, gaat in gesprek. Je vraagt: wat zijn andere manieren om spanning te verlagen?” Stelling: „Als het nodig is, blijven we urenlang naast iemand zitten.”

Wat ook veranderde: de deuren op de afdeling bleven veelal open. Wie weg wilde lopen, kon dat doen. Bestuurder Peter Dijkshoorn kreeg het weleens met de politie aan de stok: „Agenten vonden dan dat we jongeren binnen moesten houden omdat ze de orde verstoorden. Ik heb steeds uitgelegd: als we dat doen, kunnen we er nooit voor zorgen dat ze beter worden. Dat is wel onze taak. Uiteindelijk begrepen ze dat.”

Schijnveligheid

Opsluiten biedt schijnveiligheid, zegt Dijkshoorn. Het risico dat iemand zichzelf iets aandoet, is binnen niet kleiner dan buiten. „Sinds 2007 zijn er geen suïcides geweest van jongeren die bij ons klinisch onder behandeling staan. Geen garantie, maar het geeft wel vertrouwen.”

Het was een moeilijk, lang en eng proces, zeggen ze bij Accare, maar van gemiddeld 400 separaties per jaar vóór 2005, gingen ze naar 3 in 2017, en 0 in 2018 en 2019. En nu? Peter Dijkshoorn tekent een rivier in de lucht. Hij wil „stroomopwaarts” gaan werken, en kijken welke problemen die zich voordoen in de levens van jongeren door jeugdzorg en psychiaters eerder aan te pakken zijn. „Nu zien we ze vaak pas in de zee, als ze helemaal naar de gesloten jeugdzorg zijn afgedreven. Dat moeten we zien te voorkomen.”

Een crisisruimte van Accare Smilde.

Foto Olivier Middendorp

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of www.113.nl