Recensie

Recensie

Roestige jazzles van Louis Cole

De muzikale alleskunner Louis Cole kwam met een big band naar Amsterdam, met daarin acht muzikanten en twee zangeressen. De uitkomst was te schools.

Louis Cole in 2018. Foto Richard Thompson
Louis Cole in 2018. Foto Richard Thompson

Alles wees op een sensatie. Louis Cole bekend van soepele dance-nummers met zijn duo Knower, kwam optreden met een big band en zichzelf als drummer, zanger en keyboardspeler. De muzikale alleskunner, begeleid door acht muzikanten op keyboard, basgitaar, verschillende soorten koper, en twee zangeressen, allen afkomstig uit de jazz-popscene rond Thundercat en Flying Lotus, de smaakmakers uit Los Angeles, zouden, na hun veel geprezen optreden op Lowlands, het uitverkochte Paradiso Noord in vervoering brengen.

Dat daar een popgroep hun roestige jazzlesjes zou komen uitvoeren, was onvoorzien. Komisch aangekleed, alle elf in overall met skeletprint, en Cole zelf met een zonnebril die de helft van zijn gezicht bedekte, formeerden ze zich op het podium voor een vloeiend openingsnummer, ‘F It Up’, dat plotseling werd onderbroken door een brommerig tegendraadse sax-intermezzo. Dat gaf een verrassend effect. Maar daarna sloeg Cole een andere richting in. Als een dirigent stond hij achter zijn keyboard, en wees met een spichtige arm de benodigde instrumenten aan.

Daarna werd in ieder nummer gesoleerd door een van de muzikanten. Maar of het nu de trombone was of de dwarsfluit, de solo klonk knap maar schools en hing als een losse episode in de compositie.

De muziek dreef op een funkachtige stroom, met veel wendingen en onrustige variaties waar ook het schelle keyboard geen structuur in bracht. De stemmen van de twee zangeressen, die als karikaturen van vrolijke meisjes over het podium sprongen, bleken blikkerig en dun.

Cole zelf heeft een prettige stem, als hij hoog en opgewonden zijn teksten kreunt. Een enkel nummer was dan ook geslaagd, zoals ‘Things’ - met stuiterende baspartij en zonder solo.