Prinsessen voldeden erfbelasting met kunst

Hofmeubilair Soestdijk De inboedel van de koninklijke familie werd gebruikt om een deel van de erfbelasting voor de prinsessen te voldoen.

De koninklijke familie heeft meer profijt gehad van de overdracht van de inventaris van paleis Soestdijk aan het Rijk dan tot nu toe bekend. De inboedel werd niet aan de staat verkocht, zoals premier Rutte onlangs in de Tweede Kamer meldde, maar in 2009 gebruikt om een deel van de erfbelasting voor de prinsessen Irene, Margriet en Christina te voldoen.

Dat blijkt uit vertrouwelijke documentatie over de erfenis van prinses Juliana, waarover onderzoeksprogramma Zembla deze avond bericht. De prinsessen droegen voor 7,3 miljoen euro kunst en antiek over aan het Rijk in het kader van de fiscaal gunstige kwijtscheldingsregeling. Daardoor mochten zij 120 procent van de getaxeerde waarde van hun kunst aftrekken van hun erfbelasting: 8.831.566 euro.

De regeling werd voor de Oranjes opgerekt, aldus betrokken ambtenaren in Zembla. Zij mochten diverse kunstwerken blijven gebruiken, terwijl de regeling voorschrijft dat de kunst na de overdracht aan het Rijk voor publiek toegankelijk moet zijn.

Het gaat onder meer om vijf interieurstukken uit de Leuvenzaal van Soestdijk, die nu gebruikt worden in het niet voor publiek toegankelijke paleis Noordeinde. En om een zeventiende-eeuws penschilderij van Willem van de Velde de Oude, dat is blijven hangen in de secretarie van het Koninklijk Paleis op de Dam, een werkkamer van de koning. Deze voorwerpen leverden de prinsessen een aftrek van 3,5 miljoen euro op.

Lees ook: Paleismeubels als wettig betaalmiddel

In het advies aan de minister stond dat het schilderij alleen in aanmerking kwam voor de fiscale regeling als het aan een museum zou worden overgedragen. Zembla heeft de brief waarin Ronald Plasterk, toenmalig minister van OCW, het staatshoofd belooft dat het schilderij toch mocht blijven hangen waar het hing.

Rudi Ekkart, lid van de adviescommissie voor de fiscale regeling, betreurt de gang van zaken. In Zembla zegt hij: „Het was een uiterst kostbaar werk. En daarom hoorde het in ieder geval een publieke functie te krijgen.”

Zembla beroept zich onder meer op een brief van de executeur-testamentair van Juliana, die NRC mocht inzien, net als de reactie van de rijksvoorlichtingsdienst. Behalve meubels en kunst voldeden de Oranjes ook erfbelasting met drie antieke auto’s, die op Het Loo tentoongesteld worden. Het voorstel om tafelzilver (waarde: 1 miljoen euro) in te brengen voor de 120 procentregeling werd door de adviescommissie niet gehonoreerd.

Het parlement is in september van dit jaar op het verkeerde been gezet over de gang van zaken. Naar aanleiding van publicaties in NRC sprak premier Rutte over de „aankoop” van de inboedel van Soestdijk. Ook het ministerie van OCW gebruikte die term toen NRC de taxatierapporten van Soestdijk opvroeg met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Alle verwijzingen naar de fiscale regeling waren in de Wob-stukken weggelakt.

Correctie (20 december 2019): In een eerdere versie van dit bericht werd Rudi Ekkart voorzitter genoemd van de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen. Hij is commissielid. Geert Corstens is de voorzitter.