Opnieuw irritatie in Kamer om Hawija-bombardement

Kamerdebat Defensie-minster Ank Bijleveld moest opnieuw in de Tweede Kamer uitleg geven over ‘Hawija’. Stonden de doden wel of niet in officiële lijsten?

Minster Ank Bijleveld van Defensie (CDA) moest donderdag opnieuw naar de Kamer over het bombardement van Nederlandse F-16’s op Hawija.
Minster Ank Bijleveld van Defensie (CDA) moest donderdag opnieuw naar de Kamer over het bombardement van Nederlandse F-16’s op Hawija. Foto Bart Maat/ANP

Het lag nog op de loer, op de laatste dag voor het Kerstreces: een nieuw politiek ongeluk. Na het aftreden van staatssecretaris Menno Snel (Financiën, D66), woensdag vanwege de toeslagenaffaire, waren donderdag alle ogen gericht op CDA’er Ank Bijleveld. De minister van Defensie wachtte een lastig debat rondom ‘Hawija’, het Nederlandse bombardement in Irak in juni 2015. Het was alweer het derde debat over dit onderwerp in twee maanden tijd, de SP had het aangevraagd.

De centrale vraag in het debat: vielen er nu wel of niet zeventig doden als gevolg van die bomaanval, ruim vier jaar geleden? Een Nederlandse F-16 mikte op een bommenfabriek van terreurgroep IS en veroorzaakte onbedoeld een kettingreactie aan explosies. Volgens Bijleveld is het precieze aantal burgerdoden nooit vastgesteld door ‘Centcom’, het Amerikaanse opperbevel.

Lees ook het onderzoek van NRC en NOS over het Nederlandse bombardement op Hawija

De minister bezwoer de Tweede Kamer donderdag dat dit deze week nog „op zeer hoog niveau” door de Amerikanen is bevestigd. Hierover waren twijfels ontstaan. Volgens Bijleveld zijn de Hawija-slachtoffers nooit meegeteld in de officiële lijst met burgerdoden in de strijd tegen IS.

Maar klopt dit wel? Donderdag concludeerde Airwars, een collectief dat onderzoek doet naar burgerslachtoffers, dat ‘Hawija’ wel degelijk in tabellen is verwerkt. Een opvallende piek in het aantal burgerdoden zou alleen te verklaren kunnen zijn door het Nederlandse bombardement.

Vlak voor het debat kwamen NRC en NOS met nog een bevestiging. Volgens kolonel Myles Caggins, woordvoerder bij Centcom in Bagdad, telt de internationale anti-IS-coalitie „de ongeveer zeventig doden uit de luchtaanval op Hawija in 2015 al zeker achttien maanden mee in het totale aantal burgerdoden”. Het zette het debat op scherp. Houdt het kabinet iets achter?

Bekijk hier het dossier met eerdere artikelen van NRC over ‘Hawija’

Begin november leek er nog niet veel aan de hand. Toen bevestigde Defensie de zeventig doden nog. Eind van de maand trokken zowel Bijleveld als premier Mark Rutte (VVD) dat getal echter plotseling in twijfel. In een Kamerdebat, op 27 november, zeiden ze dat helemaal niet vaststond dat er zoveel doden waren gevallen – navraag bij Centcom had dat uitgewezen. Na het debat betitelde de premier tegenover BNR de getallen over zeventig doden zelfs als „geruchten” en „irrelevant”.

Deze donderdag was Bijleveld in het debat duidelijk verrast door de verklaring van Caggins dat de zeventig doden wat de VS betreft onbetwist zijn. Ze noemde de kolonel „een meneer die ik niet ken” en de almaar groeiende verwarring „vervelend en waardeloos”. Ze voelde zich zelfs genoodzaakt om te citeren uit een officieel antwoord van Centcom waarin het opperbevel zwart op wit verklaart dat de burgerdoden in Hawija „waarschijnlijk” zijn maar „onmogelijk te bevestigen” – en dus ook niet in de tabellen staan.

„Ik zal nooit enigerlei slachtoffer ontkennen”, zei de minister, „maar ik moet het doen met de officiële lijn”. Die was „altijd consistent” geweest, aldus Bijleveld. „Maar wat het ingewikkeld maakt is dat die kolonel nu weer wat anders zegt.”

Het leidde tot irritatie in de Kamer. Hoe kan het opperbevel steeds iets anders zeggen? Nemen de Amerikanen Nederland soms „niet serieus genoeg”, wilde Isabelle Diks (GroenLinks) weten. En is die onduidelijke informatievoorziening niet problematisch bij missies waarin ook Nederlandse militairen hun leven riskeren? CDA-Kamerlid Martijn van Helvert eiste op hoge toon dat Kamervoorzitter Khadija Arib een brief stuurt aan Centcom waarin de Kamer „zeer nauwkeurige communicatie” eist van het Amerikaanse leger. Bijleveld beloofde opnieuw navraag te doen bij Centcom.

De ergernis over de onduidelijke communicatie van de Amerikanen kwam Bijleveld niet slecht uit. Wat een debat had moeten worden over de vraag of de minister de Kamer onjuist heeft geïnformeerd, werd uiteindelijk een debat over de enorme ruis die er kennelijk op de transatlantische lijn zit.

Met medewerking van Jannie Schipper en Kees Versteegh.