Nieuwe mogelijkheden, oude gewoonten in mediagebruik

Rapport Het tv-bezit daalt en dat is voor het eerst sinds het begin van de televisie, schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau in een studie naar mediagebruik. Tussen man en vrouw, jong en oud, hoog- en laagopgeleiden, blijken de verschillen groot.

Kinderen met hun mobieltjes.
Kinderen met hun mobieltjes. Foto iStock

’s Ochtends het nieuws, ’s middags een achtergrondmuziekje op de radio, ’s avonds lekker voor de televisie. De ingesleten gewoonten van de Nederlandse mediaconsument laten zich niet zo gemakkelijk veranderen. Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het rapport Trends in Media:Tijd dat donderdag is verschenen.

„Ondanks de toegenomen mogelijkheden is het totale mediagebruik niet gestegen sinds 2013”, schrijven onderzoekers Joep Schaper, Annemarie Wennekers en Jos de Haan in een nieuwe analyse van eerder gepubliceerd onderzoek onder bijna 2.700 consumenten. De opkomst van streamingdiensten als Netflix en Spotify heeft niet geleid tot méér mediagebruik; dat schommelt al jaren rond 8,5 uur per dag – al dan niet in combinatie met een andere activiteit.

„Streamen van beeld en geluid neemt toe ten koste van lineair kijken en luisteren”, aldus Schaper. „Maar wanneer en waar mensen dit doen verandert eigenlijk niet. Er zijn nieuwe mogelijkheden, maar vooral nog oude routines. Ook gaan ontwikkelingen minder snel dan je misschien zou verwachten. Televisie is nog steeds het belangrijkste medium en we zien over de afgelopen vijf jaar geen daling meer in het lezen.” Nieuwe media hebben misschien wel de toekomst, aldus het SCP, maar ze overheersen nog niet het heden.

Verschillen

De nieuwe analyse laat opmerkelijke verschillen zien tussen mannen en vrouwen, tussen jong en oud, tussen hoog- en laagopgeleiden.

Lees ook: De mediagebruiker kiest liever zelf wanneer hij wat kijkt en luistert (NRC, 25/4/2019)

Volgens het SCP besteden vrouwen gemiddeld een uur minder tijd aan media dan mannen. In 2018 keken, lazen, luisterden en communiceerden vrouwen gemiddeld 7 uur en 54 minuten per dag. Mannen deden dat 8 uur en 52 minuten.

Tieners en jongvolwassenen besteden dagelijks 7,5 tot 8 uur aan media; 50-plussers ongeveer 9 uur per dag. Bij het live tv-kijken is het verschil nog groter. Tieners kijken volgens het SCP nog geen 50 minuten per dag lineair, terwijl 65-plussers meer dan 3,5 uur lineair kijken.

Lageropgeleiden kijken gemiddeld per dag 3 uur en 10 minuten lineair televisie, wat aanzienlijk meer is dan de 1,5 uur van hogeropgeleiden.

Volgens de onderzoekers ligt het aantal minuten kijken naar ‘overige video/ filmpjes op YouTube en dergelijke’ niet hoger dan 15 minuten per dag (bij 13-19 jarigen). Ouderen doen dat nog korter per dag.

Ook opvallend: het tv-bezit daalt en dat is volgens het SCP voor het eerst sinds het begin van de televisie. Van alle Nederlanders heeft 94 procent nu een tv in huis. Van de lageropgeleiden heeft 70 procent een smartphone, tegenover 93 procent van de hogeropgeleiden.

Het SCP onderzocht ook hoeveel tijd Nederlanders besteden aan communiceren via media (bellen, berichten sturen, e-mailen, sociale media). Daarbij vallen vooral grote verschillen op tussen leeftijdsgroepen. Tieners communiceren 1 uur 51 minuten per dag (vooral sociale media, weinig e-mail); 20-34-jarigen zitten op 1,5 uur per dag, mensen tussen 35 en 64 jaar op 1 uur. 65-plussers tot slot communiceren niet meer dan een half uur per dag. Hogeropgeleiden besteden aanzienlijk meer tijd aan communiceren via media dan lageropgeleiden: 1 uur en 12 minuten versus 38 minuten.

Correctie (19/12/2019): In een vorige versie van dit artikel was de naam van Annemarie Wennekers verkeerd gespeld. Dat is gecorrigeerd.