Meer subsidie voor Frans Hals Museum, om faillissement te voorkomen

Onderzoek Al jaren steggelen de gemeente Haarlem en het Frans Hals Museum over de subsidie voor het museum. Een gezamenlijk onderzoek wijst nu uit dat vergelijkbare musea twee keer zoveel gemeentelijke subsidie krijgen als het Frans Hals Museum.

Het Frans Hals Museum in het centrum van Haarlem. Foto Walter Herfst
Het Frans Hals Museum in het centrum van Haarlem. Foto Walter Herfst

De gemeente Haarlem verhoogt de subsidie voor het Frans Hals Museum, om te voorkomen dat het museum „technisch failliet” gaat. Dit gebeurt naar aanleiding van een in opdracht van gemeente en museum uitgevoerd onderzoek, waaruit blijkt dat het Frans Hals Museum de afgelopen jaren alles heeft gedaan wat het kon om de exploitatie rond te krijgen. Nog meer kostenbesparingen of hogere eigen inkomsten zitten er niet in.

Woensdag lieten B en W van Haarlem weten de exploitatiesubsidie met 350.000 euro te verhogen, als de gemeenteraad daarmee instemt. Die subsidie bedraagt nu jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen, een bedrag dat sinds 2015 niet is verhoogd. In omvang vergelijkbare musea zoals het Amsterdam Museum, het Dordrechts Museum of het Van Abbemuseum, staat in het door BMC opgestelde rapport, krijgen van hun gemeente gemiddeld twee keer zoveel subsidie per bezoeker voor exploitatie en huur: 32 euro per bezoek, tegenover 16 euro per bezoek voor het Frans Hals Museum.

Lees ook: Het mooie plan van het Frans Hals Museum dat niet mis kon gaan

Over de toekomst van het Frans Hals Museum is al enige jaren onmin tussen gemeente en museum. Het museum is gehuisvest in twee, op tien minuten lopen van elkaar verwijderde panden, die beide aan vernieuwing toe zijn. Een bouwplan daarvoor kwam uit op een benodigd bedrag van 6 miljoen euro, waarvan het museum zelf 1,5 miljoen wilde betalen. Bij de formatie van het huidige college van B en W, voorjaar 2018, werd echter besloten geen extra geld uit te trekken voor het Frans Hals Museum.

Het onderzoeksrapport van BMC noemt de communicatie tussen gemeente en museum door de jaren heen „niet effectief”. Ook lijken „de ambities vanuit de gemeente richting het museum beperkt te zijn, het toedragen van een warm hart wordt niet verzilverd.” Tegelijk, schrijven de onderzoekers, heeft het Frans Hals Museum een belangrijke functie voor Haarlem: „Het trekt naast lokaal publiek ook toeristen naar de stad. Daar ligt overigens ook nog een groot potentieel gezien het aantal toeristen in het algemeen dat de regio trekt.”

De financiële problemen van het museum komen deels voort uit personeelskosten: de salarissen zijn gebaseerd op gemeentelijke arbeidsvoorwaarden in plaats van op de goedkopere museum-cao. Maar vooral is de exploitatiesubsidie vijf jaar lang gelijk gebleven, nadat er eerder op was bezuinigd, terwijl het museum de allernoodzakelijkste aanpassingen aan de gebouwen uit eigen zak betaalde.

Uit het rapport: „Indien de exploitatiesubsidie in de jaren na 2015 jaarlijks zou zijn verhoogd met 2 procent, zou het niveau van de exploitatiesubsidie in 2019 op een bedrag zijn uitgekomen dat 245.000 euro hoger ligt dan het huidige niveau.” Dat het museum er de afgelopen jaren in slaagde zowel meer eigen inkomsten te verwerven als te bezuinigen op de lasten, „heeft gemaskeerd dat er structureel onvoldoende dekking is voor de onvermijdelijk gestaag stijgende lasten”.