‘Inclusiviteit’ belangrijk in nieuwe architectuurnota Rotterdam

Architectuur Tegen de tijdgeest in blijft Rotterdam geloven in architectuurbeleid, met goed opdrachtgeverschap, energietransitie en inclusiviteit als speerpunten.

Foto Lex van Lieshout

Halverwege het eerste decennium van de 21ste eeuw stopte de Rijksoverheid met de architectuurnota’s die sinds 1991 regelmatig verschenen. De ambitie om met overheidsbeleid richting te geven aan de Nederlandse architectuur paste niet meer bij de toen heersende neoliberale tijdgeest. In 2010 zag het eerste kabinet-Rutte zelfs volkshuisvesting en ruimtelijke ordening niet meer als taak van de Rijksoverheid, twee dingen waar Nederland in de 20ste eeuw wereldberoemd mee was geworden, en schafte het ministerie van VROM af.

Maar Rotterdam gelooft nog altijd in overheidsbemoeienis met architectuur en wonen. Afgelopen woensdag presenteerde wethouder Said Kasmi (D66, cultuur) de nieuwe architectuurnota tijdens de uitreiking van de Rotterdamse Architectuurprijs. Die was door de vakjury én de Rotterdammers toegekend aan Fenix 1, nieuwbouwwoningen bovenop een oude havenloods, ontworpen door Mei architects and planners.

Wethouder Bas Kurvers (VVD, Bouwen en Wonen), die naast Kasmi verantwoordelijk is voor de architectuurnota die binnenkort door de gemeenteraad wordt behandeld, vindt dat Rotterdam het aan zijn stand verplicht is om goed architectuurbeleid te voeren. „In Nederland is Rotterdam de architectuurstad bij uitstek”, zegt Kurvers. „We zijn de stad van het Witte Huis, eens het hoogste gebouw van Europa, van de Van Nellefabriek, een wereldmonument van het Nieuwe Bouwen, en van Piet Bloms kubuswoningen. Die traditie moeten we voorzetten en dat gaat niet zonder beleid. Bovendien moet Rotterdam de komende decennia tienduizenden woningen bouwen. Ook daar moet de gemeente zich actief mee bemoeien om het allemaal in goede banen te leiden.”

De vorige architectuurnota uit 2010 laat ook zien dat overheidsbeleid inzake architectuur effect heeft, vindt Kurvers. „De stad heeft er het afgelopen decennium een aantal iconen bijgekregen, zoals de Markthal van MVRDV”, zegt Kurvers. „Maar het gaat niet alleen om spraakmakende en grootschalige nieuwbouw. Ik vind bijvoorbeeld de nieuwe Ruiterbrug, een bescheiden fietsbrug over het spoor van HCVA, ook een aanwinst voor de stad. En hoe succesrijk samenwerking tussen gemeente en opdrachtgever kan zijn, kun je zien in Nieuw Crooswijk. Dat is, met de half open woningblokken, echt een bijzondere woonwijk geworden.”

De stimulering van goed opdrachtgeverschap heeft dan ook opnieuw een plaats gekregen in de architectuurnota 2019. Daarnaast zijn woningbouw, de energietransitie en het creëren van een „inclusieve stad” in de nieuwe nota bestempeld tot „grote opgaven”. „Rotterdam is een stad van hoogbouw, maar woon- en kantoortorens moeten niet alleen mooi zijn en uitsluitend bestemd voor bewoners en gebruikers”, zegt Kurvers over inclusiviteit. „Ook andere Rotterdammers moeten er wat aan hebben. Hoe dat kan, kun je bijvoorbeeld zien in het Slaakhuys. Dit voormalige gebouw van Het Vrije Volk stond jarenlang leeg en is verbouwd tot een hotel met 74 kamers. Maar de lobby is een café-restaurant waar flexwerkers ook welkom zijn. Daar heeft de hele stad wat aan.”