Hoe is het trouwens met je depressie?

Tips Oud zeer, onenigheid of veel te persoonlijke vragen leiden al snel tot ongemak aan de feestdis. Zo houd je het gezellig.

Foto Getty Images

December, feestseizoen. In sommige families dreigen tijdens het kerstdiner diverse gevaren; er zijn mensen met verschillende politieke opvattingen, er speelt oud zeer, of er zijn mensen die schaamteloos de meest persoonlijke vragen stellen. Hoe hou je dan de sfeer goed? We vroegen het aan Fieke Harinck, die onderzoek doet naar conflictmanagement aan de Universiteit Leiden en Linda Reijerkerk, directeur van het Centrum voor Conflicthantering in Haarlem. Allebei zijn ze ook trainer en mediator. Hoe zouden zij de angel uit een dreigende familieruzie halen?

Wat doe je als die nieuwe vriend van je zus ineens iets zegt waarmee je het zo oneens bent dat je het voelt tot in je maag en tenen?

Fieke Harinck: „Heel effectief, maar waanzinnig moeilijk, is gewoon écht luisteren maar wat iemand zegt. Eventueel samenvatten, doorvragen waaróm iemand dat vindt.” Dat heet ‘actief luisteren’. „Iedereen gaat altijd met zijn ogen rollen bij die term, maar als je het goed doet, voelt en ziet iemand zich gehoord en wil hij misschien ook wel naar jou luisteren.”

Daar komt het vaak niet van, want: „Mensen willen een punt maken en als je steeds antwoordt met ‘ja maar’, denken ze: o, je snapt het nog niet.” En als je blijft ja-maren, denken ze eerst dat je nog niet genoeg weet, vervolgens dat je te dom bent, en uiteindelijk dat je een slecht mens bent – zo beschrijft Kathryn Schulz, een Amerikaanse journalist, het in haar boek Being Wrong: Adventures in the Margin of Error (2010), zegt Harinck. Er is nog geen wetenschappelijk bewijs dat het zo loopt. „Maar ik persoonlijk geloof wel dat een meningsverschil zo escaleert. Dus als je actief luistert, voorkom je misschien dat de ander in de ‘jij bent slecht’-modus terechtkomt.”

Linda Reijerkerk wijst erop dat extreme politieke meningen niet per se tot ruzie hoeven leiden. „Er kan ook een debat van komen. En als dat te verhit raakt, kun je zeggen: hier komen we niet uit, laten we stoppen, of een andere keer verder praten.” Reijerkerk vindt die verhitting heel interessant: „Waarom ben je beledigd als iemand Wilders stemt, waarom denk je niet gewoon: ga jij maar naar de PVV? Wat is er dan zó belangrijk dat iemand zijn zelfbeheersing verliest? Ik zou als mediator willen weten welke behoefte achter de emotie zit.” Dat kun je ook bij jezelf nagaan, zegt ze: „Even een pauze nemen, even naar het toilet en denken: waarom vind ik dit nou precies zo naar?”

En als juist de ánder boos of verdrietig wordt, zegt Harinck, helpt het om dat te benoemen: ik zie dat je boos wordt, ik zie dat dit je raakt. „Dat werkt deëscalerend omdat mensen zich begrepen voelen.”

‘Jij vraagt wel iets heel persoonlijks’

Sommige mensen stellen wel heel persoonlijke vragen. Hoe is het trouwens met je depressie, bijvoorbeeld. Vragen waar je geen zin in hebt, al helemaal niet in een groot gezelschap. Neem zo iemand even apart, zegt Reijerkerk, en doe dan drie dingen. Benoem wat iemand doet: ‘Ik merk dat jij in een grote groep mensen iets heel persoonlijks aan me vraagt’. Beschrijf wat het effect op jou is: ‘Ik voel me dan heel akelig en bekeken’. En vraag tot slot wat je van iemand wilt: ‘Ik zou het prettig vinden als we het over iets anders hebben’ „Dat is wel moeilijk als je met twintig man boven de eendenborst hangt”, geeft Reijerkerk toe. „Je kunt ook proberen het te negeren. Maar sommige mensen gaan dan harder roepen. Of je kunt proberen het met humor af te weren: ‘Wat fijn dat je naar mijn depressie vraagt, ik zit inderdaad helemaal onder de pillen’.”

Vraagt je schoonmoeder of je nog steeds niet zwanger bent, zeg dan: Wil je dan zó graag oma worden?

Harinck heeft nog een andere tip: „Stel een vraag terug.” Als je schoonmoeder vraagt of je nog steeds niet zwanger bent: ‘Wil je dan zó graag oma worden?’ „Mensen houden erg van praten, ook over zichzelf. Dus als je geen zin hebt om veel te vertellen, moet je vooral veel vragen stellen. En dan wél goed luisteren, hè!”

Soms blijven mensen oud zeer oprakelen. „Kijk of je dat patroon kunt benoemen”, zegt Harinck. „Begin gewoon met: ‘Ik zie een patroon!’ – dat zeg ik zelf ook altijd. Bijvoorbeeld: ‘Ieder jaar met kerst begint oom Kees over onderwerp X, en dan worden mensen altijd boos en hangt iedereen chagrijnig boven de stoofschotel. Willen we dat dit jaar weer of zullen we het nu op een andere manier doen? We worden het hier toch niet over eens.’” Metacommunicatie dus, vindt ook Reijerkerk. Je kunt ook een afspraak maken om het op een ander moment eens goed te bespreken, zegt zij: „Dan ontloop je het niet, maar gun je iedereen wel een leuke Kerst.”